Rekenkunde

Als je een konijn vraagt

Hoeveel is twee keer twee,

Dan is het antwoord tien;

En twee keer drie is twaalf,

En drie keer drie is eenentwintig.

Want het konijnenstelsel is viertallig,

Dat staat in verband met de constante

Hoeveelheid poten per konijn,

En ook per poot het aantal tenen.

Toch zijn konijnen

In rekenen niet altijd meesters;

Hun optellen lijkt nergens naar,

Hun staartdelingen schieten te kort,

Breuken, daar maken ze niets van.

Maar vermenigvuldigen, daar zijn ze goed in,

En ze weten ook goed raad met wortels:

Het aantal oren, tel ze maar,

Is de wortel uit het aantal poten.