Emancipatie van zieke vrouwen niet voltooid

Het WAO-probleem is een vrouwenprobleem, concludeert de staatssecretaris van Sociale Zaken. Niet omdat vrouwen dubbel belast zijn met werk en gezin. Wel door ongelijke behandeling van vrouwen door werkgevers.

Wie dacht dat mannelijke en vrouwelijke werknemers volstrekt gelijkwaardig zijn en dat derhalve de vrouwenemancipatie is voltooid, komt bedrogen uit als naar de staatssecretaris van Sociale Zaken geluisterd wordt. Met een paar cijfers en opmerkingen maakte hij, Hans Hoogervorst, gisteren in de Tweede Kamer duidelijk dat het laatste sociaal-economische probleem waar Nederland nog mee kampt, de WAO, thans louter een vrouwenprobleem is.

,,De groei van het aantal WAO'ers bestaat uitsluitend uit vrouwelijke WAO'ers'', zei Hoogervorst tijdens het Kamerdebat over de begroting van zijn ministerie. Die arbeidsongeschiktheid is voor de meeste vrouwen het gevolg van psychische klachten en niet van fysieke, zo meldde de staatssecretaris.

Hoogervorst had ook een verklaring voor het fenomeen. Een verklaring die de vraag oproept waarom eigenlijk de Emancipatieraad enkele jaren geleden is opgeheven. Ongelijke behandeling van mannen en vrouwen bestaat nog steeds, zo blijkt, alleen betreft het nu de ongelijke behandeling van zieke mannen en vrouwen.

Uit het onderzoek waaruit de staatssecretaris putte blijkt dat vrouwen die ziek zijn geweest op aanzienlijk minder sympathie kunnen rekenen van werkgevers dan mannen. De bedrijfsleiding spant zich bijvoorbeeld veel minder in om een voorheen zieke of gedeeltelijk arbeidsongeschikte vrouw weer aan de bestaande of een nieuwe baan te helpen. Bizar, noemt Hoogervorst dit, want hoewel de reïntegratie-inspanningen veel meer op vrouwen dan op mannen worden gericht, betreft slechts eenderde van de geslaagde reïntegraties die van een vrouw.

De reïntegratie wordt overigens nog eens uitgesteld door het optreden van bedrijfsartsen die veel eerder tegen vrouwen dan tegen mannen zeggen: ,,Blijft u fijn nog maar eens drie maanden thuis.'' Een geste met soms rampzalige gevolgen, want de ervaring leert nu juist dat naarmate een zieke of arbeidsongeschikte werknemer langer thuis zit de kans dat zij of hij terugkeert op de arbeidsmarkt exponentieel daalt. Eigenlijk is de zaak al voor tachtig procent verloren als iemand dertien weken niet op zijn werk verschijnt.

Dat de instroom in de WAO louter arbeidsongeschikte vrouwen betreft, komt volgens Hoogervorst ook door de vrouwen zelf. Ze zijn onzekerder dan mannen over hoeveel werk ze na hun ziekte nog aankunnen. ,,Bovendien is werk voor veel vrouwen niet een primaire levensvervulling, waar het dit voor veel mannen nog wel is.'' Kennelijk vinden vrouwen het minder erg om arbeidsongeschikt te zijn, zo suggereerde Hoogervorst.

De staatssecretaris wees er in één moeite door nog eens op dat de arbeidsongeschiktheid onder vrouwen in hoge mate samenhangt met het feit dat ze onevenredig veel in sectoren werken waar veel arbeidsongeschiktheid voorkomt wegens hoge werkdruk. Het gaat daarbij vooral om de gezondheidszorg en het onderwijs. Er is nog een onevenwichtigheid in het werk dat mannen en vrouwen doen: lage functies worden vooral door vrouwen vervuld. Het zijn de functies die werknemers weinig invloed geven op de manier waarop ze het werk indelen, wat sneller tot stress en ziekteverschijnselen leidt.

Veel vrouwen, zo bleek uit eerder onderzoek van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, kiezen evenwel voor zo'n laagbetaalde baan, omdat ze makkelijk de arbeidsmarkt willen kunnen verlaten op het moment dat ze besluiten een kind te nemen. Voor hen is het tegelijk hebben van een baan en een kind iets ongerijmds. En is dat het niet voor henzelf, dan toch zeker voor de werkgever. Nog steeds anticiperen vrouwelijke sollicitanten op diens gedrag. ,,Zeg het niet als je een kind wilt'', luidt de instructie op de sollicitatiecursus.

Het is een kortzichtig advies, want het hebben van zowel een of meer kinderen als een baan blijkt voor vrouwen eerder de kans op verdwijning in de WAO te verkleinen dan te vergroten. Een waterdichte verklaring daarvoor bestaat nog niet. Hooguit kwam Hoogervorst tot wat borreltafellogica: vrouwen met kind en baan kunnen goed plannen, houden het hoofd koel en zijn te gelukkig om (psychisch) arbeidsongeschikt te worden.

Helemaal doorgroeien naar de top blijft voor vrijwel alle vrouwen vooralsnog onmogelijk. Zij stoten hun hoofd tegen het zogenoemde glazen plafond. De sprookjesachtige term duidt op de harde werkelijkheid: vrouwen zien door dat plafond de hoogste functies in hun bedrijf, maar de topbaan zelf blijft buiten hun bereik. Desondanks wordt de vrouwen voortdurend voorgehouden dat ze heus voor zo'n directiezetel in aanmerking komen. In werkelijkheid komen ze er nooit op te zitten.