Waar blijft het gewone volk?

Het gerenoveerde Royal Opera House in Covent Garden wordt bedreigd door krappe financieën en door schreeuwerige snobs. Toch is het deze week heropend.

Aria's door een SM-meesteres, muziek voor autoclaxons en deurbellen, krijsende zangers, een scheldwedstrijd, twee geliefden die Spermando en Clitoria heten, een dronken Dood en de infantiele koning Go-Go die met zijn ministers de apocalyps probeert af te wenden, die overigens niet doorzet.

Eventjes leek het superieure zelfspot dat het gerenoveerde Royal Opera House (ROH) in Covent Garden juist György Ligeti's Le Grand Macabre had opgenomen in zijn eerste programma na een sluiting van twee jaar. Geen beter werk dan deze anti-opera voor een tempel van de haute bourgeoisie die nu officieel een `Theater voor Iedereen' wil zijn. Geen beter werk ook om de bestuursruzies en artistieke vetes te parodiëren, die zich al jaren afspelen achter de coulissen van het oudste Britse opera- en ballettheater, dat met de opera's van Wenen, Salzburg, New York en Parijs tot de wereldtop hoort.

Maar wat een glorieuze hergeboorte had moeten onderstrepen, werd een pr-ramp. `Technische tegenslagen' dwongen om Le Grand Macabre af te gelasten, luidde een tandenknarsend persbericht eind vorige maand. ,,Act 1: Opera opent. Act 2: Opera sluit'', kopte The Guardian met nauwelijks verhuld leedvermaak. ,,Opera opent met sluiting'', aldus de BBC dezelfde dag kernachtig.

,,Alleen zo konden we de rest van het seizoen intact houden'', zegt de geprikkelde marketing-directeur Richard Shaw een paar dagen later tijdens een rondgang vóór en achter de schermen in Covent Garden. De Britse media blijven het project volgens hem een kwaad hart toedragen, ,,maar bij zo'n grote operatie als deze zijn technische problemen nu eenmaal onvermijdelijk'', aldus Shaw. ,,Onder uiterst moeilijke omstandigheden wordt de opera nu op tijd en on budget opgeleverd.''

Een besloten gala-avond met balletten en opera-fragmenten wijdde woensdag het complex in, in bijzijn van de Britse vorstin, haar Moeder, premier Blair en oud-premier Thatcher. Morgen mag het publiek hetzelfde programma voor het eerst zien. En maandag gaat een nieuwe editie van Verdi's Falstaff in première. De regie is in handen van Graham Vick en het orkest wordt gedirigeerd door Bernard Haitink.

Dat Haitink, de vaste dirigent van het opera-orkest, er nog is, bewijst dat de opera inderdaad uit het moeras is gekrabbeld. Vorig jaar schreef hij nog zijn ontslagbrief uit protest tegen het bevel dat de drie bespelers van Covent Garden – The Royal Opera, The Royal Ballet en The Orchestra of the Royal Opera House – een jaar lang moesten stoppen.

Radicaal bezuinigen was nodig om de verbouwing te kunnen betalen, waarvoor Covent Garden toen al een jaar was gesloten. Maar Haitink weigerde, sponsors dreigden weg te lopen, onder personeel en artiesten brak een opstand uit en een deel van het Royal Ballet begon onder een nieuwe naam voor zichzelf.

Het leek de genadeslag voor het in 1995 begonnen project om het bouwvallige, inefficiënte en als elitair bekend staande operahuis met een injectie van 214 miljoen pond (725 miljoen gulden) te herbouwen en te hervormen. Daarop rustte al jaren geen zegen. De nieuwe National Lottery, de geprivatiseerde loterij waarmee Thatcherland de gaten in de teruggesnoeide staatsbegroting voor kunst en cultuur wilde dichten, droeg 78,5 miljoen pond bij. Maar veel Britten zagen er dit in: de elite kon kennelijk vrij in de loterijgelden graaien. Die indruk werd nog versterkt toen twee loterij-bestuurders die de schenking hadden verzorgd binnen twee jaar een plek kregen in de opera-top.

