Inzetten op Internet en de buren

Veel jongere beurshandelaren hebben er een jaar of acht geleden nachtenlang op gedanst, en dezer dagen dansen alle beleggers zwetend mee: de techno-rage. De Amerikaanse Nasdaq-index waar de grotere technologiefondsen in zijn ondergebracht, bereikte donderdag zijn jongste record, en is nu 69 procent hoger dan aan het begin van het jaar. De waarde van de index is in vijf jaar tijd verachtvoudigd.

Techno ontpopt zich dit jaar als het allerbelangrijkste thema op de beurs. Gisteren ging de Internetprovider Freenet.de naar de Duitse beurs voor 29 euro, en ging prompt door het dak op een koers van 90 euro. De waardering van Freenet.de per aangesloten internet gebruiker is daarmee 2500 euro - zeker niet uitzonderlijk voor deze sector. Voor zover bekend is het meest recente record voor het Italiaanse op Internet gerichte softwarehuis Finmatica, dat op 25 november zelfs een koerswinst van 550 procent boekte bij de beursgang.

De Internet-gekte is groot. Volgens het Amerikaanse effectehuis Merrill Lynch waren de veertig grootste Europese Internetfondsen twee maanden geleden 17 miljard euro waar. Deze week was de totale beurswaarde gestegen tot 50 miljard euro. In het kielzog stijgt alles wat met het internet-complex van software, hardware, telecom en marketing te maken heeft, hard mee. De al wat oudere genoteerde bedrijven krijgen langzamerhand goed door hoe het werkt. Philips, dat deze week aan analisten liet weten dat de verkopen van zijn gsm-telefoons boven verwachting zijn, rijgt intussen record aan record. Ook gisteren eindigde Philips op een all time high van 125,80 euro - ruim een verdubbeling sinds het begin van dit jaar. De koers heeft een extra impuls gekregen nadat vorige week Deutsche Bank Research liet weten een koersdoel van maar liefst 150 euro voor Philips te zien.

Voor de rest geldt: noem het woord Internet, en de koersstijging is gegarandeerd. Gisteren bijvoorbeeld stampte topman Plattner van het dit jaar geplaagde softwarehuis SAP zijn koers met 6 procent omhoog door mee te delen in een vraaggesprek dat SAP's Internet-activiteiten goed lopen. VNU kondigde woensdag alleen maar aan zijn Internet-activiteiten te bundelen in een nieuwe tak met de naam VNU Business On-line Europe en hop: ruim 6 procent won het aandeel tot aan gisteren. Nog één: France Telecom zei vorige week vrijdag een grotere `bandbreedte' aan te gaan bieden aan zijn Internet-gebruikers, en steeg diezelfde dag naar een record. KPN kondigde dinsdag iets soortgelijks aan - de introductie van het snelle ADSL: óók een koersrecord. Het aantal bestuurskamers waarin op dit moment wordt besloten in godsnaam ook iets met Internet te gaan doen moet enorm zijn. Al was het maar om beleggers te laten weten dat er voorop volop meegelopen wordt in de Nieuwe Tijd.

Het werkt. Beleggers blijken zich zonder aanziens des beursfonds massaal in de nieuwe technologie in te kopen. Het is maar de vraag of dat zo irrationeel is als het soms lijkt. In de branche zelf gaan de ontwikkelingen razendsnel. Zo snel dat eigenlijk niemand weet waar de convergentie van informatietechnologie, media en telecommunicatie in uit gaat monden, hoe groot de markt nu precies is en wordt, welke standaards zich ontwikkelen, welke toepassingen het meest succesvol zijn. En uiteraard welke bedrijven er uiteindelijk zullen zegevieren. Maar wie wordt hier de nieuwe Intel, en wie de nieuwe Microsoft?

Net als in het casino bij de roulette-tafel kan worden ingezet op een getal, en de twee getallen die er op de draaitafel naast liggen, `de buren', zetten beleggers in op `Internet en de buren'.

De massale aandacht van beleggers laat zich dan ook vertalen als een nieuwe, en misschien onbedoelde, manier van risicospreiding. Stel dat de duurzame koersstijging van een `winnaar' de eerstvolgende 10 jaar 51 procent per jaar is - de gemiddelde koersstijging van Microsoft in de jaren negentig. In een portefeuille van tien nieuwe technofondsen waarvan van alle een koersstijging van 500 procent wordt verwacht, mogen er dan telkens negen op de fles gaan om een zelfde resultaat te bereiken. Zo zal het waarschijnlijk ook gaan: de winnaars eten langzamerhand hun levensvatbare concurrenten op in de consolidatie die zal volgen - en in de telecom al druk gaande is. De verliezers gaan roemloos ten onder.

Dat wil niet zeggen dat de huidige koersstijgen onder alle omstandigheden verdedigbaar zijn. KPN's koers-winstverhouding is nu ruim 28, het dividendrendement is 1,9 procent. Dat is me even wat: om over de looptijd van een tienjaarsstaatsobligatie met een huidige rente van 5,3 procent op een zelfde inkomensstroom uit dividend uit te komen, zal dat dividend van KPN - en dus de winst per aandeel - de eerstvolgende tien jaar met 20 procent moeten stijgen. Voor echte Internet-aandelen is het overigens nog extremer. De huidige winst van Yahoo bijvoorbeeld zal, bij een pay out van 50 procent dividend (als dat er ooit van komt) de eerstkomende tien jaar elk jaar bijna moeten verdubbelen, om de inkomsten uit een tienjaars treasury bond te evenaren.

Dat maakt duidelijk dat het beleggers op dit moment in de techno-rage om één zaak te doen is: koersstijging. En dat is niet zonder risico voor een branche waar de belofte van toekomstige bedrijfswinst vooralsnog belangrijker is dan de realisatie daarvan. Het Duitse Freenet verwacht voor 2002 geen winst te maken.