Hollands Dagboek: Heddy Honingmann

Op het IDFA zag Heddy Honigmann haar documentaire Crazy, over Nederlandse blauwhelmen in première gaan. Donderdag won ze de publieksprijs van NRC Handelsblad. Zij werd in 1951 in Peru geboren en volgde in Romede filmacademie. Honigmann heeft een zoon van 20, Stefan, en ze woont 22 jaar in Amsterdam.

Woensdag 24 november

Het Internationale Documentaire Film Festival in Amsterdam opent met de film van John Appel, André Hazes/Zij gelooft in mij. Een mooie film, die ik al in de montagekamer een paar keer heb gezien, maar die ik graag op het grote doek wil bekijken. Wat moet ik aan? Lastig probleem dat uitgesteld moet worden. Er moet veel gebeuren. Om 9.30 staan de mensen van het RTL4/5-journaal voor mijn deur en word ik geïnterviewd. ,,Wat was uw uitgangspunt bij het maken van Crazy?'' Ik merk dat ik mezelf begin te herhalen. ,,Crazy is een heel persoonlijke reis door de wereld van oorlogsherinneringen van `onze jongens', met als vervoermiddel muziek.''

Gedurende het festival moet ik tegelijkertijd met Ester Gould (met wie ik de research verrichtte en het scenario voor Crazy schreef) een eerste versie klaar hebben van een script voor een andere documentaire. We hebben om half drie een afspraak met M., een ex-crimineel. We researchen voor Gij zult niet stelen, één van de tien documentaires die de IKON laat maken over de Tien Geboden.

Ik heb gelezen dat ze in de mode zijn, de Tien Geboden, maar het blijft gissen waarom: misschien omdat het jaar 2000 nadert en we met god willen afrekenen? Of zijn we bang dat hij dat met ons wil gaan doen? In mijn leven ben ik een paar keer bestolen (één keer ging het om mijn paspoort, de andere keer om mijn hart). Zelf heb ik gedurende mijn studententijd genoeg uit de Franse en Italiaanse supermarkten gestolen.

M. ziet eruit zoals je van een crimineel verwacht. Gespierd, 23 tatoeages, gouden ketting, oorbel. Begon met brommers jatten, ging door met auto's, gewapende overvallen, rippen (het oplichten van criminelen) en heling op grote schaal. M. heeft iets ontroerends. M: ,,Het is gewoon echt moeilijk om eerlijk te leven en daarvan rond te komen.'' Hij vertelt dat hij de kick van het stelen mist, de enorme adrenalinestoot, dat daar niks tegenop kan.

Wanneer ik later NRC Handelsblad lees, word ik eventjes triest. Daarin schrijft Hans Beerekamp over Crazy dat de buitenlandse kijkers zich waarschijnlijk zullen verbazen over `het gebrek aan eelt op de ziel bij het merendeel van de geportretteerde militairen'. Tegen een goede vriend, die bij mij komt eten voordat we samen naar de openingsavond gaan, zeg ik dat al mijn films gaan over mensen zonder dat eelt op hun ziel. Mensen die veel meegemaakt hebben, maar toch verbijsterd blijven over zeer treurige dingen, die anderen kennelijk doodgewoon vinden.

Ik denk nu aan Klazien van Brandwijk (de enige vrouwelijke ex-militair in Crazy), wier wereldbeeld veranderde toen zij in 1993 in Cambodja een kind van anderhalf aangeboden kreeg als seksobject. Of Peter Veeke (de `stoere' Brabantse jongen die in 1992 in Bosnië is geweest) die geschokt was door moslimvaders die aan de poort van het kamp hun dochters van dertien aanboden.

Mijn vriend maakt me attent op de tijd. Ik moet snel gaan koken.

Er heerst in Tuschinski, al voor de film begonnen is, een warme enthousiaste sfeer. Het wordt een swingende en ontroerende avond, die voor Ester en mij een extra leuk accent heeft: wij hebben samen in heel korte tijd – op verzoek van John Appel, goede vriend van mij – de Engelse ondertiteling gemaakt voor het openings- en slotlied van zijn film.

Tijdens de voorstelling hebben we stilletjes meegezongen in het Engels!

