Ik maak het graag moeilijk

Theo Nijland (45) is scenarist, schrijft filmmuziek en maakt nu een tournee met liedjes aan de piano. ,,Dat ik verschillende dingen kan, is lastig. Daar krijg je een rommelige carrière van.''

Theo Nijland weet nog niet wat hij verder wil. Zijn impresario begint aan te dringen op zekerheid voor het volgende seizoen, maar zelf weifelt hij nog. Met zijn solovoorstelling Verstand van weemoed, naar de gelijknamige cd, heeft hij intussen mooie avonden beleefd. Maar ook stond hij soms in zaaltjes waar hij helemaal niet wilde zijn. ,,Dat sologedoe draagt aan de ene kant een soort eenzaamheid met zich mee,'' zegt hij peinzend, ,,terwijl het tegelijk natuurlijk ook de ijdelheid streelt.'' Hij heeft, kortom, de knoop nog niet doorgehakt.

Voor zo ver het theaterpubliek hem kent, is dat voornamelijk te danken aan de driemansgroep The Shooting Party, waarvan Theo Nijland negen jaar deel uitmaakte en ook alle nummers schreef. Eén daarvan, het stemmige `Kaal', werd in 1996 bekroond met de Annie M.G. Schmidtprijs voor het beste theaterlied van het seizoen. Samen met zijn acterende vrienden Han Oldigs en wijlen Coen van Vrijberghe de Coningh vormde hij een opmerkelijk trio, dat ironisch getinte teksten zong op geacheveerde popmuziek. ,,Eerst in het Engels, maar toen al mijn Engelse woorden op waren, heb ik er bij de anderen doorgedrukt dat we in het Nederlands gingen zingen. Na negen jaar hadden we alles gedaan. Toen was het klaar.''

Een enkel nummer uit die tijd heeft Nijland meegenomen naar zijn solorepertoire, dat wordt gekenmerkt door diezelfde afstandelijke sfeer – weerbarstige woorden met een licht-geaffecteerde ondertoon op grillig golvende melodietjes. ,,Dat afstandelijke, die complexiteit van de nummers van The Shooting Party was mijn schuld,'' geeft hij grif toe. ,,Het heeft ons ook wel parten gespeeld, want er kwamen lang niet altijd veel mensen naar ons kijken. Het duurde vaak ook wel vier nummers voordat we het ijs een beetje hadden gebroken. Ik heb nu eenmaal de neiging nogal hermetisch te zijn – het zó knap willen maken dat je er als publiek bijna niet meer in kan komen. In de solo heb ik dat beter in balans. Het is nu opener, in plaats van: hé, kijk 's, ik kan het nòg moeilijker maken. Maar die aandrang zit wel in me, daar kan ik niets aan doen.''

Theo Nijland is afkomstig uit een artistiek en sociaal-christelijk gezin in Zeist en doorliep de Kleinkunstacademie ,,toen dat nog een autoritaire, tuttige opleiding was''. Hij vond aansluiting bij de door academieleerlingen opgerichte theatergroep Hare Majesteit en leek vervolgens, met de mannelijke hoofdrol in de musical Cabaret, een carrière als musical-acteur tegemoet te gaan. ,,Maar in zo'n hiërarchische organisatie kan ik niet mee. Braaf heb ik de 230 voorstellingen gespeeld, maar ik geloof niet dat veel mensen vonden dat ik daar op mijn plaats was. Ik heb ook steeds geweigerd hard te spreken en zingen.''

Intussen zette een ontmoeting met cineast Frans Weisz hem op het spoor van de filmmuziek. Hij schreef muziek voor bedrijfsfilms, commercials, de tv-serie die Weisz maakte naar het boek Bij nader inzien en diens politieke VPRO-serie Het jaar van de opvolging. Gaandeweg ging hij zelf scenario's schrijven. Van zijn hand was het script voor de tv-verfilming van de Vestdijk-roman Ivoren wachters. In opdracht van producent Laurens Geels schreef hij een filmmusical naar Kees de jongen, die wegens de hoge kosten (nog) niet in productie is genomen. En nu werkt hij aan drie scenario's, waaronder een film die Joop van den Ende wil produceren met Ellen Vogel. ,,Dat ik verschillende dingen kan,'' zegt hij, ,,is lastig. Daar krijg je een rommelige carrière van. Maar nu ben ik echt scenarioschrijver. Tot drie uur 's middags zit ik achter mijn computer, naar binnen gekeerd, aan een scenario te werken. Als ik 's avonds moet optreden, is dat wel eens moeilijk: dan moet ik mezelf eerst naar buiten keren.''

Alleen al daarom zal Theo Nijland nooit een succesnummer voor een massaal publiek worden, zoals Marco Borsato. In een monkelend slotlied op de cd bezingt hij zijn gemengde gevoelens over diens status. ,,Dat gaat natuurlijk over mijn ambivalentie,'' beaamt hij. ,,Ik wil óók dat succes en toch ook weer niet. Na anderhalf uur zingen wil ik graag worden toegejuicht, als het daarna maar weer afgelopen is. Ik vind het moeilijk te genieten van succes, dat zal mijn christelijke achtergrond wel zijn. Jawel, denk ik dan, maar morgen moet ik naar Almere. Ik heb succesvolle vrienden die bij de tv werken. Die kunnen niet meer in de tram zitten. En ik wil in de tram kunnen blijven zitten.''

Theo Nijland: Verstand van weemoed. Basta 30-9096-2 Theatertournee t/m 8/1; inl (030) 2313416