De roep om de zwarte acteur

Over vijftien jaar is één op de drie Amerikanen afkomstig uit een etnische minderheid. Maar in televisieseries zijn de hoofdrollen nog altijd voor blanken. De kritiek op de networks zwelt aan. ,,De mensen die bepalen wat er op de televisie komt wonen in Malibu, minderheden bestaan niet in hun wereld.''

Voor racisten werden ze nog net niet uitgemaakt, maar toch schrokken de grote Amerikaanse televisiemaatschappijen flink toen ze deze zomer ,,de meest gesegregeerde industrie in Amerika'' werden genoemd. Een half jaar later zijn ze nog bezig de schade te herstellen.

Het begon allemaal toen in mei de programmering van het nieuwe televisieseizoen bekend werd. De vier grote netwerken (NBC, CBS, ABC en Fox) brachten 26 nieuwe dramaseries op het scherm. Maar in al die programma's bleken de hoofdrollen gespeeld te worden door blanken. Niet één zwarte, hispanic, aziatische of indiaanse acteur had een prominente rol.

Een storm van protest stak op. Kweisi Mfume, de voorzitter van de zwarte belangenorganisatie NAACP, beschuldigde de omroepen van ,,het vrijwel witwassen van de televisie''. Andere organisaties van minderheden sloten zich bij zijn kritiek aan. De jaren vijftig zijn voorbij, was het argument, en het wordt hoog tijd dat daar op de televisie iets van terug te zien is. ,,De mensen die bepalen wat er op de televisie komt, wonen in Malibu, minderheden bestaan niet in hun wereld'', zei James McDaniel, die als inspecteur Arthur Fancy in NYPD Blue een van de weinige zwarte acteurs is met een belangrijke rol in een succesvolle serie.

Aan het eind van de twintigste eeuw maakt één op de vier Amerikanen deel uit van een etnische minderheid. Over vijftien jaar zal dat één op de drie zijn. De zogenoemde minderheden zijn in de staten Californië en Texas, met hun grote aantallen immigranten uit Latijns Amerika, al in de meerderheid. Maar in de populaire televisieseries wordt die realiteit nauwelijks weerspiegeld.

Niet iedereen vond dat voldoende reden voor een rel. De zwarte acteur Damon Standifer bijvoorbeeld (gastrollen in onder meer Mad About You en Dharma & Greg) zei dat de NAACP zich beter kan bezighouden met ernstige problemen als de slechte schoolprestaties van de zwarte jeugd. Maar de bijval was toch zo groot, dat de tv-bazen zich haastten te verklaren dat ze de klachten serieus namen en er snel iets aan zouden doen.

Bij zwarte en andere gekleurde acteurs begon opeens de telefoon te rinkelen. Op de valreep van het nieuwe seizoen stroomden de aanbiedingen binnen. Allerlei programma's werden halsoverkop aangevuld met gekleurde rollen. De afro-Amerikaanse actrice Wendy Davis vertelde The Los Angeles Times dat ze zelfs gevraagd was auditie te doen voor een rol als Zweedse wetenschapper, waar anders ongetwijfeld een hoogblonde actrice voor gezocht was.

De succesvolle ziekenhuisserie ER van NBC kreeg er een zwarte, vrouwelijke arts en een aziatische medisch studente bij; de advocatenwereld van Family Law (CBS) een aantal zwarte en hispanic stagiaires. Ook The West Wing, NBC's dramaserie in het Witte Huis, werd aangevuld met donkere gezichten. CBS kondigde een serie aan over Mexicaanse Amerikanen met Gregory Nava (regisseur van de film Selena, over het gelijknamige popidool). En de pilot voor ABC's Wasteland werd overnieuw gedraaid, om de zwarte acteur Jeffrey Samms, die pas later zou verschijnen, meteen al een belangrijke rol te geven. ,,De NAACP had gelijk'', erkende Wasteland-scenarist Kevin Williamson (die ook het scenario van de film Scream en de tienerserie Dawson's Creek schreef).

Maar de critici zijn er nog niet van overtuigd dat de televisiemaatschappijen hun leven werkelijk hebben gebeterd. Ze wijzen erop dat `de grote vier' nog vrijwel geen schrijvers in dienst hebben die gekleurd zijn. Mfume heeft een aangekondigde boycot van de omroepen weliswaar afgeblazen, maar laat de tv-bazen nog niet met rust. Begin deze week mochten ze tijdens een hoorzitting komen uitleggen welke maatregelen ze de afgelopen maanden hebben getroffen. De druk zal zeker op de ketel blijven tot de programma's van het volgende seizoen worden aangekondigd.

Ondertussen kan de hele discussie makkelijk doen vergeten dat de raciale diversiteit wel herkenbaar is in de presentatoren van nieuws- en andere praatprogramma's. Maar de dramaseries, de grote publiekstrekkers, hebben de laatste jaren steeds meer het idee laten varen dat ze de hele bevolking willen bereiken. Ze richten zich louter op doelgroepen die voor adverteerders aantrekkelijk zijn.

De kracht van The Cosby Show was dat het programma (over een zwart gezin) zowel blanke als zwarte kijkers van verschillende leeftijden en uit verschillende maatschappelijke lagen trok. De show werd halverwege de jaren tachtig door 53 procent van het televisiepubliek bekeken. Met het enorme aanbod op de kabel en de daarbij horende versnippering zit echter niemand meer samen voor de buis, iederen kijkt op zijn eigen kamer naar zijn show op zijn eigen kanaal. Jerry Seinfeld haalde op zijn hoogtepunt 33 procent, en dat is sindsdien door niemand geëvenaard.

De televisiemakers hebben van het succes van vrijwel helemaal blanke shows als Friends en Seinfeld geleerd dat ze aan een publiek van jonge, bemiddelde blanke kijkers genoeg hebben. Een jaar geleden nog zei een hoge functionaris van Fox met zoveel woorden: ,,De televisiemaatschappijen streven niet meer naar een massapubliek, ze hebben geen zwarten in hun publiek nodig''. Maar daar lijkt men nu, onder druk van negatieve publiciteit, op terug te komen. Volgens sommigen zijn een minder eenzijdig blanke rolbezetting en een gevarieerder publiek ook op economische gronden het beste. ,,Niet alleen uit maatschappelijk, maar ook uit zakelijk oogpunt zijn we het op veel punten eens met de NAACP'', verklaarde een andere topman van Fox deze week.