Rijk steekt geld in gemeentevervoer

Het rijk trekt 100 miljoen gulden uit voor deelnemingen in gemeentelijke vervoerbedrijven. Deze kapitaalinjecties moeten de gewenste privatisering van de publieke vervoersbedrijven vergemakkelijken.

Minister Netelenbos (Verkeer en Waterstaat) stuurt een dezer dagen een brief naar de Nederlandse gemeenten over de oprichting van wat voluit heet de Stichting Participatiefonds Gemeentelijke Vervoerbedrijven. De gemeenten Amsterdam, Rotterdam, Den Haag, Utrecht, Nijmegen, Dordrecht en Maastricht zouden al interesse hebben getoond.

Dat zegt directeur W. Etty van het nieuwe participatiefonds. Het ministerie van Verkeer en Waterstaat kon vanochtend geen inhoudelijk commentaar geven. De participaties van het fonds worden op termijn verkocht aan particuliere partijen op wat een grotendeels geliberaliseerde markt voor openbaar vervoer moet worden. ,,De deelnemingen moeten in de tussentijd een marktconform rendement opleveren'', aldus Etty.

Adviseur Etty zal de komende maanden de geïnteresseerde bedrijven doorlichten en de ondernemingsplannen beoordelen. Boven hem staat een raad van commissarissen, waarvan oud-bankier W. Scherpenhuijsen Rom voorzitter is en waarin verder vertegenwoordigers zitten van Verkeer en Waterstaat en Financiën.

Het paarse kabinet is bezig met de liberalisering van de openbaar-vervoersector, waarvoor een wetsvoorstel bij de Tweede Kamer ligt. Gemeentes en provincies worden geacht niet langer zelf bussen en trams te exploiteren, maar dat over te dragen aan marktpartijen. Daarbij wordt vastgelegd welke diensten de particuliere vervoerder moeten leveren. De gemeente Groningen heeft haar vervoerbedrijf in 1995 al verkocht aan een Amerikaans en later Brits busbedrijf.

De privatisering wordt bemoeilijkt doordat de gemeentelijke diensten geen eigen vermogen hebben. Het participatiefonds moet daarin voorzien, zodat de onderneming rijp gemaakt kan worden voor verkoop. Hoe groot de deelnemingen worden is nog onduidelijk. ,,Het kan een 50-50 verhouding zijn met de deelneming van de gemeente. Dat hangt af van het ondernemingsplan'', zegt Etty. Hij wil evenmin ingaan op de vraag hoe de bedrijven er op dit moment voorstaan. Al in het begin van vorig jaar kondigde het ministerie de oprichting van een fonds aan, maar pas nu wordt dat geëffectueerd.

De deelnemingen van het fonds betekenen in feite een tijdelijke nationalisatie van de vervoerbedrijven die ongeveer een eeuw lang in handen van de lokale overheden zijn geweest. Hoe tijdelijk, is de vraag, als er over enkele jaren geen kopers blijken zijn. ,,Voor een antwoord daarop vind ik het te vroeg'', zegt Etty: ,,Ik weet nu nog niet of de gemeente het belang dan terugkoopt of dat het fonds de participatie dan juist uitbreidt.''