Hoe slecht is Brusselmans?

Uitgeverij Guggenheimer van de Vlaamse schrijver Herman Brusselmans schijnt een schandelijk boek te zijn. De Belgische rechter verbood althans een maand geleden de verkoop omdat de roman beledigend zou zijn voor de modeontwerpster Ann Demeulemeester. Vorige week besloot uitgeverij Prometheus de roman ook niet meer in Nederland te verkopen, uit angst voor een eventueel verbod. Dat lijkt me koudwatervrees. Met de Europese eenwording vervagen weliswaar de juridische grenzen, maar Nederland blijft een soevereine natie die zich niets hoeft aan te trekken van een Belgische rechter. En mocht volgende week een Nederlandse rechter het boek verbieden, zich eventueel beroepend op de Belgische uitspraak, dan kan dat nooit een verbod met terugwerkende kracht zijn.

De roman is het derde deel van een trilogie over de Gentse mediatycoon Guggenheimer, een gewetenloze patser die in een handomdraai een enorm imperium opzet. Zijn grote macht en rijkdom geven hem de gelegenheid om te doen wat hij wil. Hij `neust' een paar vrouwen per dag, zuipt wodka, overtreedt de wet en maakt mensen kapot, zonder dat iemand hem een strobreed in de weg legt. In deze episode wil hij een uitgeverij opzetten.

Uitgeverij Guggenheimer is een satire. Guggenheimer is een onwerkelijk uitvergroot figuur. Anders dan een doorsnee romanheld tobt hij nooit, is hij volmaakt gelukkig, en ondervindt hij nooit moeilijkheden. Daarmee speelt Brusselmans met ons moreel besef; ook moderne lezers zien graag dat een slechterik een keer op zijn bek gaat, of dat hij op zijn minst ongelukkig en gek is. Als dat niet zo is, geeft dat een ongemakkelijk gevoel.

Nietsnut Guggenheimer vult zijn dagen met schelden en tieren. Niet alleen diverse minderheden krijgen het voor hun kiezen (`flikkers', `creperende negers'), maar ook tientallen bekende Vlamingen, vooral uit de televisiewereld, die met hun werkelijke namen worden genoemd. Mooi schelden kan grappig zijn, maar in dit boek gebeurt het iets te veelvuldig en met teveel herhaling, waardoor de verveling toeslaat. Voor de Nederlandse lezer is er hoe dan ook niet veel aan, omdat hij al die Vlaamse kopstukken niet kent.

Bovendien toont Brusselmans zich in dit boek een slordige stilist. Zijn grappen zouden aan kracht winnen als hij ze wat scherper, met minder omhaal van woorden zou formuleren.

Veel schokkender dan de beledigingen is het geweld in het boek. Schrijfster Monica van Paemel wordt bruut verkracht. Hugo Claus en zijn vrouw worden ernstig mishandeld: `Hij gaf een teken aan Jules. Die stak een hoop papier in de mond van Veerle Claus en brak vervolgens allebei haar armen en voor de zekerheid ook nog `ns allebei haar polsen en haar tien vingers.'

Vergeleken met Claus en Van Paemel komt Ann Demeulemeester er nog genadig vanaf. Zij wordt twee keer eventjes genoemd. Een keer zegt Guggenheimer dat `zo'n dwergpoliep met puitenogen en haar van op haar pruim tot op haar rug' standrechtelijk gefusilleerd moet worden. In de andere passage noemt hij haar een `omhooggescheten ontwerpster van coutureloze zwarte vodden'.

Verder zegt Guggenheimer dat hij seksuele omgang met haar heeft gehad. `Puitenogen' is trouwens Vlaams voor kikkerogen.

De rechter had er natuurlijk buiten moeten blijven. Wat mij betreft mag een ieder schrijven wat hij wil, of hij nu joden, goden, koninginnen of modeontwerpers wil beledigen. Bovendien beledigt niet Brusselmans, maar de fictieve Guggenheimer de couturière. Is het dan misschien moreel verwerpelijk om een fictief personage een bestaand persoon te laten uitschelden?

Dat is een moeilijke vraag. In dit geval zijn de beledigingen onderdeel van een satire waarin alles grotesk is uitvergroot. Guggenheimer is een karikaturale schurk die iederéén verrot scheldt. In zo'n omgeving zijn de scheldpartijen niet serieus te nemen en daarom onschuldig. Uitgeverij Guggenheimer is volgens mij niet moreel verwerpelijk.

Maar is het een goed boek? Nee, het is geen sterke bijdrage aan het grote oeuvre van Brusselmans. Wie de roman toch voor Sinterklaasavond in huis wou halen en nu misgrijpt, kan nog altijd het eerste deel uit de trilogie kopen, De terugkeer van Bonanza. Dat is veel komischer, minder stuitend en overal verkrijgbaar.

Herman Brusselmans:

Uitgeverij Guggenheimer.

Prometheus, 317 blz. ƒ34,90