KINDERVOETEN IN NANKING

In Nanking herinnert een monument aan de massamoord die de Japanners daar in 1937 aanrichtten. `We leren de schoolkinderen niet de Japanners te haten. Wel vertellen we wat hier is gebeurd.'

Een Chinese schoolklas – oranje shirtjes, rood-witte petten – marcheert in gelid over de grote, betonnen vlakte. Op een muur staat het getal 300.000, het aantal Chinezen dat de Japanners vanaf december 1937 in korte tijd vermoordden. Nadat Chiang Kai-shek opdracht had gegeven zijn toenmalige hoofdstad op te geven omdat hij zijn legers in het achterland wilde hergroeperen, joegen de Japanners in zes weken 300.000 Chinezen op de gruwelijkst denkbare wijze over de kling. Het was misschien wel de grootste orgie van sadistisch geweld uit de wereldgeschiedenis. De moord op de bevolking van Nanking, die op dat moment 500.000 bedroeg (was een miljoen) vond grotendeels plaats op executieplaatsen buiten de stad. Hier werden ook de lijken gedumpt. De Sino-Japanse oorlog die die zomer was uitgebroken markeert het de facto begin van de Tweede Wereldoorlog.

De voetjes van de kinderen lopen over gewijde grond, want onder het `Memorial of the Nanjing Massacre' zijn tienduizenden lijken gedumpt: het was een van de 17 executieplaatsen. De kinderen duiken direct het museum in en de `hal van de skeletten'. Lekker griezelen! Wij lopen verder het terrein op en komen terecht op een veld vol kiezelstenen. Links staat een witte, uitgedroogde boom en aan onze rechterhand zien we een enorm betonnen kruis. De dood waart hier nog voelbaar rond.

Het monument wordt veelvuldig bezocht door schoolklassen. Het heeft de officiële status van `Patriotic Education Base' (PEB) en Chinese schoolkinderen moeten daar een vast aantal van bezoeken. Deze PEB wordt door de scholen gecombineerd met het bezoek aan het PEB-mausoleum van `volksvader' Sun Yatsen een paar kilometer verderop. ``Het zijn de plekken waar jonge Chinezen leren dat ze trots op hun land moeten zijn'', zegt historica Duan Yueping (65), adjunct-directeur van het Memorial. ``Ze zullen natuurlijk nooit helemaal begrijpen wat zich hier in 1937 werkelijk heeft afgespeeld, maar we hopen dat ze in elk geval enig besef meekrijgen van het verleden.'' Zelf heeft Yueping, die in 1961 afstudeerde aan de universiteit van Nanking, nog levendige herinneringen aan de oorlog. ``Toen de Japanners Nanking aanvielen, woonde ik in een dorp in de provincie Anhui hier niet ver vandaan. Ik weet nog dat ze ons dorp bombardeerden. Maar we leren de schoolkinderen hier niet om de Japanners te haten of om wraak te nemen. Wel willen we vertellen wat hier is gebeurd.''

Het monument, opgericht in 1985, is tot nu toe door zo'n zes miljoen Chinezen bezocht. Zeker de helft van hen zijn schoolkinderen. Zij zien in het museum afschrikwekkende foto's met begeleidende teksten als ``de wreedheden van ongekende beestachtigheid die de Japanners bedreven in Nanking zijn typerend voor de ontelbare excessen van Japanse soldaten tijdens hun aanvalsoorlog tegen China'' en ``Moorden, brandstichting, verkrachting en plundering: het zijn de wreedheden van de Japanse soldaten in Nanking''. Als de `moordwedstrijden' onder de aandacht worden gebracht waarin Japanse officieren zo snel mogelijk 100 Chinezen moesten doden – we zien de foto van de deelnemers – lezen de kinderen: ``Mukai, Noda en Tanaka, die deelnamen aan een moordwedstrijd, werden schuldig bevonden en geëxecuteerd in Nanking. Eindelijk kregen de slagers de straf die zij verdienden.''

In het museum wordt veel aandacht besteed aan de bestraffing van de Japanners na de oorlog tijdens de twee tribunalen die (enkele) Japanse oorlogsmisdadigers hebben berecht, dat van Nanking in 1947 (voor de `oorlogsmisdadigers klasse B en C') en dat van Tokio vanaf 1946 voor de `28 Japanse topcriminelen'. Een uitvoerig belicht aspect van de massamoord is de rol van de buitenlanders in de stad. Zij schiepen een internationale veiligheidszone waarin ook tal van Chinezen bescherming vonden. De Duitser John Rabe speelde daarbij een hoofdrol. Hij was de voorman van de nazi's in Nanking, maar dankzij zijn heldhaftig optreden wordt hij nu de Oskar Schindler van China genoemd. Vorig jaar verschenen zijn dagboeken in een prachtige uitgave van Alfred Knopf. Deze buitenlanders hebben een cruciale rol gespeeld in de documentatie van de gebeurtenis en leverden na de oorlog het onpartijdige bewijs van de gruwelen. In 1998 zag het boek The rape of Nanking van de Amerikaans-Chinese historica Iris Chang het licht. Het boek werd een bestseller en heeft sterk bijgedragen aan de oplevende belangstelling voor deze tot dan toe vergeten episode. Chang was de eerste wetenschapper die op grote schaal Japanse Nanking-veteranen interviewde.

