`Marokko moet verleden ophelderen'

Marokko moet een nationale commissie oprichten naar Zuid-Afrikaans model om de waarheid boven tafel te krijgen rond de verdwijningen, martelingen en de moorden op politieke gevangenen die de afgelopen dertig jaar hebben plaatsgehad.

Dat meent Abraham Serfaty, voormalig opposant en banneling onder wijlen koning Hassan II. Volgens Serfaty, die eind september naar Marokko terugkeerde, gaat het er daarbij niet zozeer om de verantwoordelijken strafrechtelijk te veroordelen, maar om een periode van de Marokko's geschiedenis af te sluiten. ,,De waarheidsvinding – zonder wraakgevoelens – is een noodzakelijke basis om een moderne, democratische maatschappij op te bouwen'', meent Serfaty.

Bij de Adviesraad voor de Mensenrechten in Marokko zijn intussen 1.370 aanvragen ingediend voor schadevergoeding voor verdwenen gevangenen en voor mensen die de afgelopen decennia ten onrechte in de gevangenis hebben gezeten. De raad zal op basis van de dossiers overgaan tot een uitkering bij wijze van genoegdoening aan de slachtoffers dan wel hun familieleden.

De adviesraad geldt als een van de initiatieven van de nieuwe Marokkaanse koning Mohammed VI om af te rekenen met de periode van politieke onderdrukking tijdens het regime van zijn deze zomer overleden vader. De Adviesraad voor de mensenrechten zal zich uitsluitend buigen over de redelijkheid van een schadevergoedingen. De individuele schuldvraag en mogelijke vervolging van de daders door justitie blijft daarbij buiten beschouwing.

Er is de laatste maanden een vrij openlijke aandacht voor de mensenrechten in Marokko. Zo kon de onafhankelijke Marokkaanse mensenrechtencommissie, de OMDH, vrijelijk een uiterst kritisch rapport publiceren over het politie-optreden eind september en oktober in Laâyoune (Westelijke Sahara), waarbij een groot aantal gewonden viel.