Het wonder van Molenbeek

Een middeleeuwse kopiist in Vlaanderen schreef in 1405 een reeks beroemde teksten over, waaronder de `Esmoreit' en `De reis van Sint Brandaan'. Het handschrift dat te boek staat als `De Nachtwacht der middeleeuwse letteren' is altijd gekoesterd en is nu voor iedereen te lezen.

In 1836 verwierf de nog jonge Belgische staat de boekencollectie van de Gentse politicus Charles van Hulthem (1764-1832). Ze telde 64.000 handschriften en gedrukte boeken die deel gingen uitmaken van de één jaar later opgerichte Koninklijke Bibliotheek in Brussel. Van Hulthems bibliofiele interesse lag onder meer op het terrein van de Nederlandse literatuur en filologie. In deze categorie viel een handschrift dat Van Hulthem in 1811 voor niet meer dan vijfeneenhalve frank had gekocht en nadien zijn naam ging dragen: het handschrift-Van Hulthem, kortweg `Hulthem'. Het moet rond 1405-1408 in of nabij Brussel zijn geschreven en wordt wel de `De Nachtwacht der Middelnederlandse letteren' genoemd. Dat is een enigszins verwarrende omschrijving, want er valt op de 241 bladen die het handschrift telt behalve veel tekst weinig te zien. Er komen geen miniaturen, versierde initialen of randdecoraties op voor. Het is ook niet geschreven op duur perkament maar op eenvoudig papier, in een lopende hand waarmee de kolommen snel en met veel letters konden worden gevuld.

Hoe verzorgd dit ook gebeurde, niet het uiterlijk maar de inhoud bepaalt de waarde van het handschrift-Van Hulthem. Het gaat om de tekst of beter om de 212 verschillende teksten die in dit verzamelhandschrift staan. Daartussen bevinden zich hoogtepunten uit de Middelnederlandse letterkunde die tegenwoordig veel bekender zijn dan het handschrift zelf: De reis van Sint Brandaan, De borchgravinne van Vergi en de vier abele spelen, die het vroegste Europese wereldlijke toneelrepertoire met ernstige inhoud vertegenwoordigen. `Hulthem' bevat zowel geestelijke als wereldlijke teksten, teksten op rijm en in proza, die behoren tot uiteenlopende genres: epiek en toneel, maar ook fabels, boerden (korte komische vertellingen), liedjes, spreuken, gebeden en catechetische teksten, alsmede sproken (korte ernstige vertellingen) van Willem van Hildegaersberch en fragmenten uit het werk van de nog bekendere Jacob van Maerlant en Jan van Boendale. En daarmee zijn nog niet eens alle tekstsoorten genoemd. Zo verscheiden is de inhoud van het handschrift dat neerlandici met een verwijzing naar de titel van het eerste hoofdstuk van Huizinga's Herfsttij der Middeleeuwen pochen, dat `'s Levens felheid' hier in één band is samengeperst. Huizinga's woorden slaan op de bontheid en hartstocht die hij zo kenmerkend achtte voor de laatmiddeleeuwse cultuur, al putte hij zijn gegevens en voorbeelden nauwelijks uit Middelnederlandse teksten.

Esmoreit

De afgelopen eeuwen is het handschrift-Van Hulthem enkele malen letterlijk stukgelezen en gerestaureerd. Vier jaar geleden is begonnen met een nieuwe restauratie, waarbij de bladen uit de band werden gehaald en zodanig hersteld dat ze gefotografeerd en geëxposeerd konden worden. In april van dit jaar waren er enkele in de Koninklijke Bibliotheek te Brussel te bezichtigen op een expositie over de collectie-Van Hulthem en het handschrift. De meeste aandacht ging daar uit naar de eerder vermelde hoogtepunten, waaronder de abele spelen. Diezelfde spelen – Esmoreit, Gloriant, Lanseloet en Vanden Winter ende vanden Somer – en de komische toneelteksten in het handschrift – de sotternieën – zijn nu te zien op een expositie in de Amsterdamse Universiteitsbibliotheek. Naast bladen uit het handschrift met stukken van deze teksten zijn andere handschriften en oude drukken te zien waarin sommige zijn overgeleverd. Verder wordt hun inhoud en achtergrond belicht met behulp van archivalische documenten, met enkele realia en met afbeeldingen van opvoeringen. Zo ontstaat een aardige indruk van de laatmiddeleeuwse toneelspelcultuur in de Nederlanden.

