Het keurslijf zit De Sena als gegoten

De Portugese schrijver Jorge de Sena was even productief als omstreden. Hij was een van de belangrijkste literatuuressayisten van na de Tweede Wereldoorlog, maar had zich door zijn meedogenloze kritiek op de Portugese literatuur bij velen weinig geliefd gemaakt. Daarnaast schreef hij dicht- en toneelwerk, verhalen, novellen en een roman. Het meeste daarvan kon niet in Portugal verschijnen vanwege het expliciet erotische en (meestal tegelijkertijd) schroeiend ontluisterende karakter ervan. Van de Portugese samenleving blijft onder de pen van De Sena niet veel heel.

In de negen verhalen die gebundeld zijn onder de titel De grootkapiteins is dat niet anders. De verhalen werden geschreven in 1961 en 1962, kort nadat De Sena in vrijwillige `literaire' ballingschap naar Brazilië was uitgeweken. Op een tweetal minder schokkende verhalen na, viel aan publicatie in Portugal niet te denken, en na een militaire staatsgreep in Brazilië in 1964 ook dáár niet. Uiteindelijk zou het tot na de Anjerrevolutie duren voordat De grootkapiteins in boekvorm werd uitgebracht.

De Sena's huiver voor de censuur valt wel te begrijpen. De Portugese realiteit wordt in deze negen verhalen geschilderd op een even nietsontziende als beklemmende wijze, die bijna claustrofobisch uitwerkt. In zijn nawoord wijst vertaler Arie Pos erop dat bijna alle scènes zich afspelen in gesloten ruimten waaruit geen ontkomen mogelijk is. Een zinkend schip, een door vijanden ingesloten patrouille in Angola, kazernes, het ouderlijk huis, een auto die rijdt door de nacht: het zijn even zovele metaforen voor een in zichzelf gesloten samenleving met een onbarmhartig regime.

Daarnaast maakt De Sena overvloedig gebruik van een meestal verwrongen erotiek, die hij niet alleen als het gevolg van een pervers bestel maar ook als het embleem daarvan gebruikte. Seks is in deze verhalen nooit vrij, spontaan of onbezorgd, maar altijd achterbaks, gedwongen of door bevelen (van de omgeving, van hogerhand, van eer) gedreven. Zelfs de bevrijdende erotische ervaring van een jonge zeevaarder in het slotverhaal - het meest ontroerende van het boek - loopt uiteindelijk op niets uit. Zijn schip volgt de uitgestippelde koers, waarnaar de jonge zeeman alleen maar kan gissen, maar vrijwel zeker een onheilspellende toekomst tegemoet.

Voor de meeste van zijn verhalen maakte De Sena gebruik van zijn eigen levenservaringen. Het autobiografisch gehalte van deze bundel is hoog. Dat was ook al het geval met de lijvige roman Tekens van vuur, die in 1979 (een jaar na De Sena's dood) in onvoltooide vorm werd uitgebracht en vier jaar geleden werd vertaald. In de onbegrensde ruimte van een roman over de geniepigheden en achterbakse mentaliteit van de bourgeoisie waarin hij opgroeide, verloor De Sena's vertelkracht echter aan spanning. Tekens van vuur bleef steken op het niveau van middelmatige ontmaskeringsliteratuur.

In het korte verhaal blijkt De Sena tot een veel wurgender suggestiviteit in staat, misschien omdat de begrenzingen van de vertelling en die van de opgeroepen wereld daarin beter aan elkaar gewaagd zijn. Ook in zijn betoverende novelle De wonderdokter, waarvan in 1994 een Nederlandse vertaling verscheen, kwam zijn dichterlijke evocatiekracht beter tot zijn recht.

Stilistisch zijn de verhalen van De grootkapiteins echter allerminst beknopt, en dat is vooral in het begin van de bundel nogal storend. De Sena schreef graag in lange zinnen, vol uitweidingen, bijstellingen en onderschikkingen. Blijft dat in het Portugees misschien nog in evenwicht, in een Nederlandse vertaling wordt het onvermijdelijk topzwaar. De tweede zin van het openingsverhaal beslaat tien regels, de derde ruim dertien en dat is te veel. Er valt over te twisten wat een vertaler in dat geval het beste doen kan; de lezer constateert in ieder geval met opluchting dat het later in de bundel een stuk draaglijker wordt.

Schokkend zijn de verhalen al lang niet meer. De Sena heeft ze nauwkeurig bepaald op plaats en tijd, variërend tussen `Lissabon, 1928' en `Afrika, 1961', en daarmee gesitueerd in een wereld waartegen ze nadrukkelijk rebelleerden. Die politieke rebellie is inmiddels geschiedenis geworden, al is dat met de opstand tegen de dwang van het maatschappelijke (dat nu eenmaal veel trager verandert) misschien nog niet in alle opzichten het geval. Dat betekent wel dat deze verhalen zich nu allereerst literair moeten bewijzen en daarin slagen de meeste voortreffelijk. De explosieve persoonlijkheid van De Sena bereikte de beste en meest duurzame resultaten wanneer zij binnen strenge grenzen gedwongen werd. Deze bundel is daarvan een voorbeeld.

Jorge de Sena: De grootkapiteins (Os Grão-Capitães). Uit het Portugees vertaald door Arie Pos.

De Prom, 221 blz. ƒ27,90