Onenigheid over positie informanten

De Kamer wil dat politie en justitie informanten voordat zij in actie komen duidelijk te kennen geven welke middelen zijn toegestaan, en welke niet. Minister Korthals (Justitie) weigert informanten een vrijbrief te geven.

Gisteren debatteerde Korthals met de Kamer over de 63 aanbevelingen voor al dan niet geoorloofde opsporingsmethoden die de commissie-Kalsbeek heeft geformuleerd.

Volgens de fracties van PvdA, CDA, GPV, RPF en SGP zullen zich bij politie en justitie geen informanten meer aandienen als die het risico lopen achteraf te worden vervolgd voor strafbare feiten, terwijl zij die hebben gepleegd `onder regie' van opsporingsambtenaren. De informant moet bij voorbaat weten wat hem eventueel boven het hoofd hangt.

Minister Korthals stelt daar tegenover dat vooraf nooit duidelijk kan zijn wat zich tijdens zo'n actie voordoet en dat de informant dus ook onmogelijk een vrijbrief kan krijgen.

Belangrijkste twistpunt tussen minister en Kamer is de precieze `rechtspositie' van de informant. Informanten bewegen zich in kringen van een criminele bende zonder daarvan deel uit te maken. Burgerinfiltranten nemen wel actief deel aan de criminele organisatie, maar krijgen daarvoor strikte aanwijzingen van politie en justitie.

Dit `runnen' van infiltranten door politie of justitie is een zwaardere opsporingsmethode. Hiervoor gelden diepgaande procedures.

De woordvoerders delen de mening van de bewindsman dat een informant soms is gedwongen strafbare hand- en spandiensten te verrichten om het vertrouwen van een criminele bende niet te verliezen.

Een informant zou bijvoorbeeld een loods mogen verhuren, terwijl hij weet dat een crimineel daar gestolen goederen zal opslaan. In dat geval pleegt hij een strafbaar feit, maar hij kan niet anders, zo betoogt Korthals. Uitgangspunt dient niettemin te blijven dat informanten in principe geen strafbare feiten plegen.

Het openbaar ministerie moet volgens Korthals achteraf bekijken of de door de informant gepleegde feiten binnen de perken zijn gebleven.

De woordvoeders Van Oven (PvdA) en Van de Camp (CDA) vrezen dat potentiële informanten onder die dreiging zullen afhaken.

Het debat over de aanbevelingen van de commissie-Kalsbeek werd ingesteld na de parlementaire enquête opsporingsmethoden over de IRT-affaire. De commissie onderzocht wat er is gedaan met de uitkomsten van die enquête. Veruit de meeste aanbevelingen van de commissie-Kalsbeek zijn door minister Korthals overgenomen.

Het debat over de aanbevelingen van de commissie-Kalsbeek wordt waarschijnlijk volgende week voortgezet.