Uniek zijn de acteursrollen (papierrollen met de volledige tekst van één personage) van Sandrijn en Lanslot uit een late overlevering van Lanseloet. Ze komen uit de omvangrijke verzameling van de rederijkerskamer De Fiolieren uit het Zeeuwse 's-Gravenpolder, eeuwen geleden net als nu een vlek op de kaart, maar met een historisch toneelleven dat niet onder moet hebben gedaan voor dat in de steden. Fascinerend is verder het fragment van een spel uit Gent waarin de personages Winter en Somer optreden – een heel ander dan het gelijknamige abel spel. Het werd omstreeks 1436 in klad, vol met doorhalingen en verbeteringen, genoteerd op de achterzijde van een ambtelijk document. Men krijgt bij lezing ervan de historische sensatie om meekijkend over de schouder van de auteur – we kennen hem zelfs; het gaat om de Gentse beroepskopiist Geraard van Woelbosch – de geboorte van een spel mee te maken.

Diplomatische editie

Bij de Brusselse tentoonstelling verscheen een catalogus met korte studies, een brochure en een facsimile van het handschrift-Van Hulthem. Deze is helaas uitverkocht, maar bij de opening in Amsterdam werd een beter alternatief gepresenteerd: een diplomatische editie, verzorgd door Herman Brinkman en Janny Schenkel. Tegelijkertijd verscheen een cd-rom met een repertorium van alle teksten in het handschrift. De uitgave biedt eenvoudig en volledig toegang tot een tekstverzameling die tot voor kort slechts via veelal obscure edities van enkele of afzonderlijke teksten te raadplegen was. De omvangrijkste bloemlezing uit de Middelnederlandse letterkunde is hiermee definitief ontsloten, zij het vooral voor de specialist. Want een diplomatische uitgave biedt alleen een translitteratie, waarbij de middeleeuwse schrifttekens in moderne worden omgezet. Ze bevat geen woordverklaringen en toelichtingen, geen inhoudelijke analyses en historische achtergronden. De lezer moet zelf aan de interpretatieve arbeid, waarbij het repertorium op cd-rom hulp kan bieden. Dat bevat onder meer samenvattingen van alle teksten uit het handschrift en een bibliografie van edities en vakliteratuur.

Gezien alle loftuitingen van jaren her mag het opmerkelijk heten dat het handschrift-Van Hulthem niet eerder compleet werd uitgegeven. Maar hoeveel sommige ook geprezen zijn, de belangstelling voor verzamelhandschriften als het Hulthemse is van recente datum.

Men denkt bij zo'n handschrift al gauw aan een vergaarbak van teksten, waaruit voor editie of studie slechts de beste wordt gekozen. Dat is in het verleden veel gedaan en dat gebeurt nog steeds. Maar naast aandacht voor de samenstellende delen is er momenteel veel oog voor het geheel. Verzamelhandschriften zijn in. De neerlandistiek heeft ze als object ontdekt, maakt er edities van en probeert hun ontstaan en gebruikssfeer te verklaren. Ze staan in zekere zin als `tekstdragers' dichter bij hun makers, de kopiisten, en hun eigenaars of gebruikers dan de afzonderlijke teksten die er deel van uitmaken. De materiële aspecten (papier, band, schrift en mise-en-page), de samenstelling en herkomst ervan kunnen antwoord geven op vragen die literatuurhistorici de laatste jaren bij voorkeur aan teksten stellen, namelijk wie ze gebruikte, hoe men ze gebruikte, en met welk doel.

