Corruptie in Amsterdam

De stille kracht van het Poldermodel: in de Schreierstoren naast de St. Nicolaaskerk wordt een journalistiek boek gepresenteerd over corruptie in Amsterdam, en burgemeester Patijn en wethouder Stadig geven hoffelijk gehoor aan de uitnodiging om daarbij aanwezig te zijn. Duco Stadig vertelde me dat hij wel even uit veiligheid zijn eigen naam had opgezocht in het personenregister van Chaos aan de Amstel, maar gelukkig hebben noch zijn vijf vermeldingen, noch de zes verwijzingen naar Schelto Patijn ook maar iets te maken met de corruptie bij het Gemeentelijk Vervoer Bedrijf, de dienst Stadstoezicht, de Amsterdamse politie of de andere diensten waarmee wel het nodige aan de hand was. Parool-redacteur Jos Verlaan heeft burgers en bestuurders van Amsterdam een dienst bewezen door de hem bekende corruptie op te tekenen, en voor wetenschappers is zijn boek interessant vanwege de vele feiten over wel vijf verschillende Amsterdamse diensten. Mij trof hoezeer de ervaringen in Amsterdam een bevestiging vormen van de theorieën in Controlling Corruption van Robert Klitgaard (University of California Press, 1988).

Ik zal drie lessen uit Klitgaards boek toetsen aan de praktijk in Amsterdam zoals beschreven bij Verlaan. Ten eerste: corruptie laat zich meestal het best bestrijden door een aparte eenheid met een zo groot mogelijke autonomie. Vervolgens: als daar aanleiding voor is moeten ook de hoogste bazen sneuvelen. En tenslotte: als de pakkans aanvankelijk laag wordt ingeschat, moeten de straffen daarvoor compenseren door extra zwaar te zijn, met name voor hoger personeel. Die laatste les is al te vinden in boek twaalf van de `Wetten' van Plato: ,,Overheidsdienaren mogen geen geschenken aannemen – wie zich daar niet aan houdt moet indien schuldig – de zwaarste straf krijgen.'' De economische theorie volgt Plato en benadrukt dat het afschrikkend effect van een veroordeling afhangt van het product van pakkans en straf. Dus: lage pakkans, hoge straf. Alleen bij de Amsterdamse politie lijkt die les begrepen: nog in 1998 verloren twintig Amsterdamse agenten hun baan vanwege onethisch gedrag. Bij het GVB, daarentegen, laat het management weten dat er geen vacatures mogen komen onder het personeel, zodat corrupte GVB-ers die aanbieden het gestolene op termijn terug te betalen, vrijwel zeker blijven van hun baan.

Ook de andere twee aanbevelingen van Klitgaard blijken in Amsterdam te weinig toepassing te vinden. Alleen de politie heeft met succes een autonome anti-corruptie eenheid opgezet en die ook voldoende bevoegdheden gegeven. Helemaal fout, daarentegen, was de strategie bij het GVB, waar men de corruptie probeerde aan te pakken door klikken over collega's aan te moedigen. Dat resulteerde in een sfeer van intimidatie en bedreiging waarbij de goeden lijden onder de kwaden. Een eerlijke werknemer bij het GVB verklaart: ,,Tot mijn stomme verbazing liepen de verdachten die niet vervolgd werden [omdat men niet teveel vacatures wilde] gewoon weer op de werkplek. Mijn situatie was daarmee onhoudbaar geworden.'' En een voormalig directielid vertelt over een iets eerdere periode: ,,Ik weet wat er gebeurt, ik ben er 's nachts wezen kijken en dan zaten de heren [in de remise] te zuipen en pornofilms te kijken. Maar er tegen optreden doe ik niet. Ik ben gewoon bang voor mijn eigen personeel, ook voor sommige leidinggevenden.'' Verlaan beweert ook dat soms kapotte trams zonder de noodzakelijke reparatie aan de remmen weer de remise uitreden, alleen omdat de monteurs in de werkplaats het te druk hadden met privé bijklussen of met Ajax op de televisie. Het is wel heel wrang dat oprechte mensen niet meer kunnen werken omdat het management eerst een grote klikactie aankondigt en die daarna niet consequent doorzet door alle fraudeurs te schorsen en aan te geven bij justitie. Dan is een aparte fraude-eenheid die professioneel aan het werk gaat natuurlijk veel beter dan een van hoger hand aangemoedigde klikcampagne. Andere diensten in Amsterdam stelden gelukkig wel zo'n anti-fraude eenheid in, maar geven die dan weer onvoldoende bevoegdheden. De dienst Stadstoezicht waar miljoenen guldens verdwenen bij het legen van de parkeerautomaten heeft fraude-bestrijders aangesteld, maar die moeten regelmatig overleggen met een klankbordgroep waarin de ondernemingsraad is vertegenwoordigd. Bovendien bewaken drie managers de actieradius van de speurneuzen zodat Verlaan concludeert dat bij Stadstoezicht de rechercheurs geen `vrij spel' hebben bij hun onderzoek. Niet het goede recept om corruptie zo hard mogelijk aan te pakken.