Opmerkelijk is dat in het museum op de foto's van verkrachtingsscènes het vrouwelijke geslachtsdeel wordt bedekt door een zwarte balk, terwijl de schoolkinderen wel worden blootgesteld aan foto's van de meest bloedige moordpartijen. Na het museum gaan we nog even de `skeletten-hal' in waar een stukje van de executieplaats is opgegraven. Van één skelet is te zien dat de benen zijn afgehakt. Voor de kinderen is dit – uiteraard – het hoogtepunt van het bezoek.

De buitenlanders die het centrum bezoeken zijn bijna allemaal Japanners. Yueping: ``Er zijn er tot nu toe zo'n 10.000 geweest. Ook uit Japan komen af en toe schoolklassen. Die hebben dan `verlichte' docenten die hun leerlingen de waarheid willen vertellen. Verder ontvangen we veteranen die spijt komen betuigen. Maar de meeste Japanners ontkennen wat zich hier heeft afgespeeld. De Japanse consul heeft ons bezocht, maar de ambassadeur in Peking niet. Het officiële Japanse standpunt is nog altijd: er heeft geen massamoord plaatsgevonden.''

Yueping vertelt dat Japans consequente weigering de waarheid te aanvaarden zelfs de reden is geweest voor de oprichting van de gedenkplaats. ``In 1982 ontkende de Japanse regering publiekelijk dat er een massamoord is geweest. Dat ging zelfs zo ver, dat de censoren een vermelding van de moord in de geschiedenisboeken op de Japanse scholen tegenhielden. China onstak in grote woede en het plan rees om de overweldigende hoeveelheid bewijs voor het publiek toegankelijk te maken.'' Het memorial werd zo'n succes dat het in 1995 en 1997 belangrijk kon worden uitgebreid en gemoderniseerd, onder meer met een bioscoopzaal.

In Japan ging de censuur intussen gewoon door. Toen in 1988 de film The Last Emperor van Bertolucci in Japan werd uitgebracht, schrapte de distributeur eigenhandig een scène van 30 seconden over de massamoord. De regisseur was woedend, maar stond machteloos. Pijnlijk voor de Japanners was ook de rol van een oom van keizer Hirohito, prins Asaka, die in 1937 als een van de bevelhebbers een uiterst kwalijke rol heeft gespeeld.

Yueping zelf is nauw betrokken geweest bij het historisch onderzoek dat in 1982 begon, direct na de officiële Japanse ontkenning. Na intensief speurwerk werden 1.756 overlevenden getraceerd. Van hen wilden 1.076 mensen hun verhaal kwijt. Yueping was een van de interviewers. ``Mensen trokken hun kleren uit en lieten verschrikkelijke littekens zien. De interviews vonden plaats in groepsgesprekken zodat men steun had aan elkaar. De meesten hadden nooit eerder over hun ervaringen gesproken en sommigen dachten zelfs dat ze de enige overlevende waren.'' In het museum zijn de schokkendste verhalen opgetekend, zoals dat van een vrouw die honderden keren is verkracht en kon ontsnappen omdat ze voor dood werd gehouden.

Vanaf 1945 kwam het inwoneraantal van Nanking weer snel op het oude peil. Hoe heeft de stad het trauma verwerkt? Yueping: ``U weet waarschijnlijk dat de jaren na 1945 in China buitengewoon tumultueus waren. Voor nazorg was tijd, geld noch aandacht. De verkrachte vrouwen hadden relatief weinig moeite met het vinden van een man, want veel mannen waren bereid over de verkrachtingen heen te stappen. Uit de interviews bleek verder dat van verwerking nauwelijks sprake is geweest. De overlevenden waren zonder uitzondering extreem geëmotioneerd.''

Vindt Yueping dat Japan, evenals bijvoorbeeld Duitsland, smartengeld zou moeten betalen? ``Nee'', zegt ze. ``China hoeft echt geen geld. Het enige wat we willen is dat Japan de massamoord erkent en dat de keizer hier op bezoek komt. Pas dan kan de verhouding met Japan weer normaal worden.''