Hulp Kosovo verdient voordeel van de twijfel

Ondanks alle kritiek als zou de situatie in Kosovo nog verre van rooskleurig zijn, is de hulpoperatie in het gebied een redelijk succes, meent George Robertson. De internationale gemeenschap moet zich er door de critici dan ook niet van laten weerhouden de zaak af te maken.

Sinds kort is het onder deskundigen en doemdenkers een schrikbarend populaire bezigheid de inspanningen van de internationale gemeenschap in Kosovo te bagatelliseren en af te doen als onbegonnen werk en één grote mislukking. En inderdaad, de toestand in Kosovo is niet zo goed als we wel zouden willen. Er zullen altijd hindernissen, terugslag en individuele gevallen van lijden blijven bestaan waarop de critici hun pijlen kunnen richten. Hoe kan het anders in een provincie die het grootste gedeelte van het jaar het toneel was van wanhopige etnische oorlogvoering en waar meer dan de helft van de bevolking in één klap door president Miloševic het land is uitgezet.

Maar de uitingen van haat en wraakzucht die nog voorkomen – zij het in veel geringere mate dan voorheen – geven geen compleet beeld van Kosovo. Is het leven van de lokale bevolking zo slecht dat het besluit van de NAVO, om met operatie `Allied Force' een einde te maken aan de etnische zuiveringen, in twijfel kan worden getrokken? Het is duidelijk dat die vraag ontkennend moet worden beantwoord.

Individuele daden van wraakzucht en vergelding, hoe laakbaar ook, mogen ons niet verblinden voor het succes van het grotere geheel. Nog maar een half jaar geleden leefden bijna een miljoen Kosovaren in vluchtelingenkampen. In Kosovo zelf waren nog eens een half miljoen mensen hun huizen ontvlucht die systematisch waren verwoest. Identiteitskaarten en archieven werden in beslag genomen en vernietigd. De burgerbevolking werd door een despotisch regime moedwillig en systematisch onderworpen aan fysiek geweld en verwoesting op grote schaal. Het leven van de Albanese bevolking van Kosovo, die overgeleverd was aan de genade van Miloševic' soldaten, speciale politietroepen en paramilitaire eenheden, hing aan een zijden draadje.

Thans zijn in ongekend korte tijd meer dan 800.000 vluchtelingen naar huis teruggekeerd. De vijandelijkheden zijn gestaakt en de Servische strijdkrachten hebben zich geheel teruggetrokken. Het Kosovo Bevrijdingsleger (UÇK) is door KFOR ontbonden en gedemilitariseerd en heeft rond de 10.000 wapens ingeleverd.

Hoewel krantenberichten vandaag de dag veel ophef maken over individuele aanslagen op Serviërs en andere minderheden, is het aantal moorden in Kosovo significant gedaald: van 190 op de 100.000 inwoners in juni tot slechts 25 in oktober – 25 te veel, dat is zeker, maar minder dan in tal van grote steden in de wereld. Minder dan de helft van het aantal slachtoffers was Serviër of behoorde tot andere minderheden en bijna de helft van de KFOR-troepen houdt zich gericht bezig met het beschermen van minderheden, vooral in Servische gebieden als Mitrovica en Kamenica.

Hoezeer de situatie van week tot week ook verschilt, in het algemeen is de trend dat de veiligheid is verbeterd en het aantal moorden afneemt. KFOR-eenheden beschermen overigens niet alleen mensen, maar ook Servische kerken, kloosters en historische locaties.

Niettemin is en blijft het herstel van orde en gezag in Kosovo de hoogste prioriteit voor de NAVO. Er zijn nog altijd te weinig internationale politiemensen gestationeerd – tot dusver zijn het er zo'n 1.800 – maar er is vooruitgang. In Priština en Prizren heeft de VN-burgerpolitie de verantwoordelijkheid voor de openbare orde op zich genomen. Enkele dagen geleden heeft de eerste multi-etnische lichting studenten aan de politieschool van Kosovo het diploma behaald. Zij zullen de kern uitmaken van de locale multi-etnische politiedienst in Kosovo. De volgende lichting begint eind december aan haar opleiding. Duizenden mannen en vrouwen uit Kosovo, inclusief vele Serviërs en andere leden van minderheden, hebben zich aangemeld om deel uit te gaan maken van deze nieuwe politiemacht.