Een cruciale les uit Klitgaards handboek over corruptie-bestrijding is helaas nergens in Amsterdam nog toegepast, hoewel daar bij sommige gemeentelijke diensten genoeg aanleiding voor bestond. Klitgaard vertelt in detail hoe bij de politie in Hong Kong de corruptie pas echt minder werd toen ook een commissaris zonder pardon werd ontslagen omdat hij geen verantwoording kon afleggen over zijn luxueuze levensstijl. De lezer van Verlaans boek moet concluderen dat in Amsterdam tot nog toe opmerkelijk weinig top-managers zijn gesneuveld. Officier van justitie Plooy legt de vinger precies op de zere plek: ,,Er zijn ambtelijke en bestuurlijke eindverantwoordelijken voor de wijze waarop een individuele ambtenaar zijn werk doet.''

Maar die zitten er in Amsterdam nog steeds, zodat gemeenteambtenaren spreken over `klassenjustitie'.

Journalist Verlaan laat het trekken van een conclusie over aan zijn lezers, maar met name over het GVB is zijn boek heel duidelijk. Het management heeft zakelijk en ethisch gefaald door een klikcultuur aan te moedigen onder het lagere personeel maar tegelijkertijd de leidinggevenden in de luwte te laten. Geen wonder dat directeur André Testa volgens Verlaan het respect van zijn personeel heeft verloren. Dit najaar is bij het Amsterdamse GVB een nieuwe actie van start gegaan onder de naam `correct of corrupt', maar wie hoofdstuk 8 leest van Chaos aan de Amstel zal begrijpen waarom het personeel heel weinig vertrouwen heeft dat dit project onder de huidige algemeen directeur een succes zal worden. Onder leiding van een nieuwe directeur die wel het respect heeft van zijn personeel, zou het GVB dringend alle drie de lessen van Klitgaard moeten uitvoeren: een onafhankelijke fraude-eenheid, geen spoor van klassenjustitie, en de zwaarst mogelijke straf voor alle leidinggevenden die knoeien met gemeenschapsgeld.

De corruptie in Amsterdam is gelukkig minder dan in het verleden, maar het kan – met name bij het GVB – kennelijk nog veel beter. Zachte heelmeesters kunnen corruptie niet genezen, dat blijkt uit het wetenschappelijke boek van Klitgaard en ook uit het verslag van Verlaan. Officier van justitie Plooy vertelt dat Justitie blijft zitten met het vermoeden van collaboratie door superieuren bij Amsterdamse gemeentelijke diensten: ,,De signalen zijn er wel. Diepergaand onderzoek zou nodig zijn geweest. Het belang van een integer bestuur op alle niveaus is daarmee gediend.''