Intussen bleef Covent Garden een bouwput, liepen de verliezen op en vloeide er geregeld bloed uit de bestuurskamer. Tot bestuursvoorzitter Sir Colin Southgate, de in maart aangetreden chef van muziekreus EMI, besloot dat de tijd van zachte heelmeesters voorbij was. Met steun van de nieuwe Labourregering gaf hij het bevel voor de winterslaap. Als directeur en interim-manager werd een onbesmette buitenstaander gevonden, de Amerikaan Michael Kaiser. Het personeel kreeg een nieuw contract voorgelegd en Haitink werd met veel moeite binnenboord gehouden. Wat de genadeslag leek, werd het keerpunt.

Kathedraal

Architect Dixon Jones mocht geen compleet nieuw operagebouw ontwerpen, zoals de Bastille in Parijs, de Amsterdamse Stopera of het Britse Glyndebourne. Vast gegeven was het in 1858 geopende theater met zijn witte zuilenfaçade, het derde op die plek sinds er twee in de anderhalve eeuw daarvóór door brand waren verwoest. Gegeven was ook de naastgelegen kolossale Floral Hall, een als bloemenmarkt gebouwde kathedraal van glas-en-gietijzer, waarvan het dak in 1956 eveneens door brand verloren ging en die sindsdien werd gebruikt om decors op te slaan.

Toch is het project veel meer dan alleen een restauratie. Want de twee bestaande gebouwen hebben niet alleen zelf een nieuw leven gekregen, ze zijn de pronkstukken in een fonkelnieuwe complex dat de hele noordoosthoek van het Covent Garden-plein beslaat.

Dat omvat verder twee winkelgalerijen, een nieuwe promenade tussen het plein en de hoofdingang aan de smalle Bow Street, een nieuw blok van marmer en glas dat kantoren en muziekstudio's huisvest en loggia-achtige dakterrassen met een weergaloos uitzicht over de stad. Omdat de skyline intact moest blijven, goochelde Dixon Jones met bestaande vloeren en werd een parkeerplaats geannexeerd. Zo kwam er ruimte voor vijf balletstudio's. En achter het toneel, voorheen een nauw labyrint, is nu plaats voor drie complete opera- of balletdecors die op rolwagens vliegensvlug kunnen worden gewisseld.

In de Floral Hall – omgedoopt tot Vilar Floral Hall, naar de Cubaanse weldoener Alberto Vilar die een geheim bedrag inleverde – werden deze week de champagneglazen gewreven en technici van de BBC sleepten er met kabels en lampen. Roltrappen leiden naar het nieuwe restaurant, de dakterrassen en de hogere zitplaatsen van het theater.

Eerdere generaties operagangers moesten nog dringen tussen de crapaudjes van de Crush Bar om een glas te bemachtigen. Nu is de Floral Hall zowel centrale foyer als `verkeersplein' en een semi-permanente tv-studio bij live-opera, voor discussieprogramma's en voor trekkingen van de loterij. Er is ook een nieuw `studiotheater' met 450 zitplaatsen.

Na het matglas, de grijstinten en het roestvrijstaal van de Floral Hall is het in het oude theater opeens heel erg 1858. Tenminste, zo lijkt het. ,,Het theater is helemaal afgepeld en opnieuw in elkaar gezet'', zegt Richard Shaw. Alleen aan het bouwkundige `skelet' van de zaal en de omliggende gangen, trappen en foyers is niets veranderd. Verder is alles vernieuwd of gerestaureerd, maar steeds zo dicht mogelijk in de buurt van het origineel. Dat moest omdat het Victoriaanse bonbondoosje op de nationale monumentenlijst staat.

Dus het pluche, de luchters en het verguldsel bleven. Net als de loges en het draaiorgelhoutsnijwerk. Maar in plafonds en vloeren is nu wel discreet airconditioning verwerkt. De verlichting is verbeterd. En het aantal stoelen is met 85 uitgebreid tot 2157, die met hulp van een computerprogramma opnieuw zijn opgesteld om maximaal zicht te geven op het toneel.

