Dapper krantje

Ze viel nooit op, doordat ze haar werk in stilte deed, maar ze was een onmisbaar onderdeel in het raderwerk van de illegaliteit onder de Duitse bezetting. Als we nog standbeelden zouden maken zou zij er een moeten krijgen. De moeder van de drukker die buiten op de uitkijk stond om alarm te slaan als de pers in de straat te horen was.

Bij de eerste aanwijzing dat de kust niet veilig was, moest zij waarschuwen en werd de operatie onderbroken of afgeblazen. Het drukken van illegale kranten moest in de stilte van het weekend of de avond gebeuren als het personeel naar huis was en buurtbewaking vereist werd als de pers ging draaien. Wat er op het spel stond was de vrouw op haar wachtpost volkomen bekend, maar dat weerhield haar er niet van haar aandeel in het risico te nemen.

Als de SD erachter kwam wat zich in de drukkerij afspeelde was het met haar familie en hun drukkerij gedaan. `De moeder van de drukker' is vereeuwigd in het gedicht `Een Oorlogsherinnering' van Simon Carmiggelt. Haar naamloze heldhaftigheid verdient meegeteld te worden in de verdiensten van de illegale pers, die gisteren, vijfenvijftig jaar na dato, in het Internationale Perscentrum Nieuwspoort in Den Haag bedacht is met de laatste jaarlijkse Machiavelli-prijs van deze eeuw.

`Soms zei de drukker: ,,Ga eens naar de straat''/ Dan moest ze luist'ren of je er de pers kon horen./De stroom was klandestien. Ze kwam bedaagd naar voren/ en deed haar jas aan, als een vrouw die op visite gaat.'

,,Het werk van allen die zich met pen en papier verzetten tegen de Duitse terreur, heeft naoorlogse generaties van verslaggevers en redacteuren gevormd en geïnspireerd'', aldus het juryrapport dat bij de prijsuitreiking is gepubliceerd. ,,Vandaag nog immers prijzen wij de illegale pers om haar onschatbare moed, doorzettingsvermogen en durf om te weigeren, met krant en tijdschrift te fungeren als spreekbuis van de onderdrukker''.

De toekenning van deze prijs verschaft een passende aanleiding om nog een voetnoot te schrijven bij een illegaal krantje dat nooit meer dan een beperkte faam heeft gekregen, maar in mei 1940 wel het spits heeft afgebeten. In Lydia Winkels catalogus van de illegale pers in de jaren 1940-1945 (een uitgave van het Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie uit 1954, herdrukt in 1989) wordt het gekenschetst als het eerste illegale blad dat in Nederland tot verzet opriep. Berichten van De Geuzenactie. Al in de eerste week van de Duitse bezetting werd het in omloop gebracht. Bericht nr. 1 van 15 mei 1940. Het was een met de hand geschreven stuk, opgesteld door Bernard IJzerdraat, een Vlaardinger die bij de inval van de Duitsers als gobelin-restaurator werkzaam was in het Frans Hals-museum in Haarlem.

Zijn ingelijste portret stond bij mijn grootvader van moederszijde thuis op de schoorsteenmantel. Vrijwel het enige dat ik van hem wist was dat hij niet zomaar was overleden, maar was omgekomen. Op die toelichting volgde altijd een stilte, die nooit werd opgevuld met nadere bijzonderheden. Het zou jaren duren voordat ik mocht weten wat hij bij zijn leven had gedaan en wat zijn dood had veroorzaakt. Ik werd te jong bevonden om te horen dat deze neef van mijn grootvader een illegaal was geweest die een `clandestien krantje' had uitgegeven en een sabotagedienst had opgezet. In de familie werd hij vereerd, omdat hij ,,voor onze vrijheid was gesneuveld''. Zijn naam was verbonden met een treurig record. De eerste illegaal die de verspreiding van een verzetsblad met zijn leven had moeten bekopen. Zijn al even treurige eretitel luidde: `eerste gefusilleerde' (13 maart 1941, gelijktijdig doodgeschoten met veertien andere leden van de Geuzen-groep en drie Februaristakers).

,,Eenmaal zullen we, evenals in de tachtigjarige oorlog onze vrijheid heroveren'', schreef IJzerdraat in zijn tweede uitgave. ,,Moed en vertrouwen. Ons land zal geen onderdeel van Duitsland worden.''

Zo begon het, aldus Lydia Winkel.

,,Voorzover wij weten, bleef het verschijnsel illegale pers ongeveer een maand lang beperkt tot de simpele Berichten van de Geuzenactie, die van Haarlem uit in vijf exemplaren het land ingezonden werden, in de hoop dat deze door de ontvangers als een sneeuwbal vermenigvuldigd zouden worden.''

In de bibliotheek van Oorlogsdocumentatie worden de Geuzen-krantjes bewaard. Het eerste, met de hand geschreven exemplaar, is pas jaren na de oorlog weer tevoorschijn gekomen. In de uitgave uit 1989 van De Ondergrondse Pers 1940-1945 staat het nog als vermist te boek. IJzerdraat heeft zijn handschrift in dat eerste exemplaar (de tweede uitgave was al gestencild) opzettelijk vervormd om opsporing te bemoeilijken. Wie het blad in handen kreeg, moest het met de pen vermenigvuldigen en werd opgeroepen ook een vervormd handschrift te gebruiken.

Op elke uitgave van de Haarlemse Geuzenactie (in Vlaardingen heette ze De Geus van 1940) werd de waarschuwing geschreven geen exemplaren te laten rondslingeren en zich van de domme te houden als men met het krantje werd betrapt. ,,Laat het nooit aan zijn lot over, want er wordt op geaasd. Wanneer gij het blad gelezen hebt, verbrand het dan als gij geen goede, vertrouwde vriend hebt die het ook moet lezen.

Weet nooit hoe het in uw bezit gekomen is.''

Wie het in handen kreeg kwam het eerst die waarschuwing tegen. ,,Wie onnozel doet en de Geuzenactie in gevaar brengt stelt zich evenzeer bloot aan levensgevaar als degene die de verduisteringsvoorschriften onachtzaam behandelt. Wanneer het in verkeerde handen komt is alles (voor niets geweest) en kunnen wij niet verder werken voor ons Vrije Nederland.''

Een half jaar later zou de Geuzen-groep worden opgerold. Een van de medewerkers had zijn mond voorbijgepraat en bijzonderheden prijsgegeven over sabotage bij de werf Wilton.

Einde van een illusie en een hele verzetsgroep. Einde van de vooruitziende Bernard IJzerdraat en van zijn dappere krantje.