Voor verschillende verzamelhandschriften, zeker voor zulke gemengd samengestelde als `Hulthem', lijkt te gelden dat ze bestemd waren voor een publiek van stedelingen. In ieder geval vindt men er veel teksten tussen die met de stad en met haar bewoners te verbinden zijn. Juist de productie en receptie van literatuur in de stad staat in de belangstelling van onderzoekers, waarbij naast literaire teksten ook steeds vaker archivalia worden gebruikt om het stedelijke literaire leven in kaart te brengen. Hoe het handschrift-Van Hulthem precies gefunctioneerd heeft, daarover zijn de vakgenoten het niet eens. Het aantal hypotheses is legio. Volgens de oudste zou het gaan om een `repertoireboek' van een groep rondreizende voordrachtskunstenaars of van een professionele voorlezer.

Een inmiddels weer betwist alternatief is dat we te maken hebben met een `stalenboek' van een stedelijk scriptorium, waaruit een klant naar eigen smaak een keuze kon doen met het oog op een voor hem persoonlijk af te schrijven boek. Een jongere opvatting is dat het gaat om een `bibliotheek in één band' van een individuele bezitter of van een literair geëngageerde broederschap. Weer een andere mogelijkheid is dat het om een `archiefboek' gaat, waarin een literair geïnteresseerd gezelschap zijn over losse handschriften, rollen en vellen verspreide tekstbezit liet afschrijven om het voor toekomstig gebruik te behouden.

Koekelberg

De meest recente opvatting is afkomstig van een van de makers van de diplomatische editie, Herman Brinkman. Bij de presentatie in Amsterdam voegde hij aan het rijtje kwalificaties dat van `Hulthem' is gegeven nog de volgende, weliswaar prozaïsche maar daarom niet minder intrigerende, omschrijving toe: `Het wonder van Molenbeek'. Een groepje teksten in het handschrift namelijk is zonder twijfel te verbinden met deze Brusselse deelgemeente, die omstreeks 1400 nog een dorp buiten de stad was. Daar stond ook het kasteel Koekelberg, waar in de ontstaansperiode van het handschrift Heer Willem van den Heetvelde woonachtig was. Via diens familiaire en bestuurlijke connecties kunnen verbanden worden gelegd tussen de teksten met een Brussels-Molenbeeks karakter en die met een Vlaamse en zelfs Hollandse kenmerken. De Molenbeekse teksten lijken een rol te hebben gespeeld bij pogingen het dorp op te stoten in de vaart der volkeren als pelgrimsoord van Johannes de Doper, de plaatselijke patroon, op wiens voorspraak in 1399 in de parochiekerk een wonder geschiedde. Voor het uitbuiten daarvan kunnen ook toneelteksten als de abele spelen en sotternieën goed van pas zijn gekomen. Met opvoeringen konden de bedevaartgangers gelokt en vermaakt worden. Hoe dat ging is nog te zien op sommige kermisvoorstellingen van Pieter Bruegel. Op de Amsterdamse expositie worden er twee in reproductie getoond.

De tentoonstelling `Middeleeuws toneel in het Handschrift-Van Hulthem' is tot en met 21 december te zien in de Universiteitsbibliotheek, Singel 425, Amsterdam

Herman Brinkman en Janny Schenkel (bezorgers): Het handschrift-Van Hulthem.

Hs. Brussel, Koninklijke Bibliotheek van België, 15.589-623. Diplomatische editie.

Verloren, 2 banden, 1295 blz. ƒ137,-

Ria Jansen-Sieben (red.): 's-Levens felheid in één band. Handschrift-Van Hulthem. Centrum voor de Bibliografie van de Neerlandistiek, 147 blz. ƒ25,-

Hans van Dijk: 's-Levens felheid in één band. Handschrift-Van Hulthem. Koninklijke Bibliotheek van België,

45 blz. ƒ5,-

M.E.M. Jungman i.s.m. J.B. Voorbij (inleiding): Repertorium van teksten in het handschrift-Van Hulthem. Hs. Brussel, Koninklijke Bibliotheek van België, 15.589-623. Cd-rom. Verloren, 96 blz. ƒ70,-