Europa en de VS blijven wederzijds afhankelijk

Europa en Amerika blijven voor hun defensie op elkaar aangewezen maar ook Amerika moet inzien dat de afhankelijkheid wederzijds is en zal blijven, meent Jonathan Eyal.

Tientallen jaren leek het debat over een eigen veiligheidsstructuur in Europa op het soort fantasie dat mensen hebben over het winnen van de jackpot in de loterij: de kans dat het gebeurde was uitermate klein, maar de droom zelf verschafte al een zeker genot en kostte hooguit een paar tientjes. Te oordelen naar wat Jeffrey Gedmin donderdag op deze pagina betoogde, is dagdromen over defensie ook thans nog Europa's specialiteit. De Amerikaanse academicus Gedmin hangt de bekende litanie van klachten op die zijn landgenoten over Europa hebben. De Europeanen zouden ernst moeten maken met de verhoging van hun defensiebegroting, maar lijken geobsedeerd door kwesties van Eurobureaucratie en prestige. Gedmin heeft het echter fundamenteel mis: de Europese defensiestructuur die thans bezig is te ontstaan, is nu juist bedoeld om de kritiek van zijn landgenoten weg te nemen. De vraag is niet alleen of Europa in staat is tot nieuw militair elan, maar ook of Amerika in staat is zijn oude reflexen af te leren.

In zijn artikel somt Gedmin alle codenamen van de diverse vliegtuigtypen en geavanceerde technologieën op die alleen Washington bezit en die beslissend zouden zijn geweest in de Kosovo-oorlog. Maar we kunnen de strijd om Kosovo ook anders typeren. We weten nu dat twee maanden bombarderen de Joegoslavische strijdkrachten slechts minimale schade hebben toegebracht. We weten ook waarom: de Amerikanen, vast voornemens niet één Amerikaanse soldaat te laten sneuvelen, wilden uitsluitend op grote hoogte vliegen. Het is ook bekend dat president Clinton zich niet ondubbelzinnig heeft uitgesproken over de ene kwestie die de vijandelijkheden had kunnen bekorten: het zenden van grondtroepen. De troepen die Kosovo binnentrokken om de terugkeer van de vluchtelingen mogelijk te maken – in tegenstelling tot de bombardementen, die de vluchtelingencrisis alleen maar hadden verergerd - waren in overgrote meerderheid Europees. En al voor het eind van de oorlog liet Washington de Europeanen weten dat de economische wederopbouw van Kosovo hun taak zou zijn.

De Europeanen zullen niet gauw een operatie beginnen tegen de wil van Amerika, al was het maar omdat ze ervan op aan moeten kunnen dat de VS versterkingen zullen sturen, mocht de oorlog groter uitpakken dan voorzien. Maar het is redelijk wanneer Washington van de Europeanen verwacht dat ze het leeuwendeel van hun eigen veiligheid bekostigen en als eersten troepen het veld in sturen.

Niemand denkt echt dat de Europeanen in staat zullen zijn hun defensiebegrotingen te verhogen. En zelfs als dat politiek haalbaar was, zou Washington de eerste zijn om te klagen, omdat veel van de nieuwe wapens parallellen zouden zijn geweest van wat de NAVO al heeft, en veelal zouden worden aangeschaft bij Europese en niet bij Amerikaanse fabrikanten. Toch geven de Europeanen al met al tweederde aan hun strijdkrachten uit van wat de Amerikanen spenderen, een vrij behoorlijk bedrag. Waar het om gaat is méér uit de bestaande begrotingen te halen door materieel gecoördineerd aan te schaffen en productiekosten te delen. De strijdkrachten van Nederland, Frankrijk en Italië hebben dit al begrepen: de hervormingen daar moeten een kleinere, professionelere en beter uitgeruste krijgsmacht doen ontstaan. Niemand – behalve Romano Prodi die in dezen gelukkig geen enkele verantwoordelijkheid bezit – heeft het over een Europees leger of zegt dat Europa `sterk moet staan' tegenover de Amerikanen. Het probleem van Europa was nooit hoe men Amerika buiten een conflict moest houden, maar integendeel hoe men hen betrokken moest houden bij de eigen beveiliging. In die situatie komt vermoedelijk geen verandering.

Het eigenaardige is nu dat de Britten, die het voortouw hebben genomen in het huidige defensie-initiatief, het slachtoffer van hun eigen succes lijken te worden. Aanvankelijk deden zij vooral hun best Frankrijk over te halen om mee te doen, juist omdat ze wisten dat zonder Franse instemming het gehele project een anti-Amerikaans karakter dreigde te krijgen. Deze bilaterale diplomatie leidde tot enige verwarring en scheve blikken in andere Europese hoofdsteden. Bovendien was Tony Blairs aanvankelijke voorstel met opzet enigszins vaag gehouden om een debat over een Europese `structuur' uit de weg te gaan. Toch vraagt een aantal institutionele kwesties om aandacht, zoals de band tussen de NAVO en de Europeanen of de rol van NAVO-lidstaten die geen EU-lid zijn. De twijfel aan de hele onderneming die nu gerezen is onder een aantal vooraanstaande Nederlandse politici, is derhalve begrijpelijk – maar tevens gemakkelijk weg te nemen. Nederland en Groot-Brittannië zijn zeer nauwe militaire bondgenoten en Europa's meest gedreven Atlantisch-gezinden. Als zij hun visie naar andere landen konden uitvoeren, zou Europa er veiliger op worden.

Beide landen staan nu voor de taak Duitsland te bewegen tot militaire hervormingen die anderen al uitvoeren. Zolang Duitsland als een aangespoelde walvis in het hart van het Europese vasteland blijft liggen, met een reusachtig leger van dienstplichtigen en een militair apparaat dat uit de Koude Oorlog dateert, zal niet veel tot stand worden gebracht.

Tientallen jaren heerste in het debat over defensie een gespleten sfeer. De Amerikanen drongen er bij de Europeanen op aan harder aan hun eigen defensie te werken, maar schrokken wanneer de Europeanen voorstelden dat inderdaad te gaan doen. En de Europeanen die het hardst praatten over een eigen defensiestructuur voor Europa waren veelal tevens degenen die het minst aan hun defensie besteedden. Eindelijk is die gespletenheid nu aan het verdwijnen. Europa en Amerika blijven voor hun defensie op elkaar aangewezen. Maar ook Washington moet inzien dat de afhankelijkheid wederzijds is en blijft. Er kan de komende jaren natuurlijk heel wat verkeerd gaan. Maar Europa heeft de afgelopen maanden niet veel verkeerd gedaan.

Jonathan Eyal is verbonden aan het Royal United Services Institute for Defence Studies in Londen.