`Marokko is erg veranderd'

De beroemde Marokkaanse dissident Abraham Serfaty blijkt na zijn terugkeer in zijn land veel van zijn radicale gedachtengoed te hebben herzien.

Weinigen hadden verwacht Abraham Serfaty (73 jaar) – oudgediend marxist en Marokko's bekendste balling – ooit nog in levende lijve op Marokkaanse bodem terug te zien. Na acht jaar gedwongen verblijf in Parijs en zeventien jaar in de ergste Marokkaanse gevangenissen, lijkt Serfaty zelf ook nog te moeten wennen aan de villa bij de zee in Mohammedia die hem ter beschikking is gesteld. ,,Marokko is veranderd, erg veranderd'', zegt hij over de koorts die het land in zijn greep heeft na het aantreden van koning Mohammed VI.

Ook Serfaty is veranderd. ,,Ik heb groot vertrouwen in de nieuwe koning'', zegt de man die ooit gezworen vijand was van de monarchie in het algemeen en koning Hassan II in het bijzonder. ,,Niet alleen ik, maar al mijn vrienden uit de republikeinse hoek moeten erkennen dat er nu een ruime steun voor het koningshuis bestaat. Die realiteit moeten we accepteren.''

Serfaty's terugkomst eind september was voor veel Marokkanen het definitieve teken dat koning Mohammed brak met het donkere verleden van het regime van zijn vader. Het was een terugkeer in de beste traditie van een oosterse paleis-samenzwering. Achter de rug om van de oppermachtige minister van Binnenlandse Zaken Driss Basri, de man die twintig jaar lang de trouwe grootvizier van zijn vader was geweest, bereidde de jonge koning de terugkomst van Serfaty voor. In het diepste geheim werd een van zijn vertrouwensmannen met een verzoenende boodschap naar Parijs gezonden. Serfaty gaf te kennen graag weer terug te komen uit zijn ballingschap.

Abraham Serfaty en zijn Franse vrouw Christine werden op het vliegveld van Rabat binnengehaald met officieel vertoon. Voor Driss Basri had de nederlaag niet pijnlijker kunnen zijn: de man die hij had proberen klein te krijgen in gevangenissen en ballingschap werd persoonlijk en met alle égards begroet door zijn collega-minister van Justitie en naaste medewerkers van de koning. Zes weken later werd de minister van Binnenlandse Zaken zelf door de koning de laan uitgestuurd.

Serfaty lijkt er niet direct de persoon naar die veel plezier beleeft aan de onttroning van de man die hem een groot deel van zijn leven zuur maakte. ,,Dat Basri zou verdwijnen was wel duidelijk'', oordeelt hij droogjes. ,,Hij was de chef van de makhzen (het Marokkaanse systeem van institutionele corruptie, red.) met banden naar de mafia. De nieuwe koning heeft het proces alleen wat versneld.''

Als Serfaty zijn zin krijgt met zijn waarheidscommissie, zou Basri wèl worden vervolgd. Twintig jaar systematische terreur tegen de politieke oppositie, met honderden verdwijningen, martelingen en moorden, rechtvaardigen een dergelijke aanpak meent hij. ,,Ik volg met grote belangstelling de pogingen om Pinochet in Spanje voor het gerecht te krijgen. Basri zou wegens misdaden tegen de menselijkheid vervolgd moeten worden, bij voorkeur in Marokko zelf.''

Het zijn uitspraken die tot voor kort hooguit gedacht en zeker niet uitgesproken konden worden in Marokko. In de nieuwe situatie blijkt Serfaty veel van zijn radicale gedachtengoed te hebben herzien. Een van de voornaamste redenen waarom Serfaty in het verleden de woede van de autoriteiten over zich afriep was dat hij als een van de weinige Marokkaanse intellectuelen openlijk stelling nam tegen de inlijving van de Westelijke Sahara en vóór de verzetsbeweging Polisario. De nieuwe koning heeft in zijn recente toespraken echter de deur geopend voor een vorm van zelfbestuur voor de voormalige Spaanse kolonie, zo meent hij. Constructies als een autonome regio's zoals in Spanje zijn volgens hem goed denkbaar. ,,Er moet een oplossing komen zonder winnaars en verliezers'', zegt Serfaty. ,,Dat betekent onderhandelingen waarbij ook het Polisario concessies zal moeten doen''.

Politiek ziet Serfaty geen rol meer voor zichzelf weggelegd. Maar als symbool van de strijd tegen de onderdrukking blijft hij zijn idealen trouw. Bij wijze van protest tegen de slechte werkomstandigheden, die de afgelopen twee jaar al tien levens eisten, bezocht hij een geprivatiseerde mijn in de binnenlanden van Marokko. Volgende week zal Serfaty, gezeten in zijn rolstoel, aanwezig zijn bij een hoger beroep van arbeiders in een kippen-boerderij die werden ontslagen omdat ze een vakbond wilde oprichten. ,,Het volk is veranderd, er is geen angst meer zoals vroeger'', meent hij. ,,Ook intellectuelen en ondernemers zijn gelukkig met de tijd meegegaan. Maar er zijn nog altijd politie-agenten, rechters en zakenlieden die niet hebben begrepen dat er een nieuwe wind waait in Marokko.''

Marokko moet niet omzien in wrok, maar ook niet vergeten. Drie symbolische monumenten zijn volgens Serfaty op hun plaats om de zwarte bladzijden uit de recente geschiedenis hun plaats te geven in het collectieve geheugen. Een gedenkteken voor Mehdi Ben Barka natuurlijk, de legendarische oppositieleider die in 1965 in Parijs spoorloos verdween. Het tot puin vervallen huis in het Rifgebied – systematisch genegeerd door de voormalige koning – van waaruit Berberleider Abdelkrim zijn opstand tegen de Spanjaarden organiseerde, moet worden herbouwd. En dan is er de geheime martelgevangenis in Tazmamart, waar slechts een handjevol politieke gevangenen levend uit tevoorschijn kwam. ,,Tazmamart moet blijven bestaan als gedenkteken'', zegt Serfaty, merkbaar aangedaan. ,,Niet alleen om de overlevenden recht te doen, maar ook als monument voor eeuwen die komen.''