De Borstenpletterij

Voordat ik naar het borstonderzoek ging, had ik de neiging om mijn tanden te poetsen, alsof ik naar de tandarts moest. Ik had vanwege dezelfde associatie ook vergeten lippenstift op te doen.

Op het parkeerterrein bij het gemeentehuis stond een grote container. Dit was het onderzoekscentrum. Ik kon in m'n zenuwen de deur niet vinden. Die zat natuurlijk net aan de andere kant. In het voorportaal zaten twee keurig geklede en opgemaakte dames te wachten. Ik had het gevoel dat ik bij hen afstak.

Ik leverde het ingevulde papier in en ging bij de dames zitten. Tegen niemand speciaal zei ik dat ik de neiging had gehad mijn tanden te poetsen alsof ik naar de tandarts ging. ,,Dat doe ik 's middags altijd'', zei de mevrouw naast mij, maar dat bedoelde ik niet.

Er waren drie witte deuren naast elkaar, genummerd 1, 2 en 3, met als sluiting een rondje erop, zoals bij een wc, rood of wit, bezet of vrij. Uit nummer 1 kwam een mevrouw die weer bij ons ging zitten. Er werd een naam afgeroepen, maar mijn buurvrouw protesteerde: ,,Ik zit hier al veel langer.'' De mevrouw van de balie bleek zich vergist te hebben. De ene mevrouw ging weer zitten, de ander ging naar binnen. Na een tijdje mocht de derde mevrouw naar huis, de foto's waren gelukt. ,,Over veertien dagen hoort u het resultaat.''

Ik was gauw aan de beurt. De deur moest ik op slot doen, zei een bordje binnen het hokje en op een ander bordje stond geschreven: mevrouw wilt u uw bovenlichaam ontbloten en wachten tot u gehaald wordt, dank u. Ik deed mijn warme jas, mijn warme vest en mijn warme blouse uit. Ik rook een zweetlucht. Kwam dat van het fietsen in de vrieskou of van de zenuwen? De deur aan de andere kant van mijn hokje ging open. Haastig riep ik: ,,Ik ben nog niet klaar!'' alsof ik een kind was waarvan de billen moesten worden afgeveegd. ,,U hoeft zich niet te haasten hoor!'' zei een vriendelijke vrouw in het wit, een laborante, volgens het voorlichtingsboekje `Mammografie'. Ze nam de papieren alvast mee. Ik trok mijn hemd en bh uit. Mijn blote buik die duidelijk kinderen gehuisvest had, puilde uit boven mijn lange broek. M'n schoenen moesten ook uit. Op kousenvoeten stond ik op het zeil. De deur ging open, de vrouw in witte jasschort die ik eerder had gezien, liet mij binnen.

Eerst werden mijn borsten in verschillende standen bekeken. Ik moest vooroverhangen en mijn borsten laten bungelen en daarna rechtop gaan staan met mijn armen omhoog, alsof ik me overgaf aan een vijand. Dit was bedoeld, zo legde ze uit, om oneffenheden op te kunnen sporen, bobbeltjes of knobbeltjes.

Daarna liet ze me een kruis op de grond zien, waarop ik mijn linkervoet moest plaatsen. In mijn zenuwen zette ik de verkeerde voet op die plek. Meteen klonk: ,,Dat is uw réchtervoet.'' Ik moest mijn linkervoet ernaast zetten en niet meer verplaatsen. ,,De linkerarm losjes om het toestel heen leggen, op dat bobbeltje, ziet u wel.'' De linkerborst werd neergelegd op een doorzichtige plastic plaat en een andere plastic plaat werd erop neergelaten en stevig aangedrukt, hetgeen pijn deed. Er kwam er een huidplooi onder terecht. Toen ik die wegtrok verdween er ook een stuk borst, zodat die opnieuw moest worden neergelegd. ,,Adem inhouden.'' De foto werd gemaakt. Daarna werd de borst aan weerskanten tussen de platen geklemd, zodat het leek alsof er een kubus van gevormd moest worden. Er werd weer een foto gemaakt. Het toestel werd gekanteld en mijn andere kant werd onder handen genomen. Het was vreemd mijn brave borst als een eigenaardig pannenkoekje plat en dun naast me te zien liggen. Ik heb tamelijk kleine borsten, en nu bleef er helemaal niets meer van over. Ze werden objecten, dingen die niet meer bij mij hoorden.

Het manipuleren van al die stukken vlees van min of meer bezwete vrouwen lijkt me voor degenen die het moeten doen niet bepaald aangenaam. Twee vrouwen losten elkaar zo nu en dan af, begreep ik. Als de een de foto's maakte, bekeek de andere of de eerder gemaakte foto's gelukt waren.

Ik hoefde deze keer gelukkig niet betast te worden. De eerste keer had ik op een hoge tafel moeten klimmen waarbij mijn borsten bevoeld werden door iemand die achter mij zat. Ik had het als een aantasting, zelfs bijna als een aanranding beleefd. Van opluchting was ik na de behandeling zo haastig van de onderzoekstafel afgesprongen dat ik bijna omviel en me aan de weegschaal stootte. Toch had degene die het onderzoek deed het handig en aardig gedaan, zakelijk maar niet hardhandig, deskundig en met respect.

Ik vroeg er naar en hoorde dat dit punt uit overwegingen van efficiency geschrapt was, omdat het toch bijna nooit iets opleverde. ,,Ik mag dus zeker ook niet met u praten, dat houdt allemaal maar op'', zei ik, waarop de laborante zei: ,,Dat maak ik nog uit, ik wil ook nog een beetje plezier in mijn werk houden.'' Het was klaar. ,,Als een van de foto's niet gelukt is, moet het nog een keer over. Wilt u nog even wachten?'' Ik kleedde me aan en ging weer in de wachtkamer zitten. Er kwam een vrouw die ik kende binnen. ,,Moet je ook naar de borstenpletterij?'' vroeg ik. Ze zei: ,,Ik heb tegen mijn man gezegd dat ik mijn borsten moet laten doormeten, haha!''

Mijn foto's hoefden gelukkig niet te worden overgemaakt. ,,U kunt weer gaan'', zei de mevrouw aan de balie tegen mij. Opgelucht ging ik weg.

Jaren geleden was ik na het eerste onderzoek bijna huilend thuisgekomen, alsof mij iets ergs was aangedaan. Elke keer dat ik een oproep krijg, ga ik erheen omdat ik weet dat het van groot belang is – bij een vriendin is op die manier tijdig een kwaadaardig knobbeltje ontdekt – maar toch beleef ik het iedere keer opnieuw als een buitengewoon ongewenste en pijnlijke intimiteit. Ook deze keer bloosde mijn huid ervan.

Tot troost ben ik daarna naar een antiquariaat gegaan om tussen de boeken te snuffelen. Ik vond alleen een Simenonnetje, maar het zoeken op zichzelf was troost genoeg.