Na de Millennium Dome in Greenwich, de nieuwe annex van de Tate Gallery op de zuidoever van de Theems en het 140 meter hoge reuzenrad tegenover de Big Ben heeft Londen er met de vernieuwde opera een architectonisch paradepaard bij. Maar of het Royal Opera House als onderneming een gouden toekomst tegemoet gaat, is een open vraag.

Fantomen

Een van de bekende fantomen die er blijven rondspoken heet exploitatiekosten. De oude opera was legendarisch vanwege haar gebrek aan doelmatigheid. Zo werden vaak kapitale decors gebouwd, waarna een grillige regisseur ze ongebruikt liet vernietigen. De Royal Ballet en de Royal Opera leefden in felle competitie en planden regelmatig premières rond dezelfde dag, waarna de organisatie instortte en het gebouw nog net niet.

En de opera deed zichzelf ook fors te kort door `de illusie van grandeur', zoals een consultant het noemt die in de jaren tachtig bij een reorganisatie was betrokken en anoniem wil blijven. ,,De box office, het kaartenbureau, moest jarenlang elke dag tientallen van de beste plaatsen achterhouden, voor het geval het management ze nodig had om uit de delen aan hoge gasten, zoals buitenlandse royalty of bedrijfsbobo's'', zegt hij. ,,Maar als er geen gasten waren, was het te laat om die kaarten alsnog te verkopen en bleven de beste stoelen leeg. En kwamen er wel gasten, dan zaten ze gratis op een dure stoel.''

Aangenomen wordt dat Michael Kaiser zulke misstanden heeft weggewied. Maar op andere terreinen ligt het minder eenvoudig. De ambitieuze carrousel van opera- en balletvoorstellingen op hetzelfde podium is relatief arbeidsintensief en duur, alleen al omdat het drie ploegen toneelknechten vergt die 24 uur per dag in touw zijn.

Het schema luister nauw en duldt nauwelijks speling. Wat te doen als een bepaalde voorstelling niet blijkt te lopen? Of wanneer een geplande voorstelling niet kan doorgaan omdat de financiering niet rondkomt, of door technische problemen? De afgelasting van Le Grand Macabre toonde al aan waar het fout kan gaan en Kaiser heeft laten weten het komende jaar meer problemen te verwachten.

Het management van de opera blijft bovendien `topzwaar', met kans op kostbare en onproductieve guerrilla's, bijvoorbeeld tussen Antonio Papano, de overkoepelende artistiek-leider, en de drie quasi-zelfstandige artistiek-directeuren van ballet, opera en orkest. Het runnen van een theater is ,,geen exacte wetenschap'', schreef de Financial Times vorige week. Kaiser mag een briljante `verandermanager' zijn, of hij op de lange termijn in staat is de opera in goede banen te houden is twijfelachtig, aldus de krant.

Michael Quine, lector kunstmanagement aan de City University in Londen en een specialist op het gebied van `prijssystemen' in de podiumkunsten, ziet nog een probleem. ,,De exploitatie houdt een chronisch tekort'', zegt hij desgevraagd. ,,Ik vermoed dat de sponsors die het kapitaal voor de verbouwing hebben gefourneerd binnenkort ook om een bijdrage in de exploitatie gevraagd wordt.''

Dat is overigens niet alleen de schuld van de opera. De Britse overheid dwingt theaters om zestig procent van hun begroting zelf op te brengen; elders in Europa is het soms maar tien of vijftien procent, aldus Quine. Maar tegelijkertijd wil (en moet) Covent Garden wel top-opera leveren met buitenlandse sterren en spectaculaire decors. Dat kost geld. ,,Zo zit de opera voorlopig klem tussen kosten die internationaal worden opgestuwd en baten die `thuis' worden gedrukt door lage subsidies'', zegt Quine. Tony Blair houdt wel van kunst, maar hij houdt ook zijn hand op de knip. Zo blijft de opera voorlopig gegijzeld door het dure kaartje.