Donderdag

Vandaag hebben Ester en ik een afspraak met een zakkenroller. De zakkenroller en zijn vrouw werken al jaren in de `magic'. ,,Toen ik jong was kocht ik eens een boekje: `Handboek voor zakkenrollers'. Maar die technieken zijn allang achterhaald.'' Onze zakkenroller is geniaal. We zien hem in actie, maar zíen niets, helemaal niets. Voor onze ogen is, in een warenhuis, een portemonnee uit een dichtgeritste tas weggehaald (en even later aan het `slachtoffer' teruggegeven).

Snel terug naar huis. Vandaag moet de eerste goede kopie van mijn film klaar zijn. Ik haast me naar de première van Jannes van Rein Hazewinkel. Heel snel raak ik geïntrigeerd door de op zijn negenendertigste aan leukemie overleden damkampioen Jannes van der Wal. En aan wat dammen is: eigenlijk een kunst. Eén ding valt weer op: voor radio en televisie is stilte taboe. Jannes viel vaak stil tijdens interviews en stichtte daarmee verwarring bij zijn interviewers.

Nosh van der Lely, mijn allerbeste (zeer verkouden) vriendin, en ik (uitgeput) houden het niet lang vol na de première.

Vrijdag

De eerste keer dat ik ietsje langer kan slapen, tot half tien. Ik maak ontbijt, zet in de slaapkamer de piano-partita's van Bach op en neem het ontbijt mee naar bed. Het lijkt wel vakantie en ik vergeet de tijd. Daarna het huis uit om eindelijk bloemen te kopen. Ik koop zes prachtige lelies, die ik laat mengen met eucalyptusblad, dat ruikt heerlijk. Ik ben door het IDFA uitgenodigd voor een discussie over oorlogsfilms, samen met onder meer Leslie Woodhead, de maker van A Cry from the Grave, een nauwkeurige reconstructie van de val van Srebrenica met gebruik van nooit eerder vertoond archiefmateriaal. Ik twijfel zeer of ik daarbij moet zijn. Crazy is geen oorlogsfilm, roep ik alsmaar. Bovendien gaat de discussie te veel over de journalistieke kant.

Ik word overgehaald door Ally Derks, de directrice van het IDFA. Ik doe het eigenlijk voor haar. Zij houdt van mijn films en heeft ze altijd een mooie plek gegeven in het competitieprogramma. 's Middags twee mooie debuutfilms samen met Nosh gezien. In een vreemd land van Kim Landstra en Please hold the line van Sabine König.

Please hold the line heeft humor, melancholie en speelsheid. Maar ik kan niet objectief over de film zijn, want toen ik een paar jaar geleden in de IDFA-workshop van het plan hoorde, riep ik aldaar: Dit is een idee dat ik zelf zou willen maken! Een begrensd universum: een telefoonwinkel waar buitenlanders van de hele wereld naar huis bellen, waar je allerlei mensen en emoties tegenkomt. Omdat het idee me destijds zo aansprak, wilde ik eigenlijk, onbewust de film zien die ik mij in het hoofd had gehaald.

A Cry from the Grave, die ik meteen daarna zie, is een reportage die op alle middelbare scholen vertoond zou moeten worden. Uit de film blijken het gigantische doorzettingsvermogen en researchwerk van de makers. Hoewel ik last had van de typische, pompeuze BBC-commentaarstem en de geënsceneerde reconstructies (die zelden werken), verliet ik samen met Nosh en Ester verslagen de bioscoopzaal, evenals de vele andere toeschouwers.

Thuis aangekomen was het een troost om de lelies te zien en op het antwoordapparaat een boodschap van mijn lief te horen en eentje van mijn zoon.

Zaterdag

Het is de dag van mijn première. Om 9 uur gaat meerdere malen de bel: een prachtige bos bloemen. `Als dank voor je betrokkenheid. Liefs van Niels, Margriet, Klazien en Fred'. Op Fred na, Klaziens echtgenoot, zijn ze hoofdpersonen van Crazy. Ik moet even huilen en van slapen komt niets meer. De adrenalinestoot start. Ik probeer de laatste versie te lezen van een scenario van Kristien Hemmerechts voor een speelfilm-in-ontwikkeling. Nul concentratie. Naar buiten om de Volkskrant te kopen. Er staat een interview in over Crazy, met de mooie kop `Vertellen is proberen opnieuw te voelen' - en dat is juist wat enkele van de voormalige militairen in Crazy doen.

Later komt Ester met een heerlijke brunch. We eten toastjes met zalm en mozzarellaatjes met verse pesto. Rolf Laimböck – productieleider van Crazy – en Ester halen me op en daar staan we dan opeens, voor de zaal van City die langzaam volloopt.

