Schwabs personages zijn deerniswekkend onbevangen

Tegen het verbale geweld van de Duitse auteur Werner Schwab is bijna geen toneelpersonage bestand. Geen zin is alledaags, geen mededeling voor slechts een uitleg vatbaar. De stijlfiguren vliegen je om de oren. Het Zuidelijk Toneel speelt in de regie van Mechtild Prins zijn stuk De hemel mijn lief mijn stervende prooi: liefde, dood en oorlog, het is op zijn Duits een geweldige potpourri.

Hoofdpersoon Hermann Wurm (Steye van Dam) verdient een fortuin met zijn perverse kunst. Steenrijke kunstliefhebbers, een doortrapte galeriehoudster en zijn handlangers stoten hem op naar de hoogste regionen. Daarbij vertrapt hij zijn zorgzame moeder en zijn al even toegewijde vriendin, gespeeld door Femke Klinkenbijl. Zo, op het eerste gezicht, lijkt De hemel etc. een variant op Petra von Kant van Fassbinder, een toneelstuk over een modeontwerpster met te smalle schouders voor haar succes. We kunnen er een persiflage in zien op Andy Warhol met zijn The Factory. Wanneer de hoogmoed onstuimig bezit neemt van Hermann Wurm snijdt hij zich een oor af à la Van Gogh en, tot slot, gedraagt hij zich als de martelaar van de wereld, Christus. Dit rise and fall-verhaal van een kunstenaar gebruikt Schwab om zijn als gelukzalig gepresenteerde gedachten over darmen, aarde, faecaliën, het `baarmoederdierlijke', `het mannelijk braadworstachtige' ten beste te geven. En dat gebeurt briljant, zo grimmig monomaan als Schwab haalt niemand zwangerschap, geboorte, de liefdesdaad door het slijk.

Door de mengeling van pure banaliteit en archaïsmen krijgt de taal iets afstandelijks. Ik denk dat die distantie Schwabs redding als toneelschrijver is. Hoe larmoyant moeder en vriendin ook zijn, hoe karikaturaal de galeriehoudster en hoe onhebbelijk, arrogant en megalomaan de hoofdpersoon zich ook gedraagt, ze zijn deerniswekkend. Mechtild Prins verzamelde enkele jonge spelers om zich heen van de Academie voor Drama in Eindhoven. Zij laat hen acteren in een decor als een slagveld van rotzooi, verf, kleren, een besmeurd matras, kortom: zó kennen we de kunstenaar als wildeman. Juist die onbevangen jongheid van de spelers maakt De hemel etc. intrigerend, omdat zij Schwabs zinnen als woedende metaforen met een prille onschuld spelen. Vooral Femke Klinkenbijl treft die naïviteit erg mooi; ze kijkt verwonderd om wat ze nu weer zegt. Dat is de beste manier om Schwab te spelen, onnadrukkelijk en achteloos. De verbijstering bij de toeschouwer over de Werdegang van deze mensen wordt er des te pijnlijker door. Tot slot krijgt moeder het woord, ze neemt haar zoon tussen haar knieën en zegt, hem door het haar strelend: ,,Als wij mensen sterven sterven wij aan de mensen.'' Alle woede valt op zijn plaats.

Voorstelling: De hemel mijn lief mijn stervende prooi van Werner Schwab door Het Zuidelijk Toneel. Vertaling: Tom Kleijn; regie: Mechtild Prins; spelers: Femke Klinkenbijl, Steye van Dam e.a. Gezien 2/12 Plaza Futura, Eindhoven. Te zien t/m 10/12 aldaar. Tournee t/m 17/12. Inl.: (040) 233 36 33.