Zwembond investeert in waterpolojeugd

Het roer gaat om bij de waterpoloërs. Niet de A-internationals, maar de jeugd krijgt als het aan de zwembond ligt de komende jaren voorrang.

Voor de zoveelste keer gooit de Nederlandse zwembond (KNZB) het roer om. Terwijl het topzwemmen floreert als nooit tevoren, blijft het waterpolo het zorgenkindje van de bond die in de vrouwenploeg weliswaar een trots boegbeeld heeft, maar de mannen de laatste jaren steeds verder zag wegzakken.

Voorlopig dieptepunt was het Europees kampioenschap, drie maanden geleden in Florence waar Nederland opnieuw als speelbal fungeerde van de grootmachten. Met de twaalfde en laatste plaats verspeelde de ploeg van bondscoach Johan Aantjes de kans om via de achterdeur – het olympisch kwalificatietoernooi over vijf maanden in Hannover – alsnog in Sydney te belanden.

Reden voor de bond een gewaagde koerswijziging aan te kondigen, zoals zaterdag bleek bij de algemene ledenvergadering. Het accent wordt als het aan de KNZB ligt verschoven naar de jeugd in de leeftijd van 15 tot en met 18 jaar. In de conceptbegroting is een ton vrijgemaakt voor de junioren, terwijl voor de A-selectie `slechts' 35.000 is uitgetrokken.

Al jaren woedt een discussie. Telkens met als inzet de vraag: hoe hervindt Nederland, winnaar van olympisch brons in 1976, de aansluiting met de wereldtop? Sinds nagenoeg alle landen begin jaren negentig het amateurisme overboord zetten en kozen voor (semi-)professionalisme, groeide de kloof met de wereldtop gestaag.

In de aanloop naar de Spelen van Atlanta (1996) stak NOC*NSF ruim een half miljoen gulden in de voorbereiding, waarbij de internationals bijna vijf maanden onafgebroken trainden in Zeist. Het experiment mislukte, getuige de tiende en op twee na laatste plaats in Atlanta.

Van korte-termijnpolitiek kan de KNZB ditmaal niet beticht worden. Plaats en data zijn nog niet eens bekend, maar nu al heten de Zomerspelen van 2008 het doel te zijn van de waterpoloërs. Met het drastisch opvoeren van het aantal trainingsuren (naar 15 uur per week) en drie tot vijf regionale steunpunten hoopt de bond over vijf jaar in Athene op een olympisch diploma, oftewel een vierde, vijfde of zesde plaats.

Hoewel de plannen volgens bondscoördinator Cees van Hardeveld ,,nog in een embryonaal stadium'' verkeren, is de kans groot dat, zeker nu volgend jaar geen belangrijk seniorentoernooi op de agenda staat, het voorstel aangenomen wordt. Op 18 december mogen alle betrokken partijen op een bijeenkomst zich uitspreken over het plan, waarna het bestuur een beslissing neemt.

Van het opheffen van de A-selectie is volgens Van Hardeveld geen sprake. ,,Zeer nadrukkelijk'' beweert de oud-vrouwenbondscoach de deur open te houden voor de huidige internationals die desondanks als een lost generation kunnen worden beschouwd. ,,Maar mochten sommige jongens nu zeggen: het is mooi geweest, ik kap ermee, dan zullen we niet hemel en aarde bewegen om hen op andere gedachten te brengen.''

Maandag steken de internationals de koppen bijeen. Doelman Arie van de Bunt, al ruim tien jaar speler van het nationale team, twijfelt of hij zijn interlandcarrière voortzet. ,,En ik ben niet de enige'', beweert de 30-jarige keeper. ,,De kans bestaat dat een meerderheid de eer aan zichzelf houdt.''

Ook bondscoach Aantjes gooit wellicht de handdoek in de ring. Hoewel de oud-international begrip zegt te hebben voor de koerswijziging van de KNZB, weigert hij genoegen te nemen met de voorgestelde inkrimping van het budget voor de A-selectie. ,,Omdat ik overtuigd ben van de kwaliteit van deze jongens, die presteren zodra ze daar de middelen voor krijgen.''

Zowel Aantjes als Van de Bunt vreest dat de bond zichzelf in de voeten schiet. Van de Bunt: ,,Een actief jeugdbeleid juich ik toe, maar dan wel in combinatie met een redelijk alternatief voor de senioren. Al was het maar omdat de jonkies voorbeelden nodig hebben, spelers aan wie ze zich op kunnen trekken. Je kan ze niet zomaar in het diepe gooien.''

Vraagtekens plaatst Van de Bunt bij het sponsorbeleid. ,,Waarom slaagt de afdeling topzwemmen er wel in geldschieters te vinden, terwijl wij op een houtje moeten bijten?'' Om vervolgens zelf het antwoord te geven. ,,Het ontbreekt de bond aan wil, aan inzet en aan know-how.''

Van Hardeveld heeft zijn hoop gevestigd op NOC*NSF, dat dit jaar ruim 110.000 gulden investeerde in de mannenploeg. Hoeveel de sportkoepel de komende jaren bereid is af te staan, is onduidelijk. Op 16 december heeft Van Hardeveld een onderhoud met onder anderen Joop Alberda, technisch directeur van de olympische ploeg. Een lijst met hoopgevende prestaties kan Van Hardeveld niet overleggen in Papendal. Ook bij de jeugd speelt Nederland een bijrol. Bij het laatste internationale titeltoernooi, de EJK, eindigden de junioren afgelopen zomer op de elfde plaats.

Van Hardeveld ziet in de teleurstellende eindklassering slechts een bevestiging van de noodzaak om het accent naar de jeugd te verschuiven. ,,Daar begint onze achterstand al. Als we de kloof bij de junioren al niet kunnen dichten, lukt het bij de senioren helemaal niet meer. Aan talent ontbreekt het niet, waar het nu om gaat is het opvoeren van het aantal trainingsuren.''

Dat beseft ook jeugdbondscoach Tom Aalmoes. In reactie op de elfde plaats in Sofia lanceerde hij het idee om de nationale jeugdselectie zelfstandig mee te laten draaien in de Nederlandse hoofdklasse. Daarmee hoopt Aalmoes de fysieke en mentale weerbaarheid van zijn spelers te vergroten zodat de overstap naar het internationale seniorenniveau minder schoksgewijs zal verlopen.