Eerst ervaar je bij een première van je eigen film een soort doofheid die met blindheid gepaard gaat. Je kijkt naar het scherm, maar ziet de echte beelden niet. Je houdt je bezig met randverschijnselen. Klopt het kader van de projectie, is het geluid te zacht – oh, daar hoor ik iemand met zijn voet schuiven! Deze toestand van semi-verdoving duurt soms een half uur. Daarna begin je te genieten (als de zaal positief reageert, tenminste). Tegen het einde word je weer bloednerveus. Vanavond word ik van al mijn zorgen verlost door een enthousiast applaus dat al bij de aftiteling begint en uiteindelijk, als ik met alle (ex-)militairen voorin sta, eindigt in een minutenlange staande ovatie. Wat wil je nog meer? Een mooi feest, en dat komt: mijn producent, Pieter van Huystee, verrast me volledig met de aanwezigheid van het trio uit mijn film Het Ondergronds Orkest – dat uit Parijs is gekomen om Try a little tenderness te spelen. Ze brengen onder meer Crazy van Seal ten gehore! Veel complimenten op het feest. Martin Jaughlin zegt: ,,Crazy is een omgekeerde musical: normaal gesproken zijn in een musical de zang- en dansnummers een uitbarsting van beweging, waarin het verhaal wordt stilgelegd; in Crazy verstilt alle beweging juist tijdens de muzikale nummers en komt het emotionele verhaal, dat zich in het hoofd van de geïnterviewde afspeelt, tot leven.'' Mijn zoon Stefan: ,,Mam, ik heb altijd je films mooi gevonden, maar deze vind ik écht goed!'' Ik heb tot 3 uur 's ochtends gedanst.

Zondag

Ik zou alleen maar willen slapen, zo moe ben ik. Levendige lunch met Werner Dütsch van de WDR en zijn vriendin. Kort samengevat: hij koopt de film! 's Middags zit ik tóch in de battlefield-discussie. Ik kom als eerste aan de beurt. Of ik ooit weer een film over oorlog ga maken, vraagt discussieleider Nick Fraser van de BBC mij. ,,U heeft mijn film waarschijnlijk niet gezien, anders zou u die vraag niet stellen'', zeg ik tegen hem. Klopt: hij heeft alleen de eerste tien minuten gezien; en Leslie Woodhead, de maker van A Cry from the Grave, aan de andere kant van de tafel, zelfs dat niet. Ik voeg eraan toe: ,,Misschien maak ik ooit nóg eens een film over de impact van muziek...''

Maandag

Lang geslapen, twee radio-interviews, weer slapen. Later enkele grappen te lezen gekregen van de stand-up comedian die wij gevraagd hebben voor Gij zult niet stelen. Hij moet een terugkerende figuur in de documentaire worden. Maar die grappen ga ik natuurlijk niet verklappen. Nog steeds staat Crazy op de eerste plaats voor de publieksprijs.

Dinsdag

Je kunt er niets aan doen. Je denkt: ach, wat kan het me schelen, een nominatie voor de Joris Ivens Award, maar de hele dag is zenuwslopend. John Appel en ik gaan eten en zeggen tegen elkaar dat onze films allebei genomineerd moeten worden. Eindelijk komt het moment: Johns film wordt genomineerd, de mijne niet. Maar Crazy staat nog steeds op de eerste plaats voor de publieksprijs, zeg ik tegen Pieter van Huystee, die mij komt troosten. ,,Nee, Heddy, we gaan niet flink doen, wij gaan nu gewoon huilen en `kut, kut, kut!' roepen, want we zijn het met de jury totaal niet eens.'' Ik vind Pieter scherp nu en ontroerend; mijn tranen nemen de vrije loop. Morgen is een nieuwe dag!

Woensdag 1 december

Het licht is prachtig in mijn zitkamer. De telefoon blijft rinkelen, maar ik zet het antwoordapparaat aan. Ik ga naar fysiotherapie. Ik haal de NRC op die beneden in de hal ligt. `Geniale omweg naar gevoel' is de kop van de recensie van Raymond van den Boogaard. Meer dan blij vertrek ik naar het Filmmuseum om voor het laatst met het publiek te praten, na afloop van Crazy. Nu begin ik te verlangen naar gewoon over straat lopen, boodschappen doen en het huis opruimen. Papiertroep ligt, vanaf het begin van de montage, tot zelfs onder mijn bed.