Kleunen en scoren in naam van Heracles

Na twee jaar revalideren heeft Folkert Velten zijn loopbaan moeten beëindi- gen. De 35-jarige spits van Heracles ondervindt nog te veel hinder van een dubbele beenbreuk. Afscheid van een religieuze goaltjesdief.

Vier kerken en twee voetbalclubs bepalen het straatbeeld van Enter. Het dorpje aan de Regge is keurig verdeeld in een zuideinde (katholiek) en een noordeinde (protestant). ,,Het is zogezegd een multiculturele samenleving'', verduidelijkt Folkert Velten de religieuze scheidslijn. ,,Maar hier komen in principe geen buitenlanders'', zegt hij aan de keukentafel voor het middagmaal.

Zijn zoontjes Nick (9) en Wout (5) verstoren de bijbellezing en het gebed van hun moeder met gegiechel en verhalen over Sinterklaas. Ze lijken niet onder de indruk van de dreigementen van hun ouders. Vader Folkert geeft na het gebed tekst en uitleg over de opvoeding in huize Velten. ,,Ik geef die knapen gerust een draai om de oren. Wie niet horen wil moet voelen. Ik heb ook geen moeite om een koe of een varken te slachten. Als onze legkip niet meer legt, moet z'n kop er af. Heel simpel. Iemand moet zo'n beestje de nek omdraaien. Anders komt er ook geen kip op tafel.''

De legkip loopt in dezelfde tuin waar hij zijn zoontjes leert voetballen. ,,Allebei linkspoten met veel talent. Maar of ze het karakter van hun vader hebben, moet nog blijken'', zegt Velten. Ze spelen ook op zondag in de tuin, want een partijtje is ontspanning en niet door God verboden. Maar een officiële wedstrijd heeft Velten nooit gespeeld op zondag. ,,Mijn vader heeft me laten kiezen toen ik achttien werd. In de huidige situatie was ik nooit zo lang bij Heracles gebleven. Welke club speelt er in het betaalde voetbal nu nog op zondag?''

De katholieke amateurvereniging SV Enter (zeshonderd leden) speelt zijn thuiswedstrijden in het zuidelijk deel van de `Poort van Twente', zoals Velten zijn geboortedorp (zesduizend inwoners) liefkozend noemt. In het noordelijk deel, op een steenworp afstand van zijn woning aan de Reggestraat, debuteerde hij op vijftienjarige leeftijd bij de protestantse zaterdagamateurs van Enter Vooruit (zeshonderd leden). Bijna een decennium later werd hij semi-prof bij Heracles, waar hij zijn faam van goaltjesdief waarmaakte. In Almelo maakte hij tussen 1988 en 1998 in totaal 156 treffers in 264 competitiewedstrijden. Hij had een patent op frommeldoelpunten.

In het oude stadion van Heracles aan de Bornsestraat verdiende hij bijna een standbeeld. In het nieuwe stadion van Heracles werd dit jaar een tribune vernoemd naar Folkert Velten. Door een dubbele beenbreuk, opgelopen in december 1997, heeft hij nooit de kans gekregen ,,in mijn eigen vak te scoren''. Volgende maand krijgt hij een afscheidswedstrijd aangeboden tegen FC Twente. Hij rekent op vijf speelminuten. ,,Ruim een jaar gips, anderhalf jaar krukken: mijn pijngrens is alleen maar hoger geworden.''

Hij was een aanvaller die zijn hele lichaam (90 kilo) in de strijd gooide. ,,Kleunen en geduldig wachten op dat ene kansje'', verklaart hij zijn succesvolle speelwijze. ,,In het veld was ik een egoïstische hond. Vraag maar aan mijn medespelers. Een goeie spits heeft alleen maar oog voor de goal.''

Velten is steeds meer een buitenbeentje geworden in het voetbalmilieu. Hij heeft hobby's die in het verleden gemeengoed waren. Hij vist in de Regge, waar ,,het levend organisme door het stoppen van fabriekslozingen is teruggekeerd''. In de borstzak van zijn overhemd toont hij een pakje shag. Roken is een taboe in de voetballerij. Hij vertelt over zijn ploeggenoten bij Heracles die na een wedstrijd in het spelershome stiekem een sigaret opstaken en een glas cola mengden met alcohol. Velten dronk liever bier in het supportershome. ,,Ik schoot de ballen in het doel, maar de wasbaas was net zo belangrijk.''

Hij heeft een kromme neus overgehouden aan twee botbreuken. Hij toont een rij voortanden die wél heelhuids uit de strijd zijn gekomen. Op verzoek van zijn echtgenote heeft hij vorig jaar zijn snor afgeschoren. Maar op de foto's in zijn plakboeken zit de snor nog aan zijn gezicht gekleefd. Zijn hele voetballeven speelde hij in een zwart-wit tenue. Bij Heracles zorgde hij voor de terugkeer van de streepjesshirts. ,,Zwart-wit past bij mijn karakter. Ik ben recht door zee.''

In tegenstelling tot de huidige generatie heeft hij altijd gewerkt naast het voetballen. Toen hij nog furore maakte bij Enter Vooruit werkte hij bij een uitbeenderij in de Achterhoek. Hij noemt het ,,een alternatieve vorm van krachttraining''. Later werkte hij in de bosbouw en de autohandel. Sinds vijf jaar is hij eigenaar van een sportzaak in Enter. Door zijn naamsbekendheid opent hij deuren die voor anderen gesloten blijven. Maar een goede koopmansgeest is een eerste vereiste. ,,Als je lucht verkoopt, heb je niks te bieden.''

Voor Heracles blijft hij vermoedelijk actief als scout van jonge spelers. Dit jaar ging hij regelmatig met zijn vrouw, die als chauffeur dienst deed, op zoek naar Duits voetbaltalent. Velten zal de geur van de kleedkamer nog 't meeste missen. Over de sfeer bij Heracles heeft hij gemengde gevoelens. Ook in Almelo is voetbal een bedrijf geworden, zo heeft hij de afgelopen jaren ervaren.

,,Men vergeet dat mensen zich niet laten sturen als een computer'', bekritiseert hij het kille bestuursbeleid van Heracles. De spelers noemt hij verwend. ,,Niemand weet meer wat werken is. Ik mis de liefhebbers die na een training nog een half uur `latje schieten' of een kaartje leggen. De meeste spelers zijn na een thuiswedstrijd binnen drie kwartier vertrokken. Om wat te doen? Thuis op de bank liggen of rondhangen in de stad.''

Hij vertelt over de voordelen van een jeugd op het platteland, waar rijkdom niet in geld werd uitgedrukt. ,,Ik verdiende als topscorer van de eerste divisie dertigduizend gulden. Nu krijgen de eerste de beste gatenvullers al gauw een ton op hun loonstrookje. Clubliefde bestaat niet meer. Ze kunnen de weelde niet de baas. Ze verlaten hun eerste vrouw en laten zich de kop gek maken.''

Aan de toegenomen agressie op de voetbalvelden en het verbale geweld op de tribunes bewaart Velten niet alleen negatieve herinneringen. Hij was regelmatig mikpunt van spreekkoren. ,,Bij NAC zongen de supporters `altijd is Kortjakje ziek, middenin de week maar 's zondags niet'. Ik vond dat goeie humor. Voetbal is emotie en een afspiegeling van de maatschappij. Alsof de supporters op Urk of in Spakenburg zulke lieverdjes zijn.''