Hoge toegangsprijzen, survival-techniek onder Thatcher, leverden de opera ook uit aan degenen die zo'n bedrag graag missen voor een avondje uit. Het imago van exclusieve club voor de patsende jet set was definitief gevestigd. Intussen hebben de Arts Council (de Britse Raad voor Cultuur), grote sponsors en twee regeringen van verschillende kleur geëist om de drempel te verlagen. En inderdaad kan het winkelpubliek er vanaf maandag elke dag tussen tien en drie terecht voor een kop koffie of een lunch, worden er meer opera's vanuit Covent Garden op televisie uitgezonden, is het repertoire officieel `zo breed mogelijk' en hebben bejaarden en studenten recht op korting.

En Falstaff kun je al voor zes pond zien. Hoewel, zien? Die twintig gulden betaal je in de matinée voor een stoel op het schellinkje, zes hoog vlak onder de nok, met zicht op een hoekje podium. Maar de meeste stoelen voor dezelfde voorstelling kosten op een doordeweekse avond 150 pond. De prijzen voor de andere operavoorstellingen in het eerste seizoen lopen op tot honderd pond, en tot zestig pond voor de voorstellingen van het Royal Ballet.

Voetbalwedstrijd

Of het publiek echt zal veranderen is dus de vraag en niet alleen omdat opera nu eenmaal andere mensen trekt dan een (even dure) voetbalwedstrijd. Het is ook omdat veel sponsors voorwaarden stellen die het exclusieve karakter van de opera verstevigen. Zoals aparte voorontvangsten voor een selecte groep relaties en de bijbehorende `blokken' kaarten die niet op de vrije markt komen. Of door het eisen van grote maar onevenredig dure namen in de Placido Domingo-sector. Het doorbreken van dat systeem is onmogelijk zolang de opera financieel van bedrijven afhankelijk is.

Of van particuliere weldoeners. Zoals Vivien Duffield, een operafanaat en een van de grootste maecenassen van de Britse kunst. Zij wordt weliswaar af en toe bij Marks & Spencer en in de Londense metro gezien, maar met haar huizen in Gstaad en Cap Ferrat en haar plaats in het bestuur belichaamt ze de opera als speeltje voor de elite. Hoe ver haar invloed strekt is onbekend. Wel is één van de balletstudio's genoemd naar haar vader, de onroerend goedmagnaat Charlie Clore. En op de onderste verdieping van de Floral Hall beschikt ze over privévertrekken, waar ze discreet gasten kan entertainen.

Gerald Kaufman, een Labour-parlementariër met een cultuur- en media-portefeuille, gaat met een zwaar gemoed naar Covent Garden. Hij leidde het comité dat de voorlaatste lichting operabestuurders ontsloeg en Michael Kaiser inhuurde om de `claustrofobische cultuur' in het theater aan te pakken. En om de klassenstrijd te voeren.

,,Eén stap over de drempel zal me vertellen of het een People's Opera is geworden'', schreef hij vorige week in sombere bijdrage voor The Guardian. ,,Als de foyer is gevuld met mensen met een aardappel in hun keel die hun geschetter onderbreken om elkaar een air kiss te geven, weet ik dat de oude toffe atmosfeer van een privéclub heeft overleefd (-) Als ik in de bar tafeltjes met `gereserveerd' zie voor de gerookte zalm in de pauze, weet ik dat Michael Kaisers doctrine van toegankelijkheid vernield wordt door diegenen die aan het hoofd hebben gestaan bij de bijna-fatale ineenstorting van het oude Covent Garden.'' Of het iets wordt met zijn volksopera moet de toekomst uitwijzen. In zijn verplichte smoking tussen de première-vips wordt hij dezer dagen vast teleurgesteld in zijn wens. En dat weet hij. ,,Ik hoop niet dat ze vergif in mijn champagne doen'', zei hij.

Royal Opera House, Covent Garden, Londen WC2. Ballet t/m febr. 2000 onder meer: A Celebration of International Choreography; The Nutcracker (Tsjaikovski) en The MacMillan Inheritance. Opera: Falstaff (Verdi); Gawain (Birtwistle), La Clemenza di Tito (Mozart) en Otello (Rossini).

Inl. +44(0)20-7304-4000. Internet: www.royalopera.org.uk; ook voor boekingen. Metro: Covent Garden. `Backstage tours': ma t/m za om 10.30u, 12.30u en 14.30u; prijs: £ 6,00.