Rechters en justitiebeambten worden volgens multi-etnische principes benoemd in gerechtshoven in Priština, Prizren en andere districten. Als deze rechters hun ambt bekleden en misdadigers veroordelen, zal de veiligheid alleen maar toenemen en zullen orde en gezag verbeteren. Ook zal de rechtsorde geleidelijk aan worden hersteld: een eerste vereiste voor het beëindigen van het geweld.

De toestand van vandaag de dag is dan ook ver verwijderd van het beeld van anarchie en rechteloosheid dat zo vaak wordt vertoond. De huidige situatie is ook een wereld van verschil vergeleken met Miloševic' decennium van Apartheid, toen de Servische minderheid met ijzeren hand regeerde.

Ook wat de humanitaire hulp betreft, verbetert de toestand. Het VN-overwinteringsprogramma is voor zo'n 70 procent voltooid, 50.000 huizen zijn fundamenteel gerepareerd. Het Wereld-Voedselprogramma verstrekt hulpgoederen aan 650.000 Kosovaren, terwijl de VN-vluchtelingenorganisatie UNHCR en anderen compleet ingerichte tenten verschaffen aan 380.000 mensen. Eigenlijk lijkt de hele provincie wel één grote bouwlocatie – overal ziet men bakstenen, cement en zand en hoort men bouwactiviteiten.

Zo'n 500 scholen zijn mijnvrij gemaakt en 300.000 kinderen zijn deze herfst weer naar school gegaan om voor het eerst in 10 jaar in hun eigen taal les te krijgen. De grootste elektriciteitscentrale in Kosovo is onlangs heropend. In Kosovo wordt thans bijna driemaal zoveel elektriciteit gegenereerd als de afgelopen jaren het geval was.

De komende winter zal de bevolking van Kosovo het niet gemakkelijk hebben, maar de VN, particuliere hulporganisaties en KFOR zullen er samen voor zorgen dat in de eerste behoeften wordt voorzien. Voor de langere termijn geldt dat er tijdens de Tweede Kosovo Donorconferentie, op 17 november in Brussel, voor het komende kalenderjaar meer dan een miljard dollar aan hulp is toegezegd.

Het gezag van de VN-missie groeit met de dag. UNMIK is nu aanwezig in alle 29 gemeenten van Kosovo en betaalt salarissen uit aan de lokale ambtenaren. Verder verloopt het onderzoek naar oorlogsmisdaden voorspoedig. KFOR heeft het Internationaal Crimineel Tribunaal geholpen met het lokaliseren en beveiligen van 500 graven. Inmiddels is op 200 locaties het werk geklaard en zijn meer dan 2.000 lichamen opgedolven. Onderzoekers hebben vastgesteld dat op veel locaties lichamen zijn verwijderd voordat internationale teams ter plaatse arriveerden. Het totale aantal etnische moorden zal wellicht nooit komen vast te staan, maar we volharden in ons streven de verantwoordelijken voor deze gruwelijke misdaden te vervolgen.

Met dat al is de situatie in Kosovo nog verre van rooskleurig, maar ze is niettemin veel beter dan ze geweest is. Kosovo had al 40 jaar van rampzalig economisch beleid onder het communisme achter de rug en voorts nog eens tien jaar van feitelijke apartheid onder Miloševic vóórdat de etnische zuiveringen begonnen. Tegen die trieste achtergrond kan het niet anders of de wederopbouw en de verzoening en het totstandbrengen van een duurzame vrede vergen meer tijd dan de weinige maanden die KFOR en UNMIK tot dusver hebben gehad.

De ervaring in Noord-Ierland, Libanon en Bosnië leert dat met geduld en volharding vooruitgang kan worden geboekt die nooit voor mogelijk werd gehouden. Ons doel, een democratisch, multi-etnisch Kosovo, zal de komende jaren onze inzet blijven vergen. Bij gebrek daaraan zal de huidige hoop onder de Kosovaren omslaan in ontgoocheling, en zullen onze investeringen in de stabilisering van dit stuk Europa teloorgaan. Er staat ons nog veel te doen, maar het begin is er. Thans is het zaak vol te houden en het werk af te maken.

George Robertson is secretaris-generaal van de NAVO.