Jorritsma regelt toezicht op gasmarkt

Om de toegang tot het gasnetwerk te garanderen op de te liberaliseren markt krijgt de Nederlandse Mededingingsautoriteit vergaande bevoegdheden. Ook Gasunie zal een belangrijke publieke taak houden.

Dat staat in de antwoorden op de Kamervragen die gesteld zijn naar aanleiding van de nieuwe Gaswet. Minister Jorritsma heeft de antwoorden gisteren naar de Tweede Kamer gestuurd.

Voor de vrije gasmarkt is een vrije toegang tot het transportnet van cruciaal belang. Distributeurs zullen daarom een administratieve scheiding moeten aanbrengen tussen gas dat ze voor eigen opslag vervoeren en gas dat ze voor opdrachtgevers transporteren. Voor het transport ten behoeve van derden dient de distributeur tarieven en voorwaarden te publiceren. Als hen transport wordt geweigerd, kan de benadeelde bij de mededingingsautoreit NMa terecht.

Wanneer de markt goed tot ontwikkeling is gekomen, zal de overheidsbemoeienis met de prijzen kunnen afnemen, verwacht Jorritsma. ,,Een goed werkende markt levert prijsprikkels, waarmee het belang van de consument beter is gediend dan met prijstoezicht van de overheid.'' De overheid kan zich dan beperken tot het waarborgen van de toegang tot markt en transportvoorzieningen.

Jorritsma blijft voorstander van snellere liberalisering dan waarin de wet nu voorziet. Kleinverbruikers, die volgens de wet pas over acht jaar vrij zijn in de keuze van leverancier, kunnen wat haar betreft al eerder op de vrije markt terecht. De Europese richtlijn waarop de Nederlandse liberalisering is gebaseerd schrijft voor dat in 2007 minimaal 33 procent van de gasmarkt vrij moet zijn. Jorritsma wil ver voor die tijd, waarschijnlijk al in 2003, de markt volledig hebben geliberaliseerd.

Gasunie krijgt in de nieuwe gaswet een wettelijke taak om het zogenoemde kleine-veldenbeleid uit te voeren. Als producenten gas uit die kleine velden aanbieden, moet Gasunie dat afnemen en de afname van gas uit het grotere Groningenveld daarop afstemmen. Het Groningenveld kan zo als nationale reserve dienst blijven doen. Het verankeren van deze praktijk in de wet geeft de producenten van het gas zekerheid over hun afzetmogelijkheden in een vrijere markt.

Verder denkt het rijk na over een andere, waarschijnlijk kleinere rol in Gasunie. ,,Wanneer de wet van kracht is geworden, zijn het aandeelhouderschap van de Staat en de overeenkomst Staat-Gasunie niet langer noodzakelijk om een goede uitoefening van die coördinatietaak te waarborgen'', aldus Jorritsma.

Een eerste aanzet tot een gewijzigde rol van de overheid in Gasunie stond al in het Energierapport dat minister Jorritma twee weken terug naar de Kamer stuurde. Ook in de beantwoording van vragen over de nieuwe Gaswet stelt zij dat ,,de rol van de overheid moet worden herzien als de markt daartoe aanleiding geeft''.

Jorritsma schrijft: ,,Ook Gasunie moet op een internationale gasmarkt een slagvaardige positie kunnen innemen. Als er meer zicht is op de ontwikkelingen op de Europese gasmarkt, zal worden bezien of verandering van de betrokkenheid van de overheid bij Gasunie wenselijk en noodzakelijk is.''

De Nederlandse overheid bezit nu 50 procent van Gasunie; 10 procent rechtstreeks en 40 procent via staatsbedrijf Energie Beheer Nederland. Esso en Shell houden de andere 50 procent. Shell heeft al eerder laten weten interesse te hebben in uitbreiding van zijn belang als de overheid zich terugtrekt.

ANTWOORDENvia www.nrc.nl/DenHaag