Leve Hugo Black

`Zou ik werkelijk willen sterven voor Brusselmans' recht op belediging?' riep Hans Ree uit op de achterpagina van NRC Handelsblad (`Estafette', 16-11-1999).

Het moet me van het hart dat dit wel een heel demagogische uitroep is. Driewerf demagogisch, want 1. het gaat niet om Brusselmans en 2. ook niet om enig `recht op belediging'. En 3.: ook de toevoeging van het woord `werkelijk' bij `willen sterven' is misleidend; het gaat uiteraard om beeldspraak.

Die stervensbereidheid kwam uit `een beroemd citaat van Voltaire' dat voorafging aan de Brusselmans-petitie, luidend: `Mijnheer, ik ben het hartgrondig oneens met ieder woord dat u zegt, maar ik zou mijn leven geven voor uw recht die woorden te zeggen'.

Hans Ree noemt dit citaat (het is trouwens niet van Voltaire, maar soit) `eigenlijk flauwekul', en ik kan haast niet geloven dat hij dat meent. Ontdaan van retoriek is het eenvoudig het beginsel dat mensen met wie je het oneens bent de mond niet mag worden gesnoerd. In mijn ogen is dat verre van flauwekul maar integendeel de fundamentele demarcatielijn tussen fatsoen en barbarij. Tegenstanders tot zwijgen brengen: in grote delen van de wereld is dat nog steeds de gebruikelijke gang van zaken. In veel gevallen krijg je dan het argument erbij dat er wel degelijk vrijheid van meningsuiting is, `zolang er geen misbruik van wordt gemaakt'.

Ook bij ons is dat een gedachtegang die nog steeds veel aanhangers heeft, zoals blijkt uit de vele pogingen om duidelijk te maken dat Uitgeverij Guggenheimer toch heus een waardeloos boek is. Xandra Schutte besteedt er in Vrij Nederland een heel artikel aan, en concludeert: ,,De schrijvers die Brusselmans steunen staan op de barricaden voor een grote leegte. Voor niets.''

Hieruit blijkt dat ook zij veronderstelt dat het om de inhoud of de strekking van het boek van Brusselmans was begonnen. Dat is niet zo, het gaat om het verbieden van een boek; wat in het geding is, is niet zoiets als Brusselmans' `recht op belediging', maar gewoon de vrijheid van drukpers. Dat wordt door veel mensen niet begrepen; vraag een paar willekeurige Nederlanders of zij de vrijheid van drukpers zijn toegedaan en je krijgt als antwoord dat die vrijheid er zijn moet, `maar natuurlijk niet voor excessen'.

De waarheid is dat het nu juist begonnen is om de excessen. Zolang het gaat om teksten waar niemand last van heeft is er uiteraard geen probleem. Het is net zoiets als het recht op bescherming: het gevoel is vrij algemeen dat dat niet geldt voor verkrachters en kinderlokkers; maar dat recht is er ook voor slechte mensen, zoals de vrijheid van drukpers ook voor slechte boeken geldt.

Een verwante kwestie is die van Gangsta Rap, een muzikaal genre dat gebruikmaakt van de meest stuitende (beledigende, seksistische en tot geweld oproepende) teksten, en toch wordt het recht om er cd's van in omloop te brengen nog altijd erkend. Het is de moeite waard om na te lezen wat Karel van het Reve over deze problematiek heeft geschreven. `Er is een lid van het Hooggerechtshof van de Verenigde Staten geweest die Hugo Black heette en die ervoor pleitte om alle wetten waarin iets dat iemand zegt of schrijft strafbaar gesteld wordt, ongeldig te verklaren. Ik ben een aanhanger van die Hugo Black.'