`Eerst een popje kopen voor Cynthia'

Een kapster, een gezinshulp, een pedicure. Ze doen Sinterklaasinkopen in Amersfoort, op zondagmiddag. Ze hebben het zó goed dat ze zich zorgen beginnen te maken. ,,Ik koop dit jaar alleen nuttige dingen.''

De Hema is pal tegenover de Vroom & Dreesmann – bij de eerste gaan de sokkenkopers naar binnen, bij de tweede de funshoppers. Amersfoort, zondagmiddag twee uur. De geur van poffertjes en saucijzenbroodjes trekt door de Utrechtsestraat, het draaiorgel speelt

`O kom er eens kijken'. Een man van een jaar of veertig in een lange, donkerblauwe jas slentert achter een kleine, grijze dame aan, ze gaan naar binnen bij de V&D. Ze lopen door naar de zeep en de shampoos. ,,Ik moet nog wat voor mijn vrouw hebben'', zegt hij. ,,Iets voor d'r nagels.''

,,We vieren Sinterklaas dit jaar met z'n zessen'', zegt zijn moeder. ,,Alle cadeaus zijn al gekocht.''

De man: ,,Daar heeft mijn vrouw voor gezorgd. Nou moet ik wat voor haar kopen.''

Zijn moeder: ,,Zullen we even gaan informeren wat ze hebben?'' Haar zoon haalt zijn schouders op. Zijn moeder: ,,Kom, we gaan het even vragen.'' Ze loopt naar de toonbank, probeert de aandacht van de verkoopster te vangen. Als ze aan de beurt is, kijkt ze om zich heen. ,,Hé, waar ben je nou?'' Maar haar zoon staat al te wachten bij de uitgang.

Aan de overkant, bij de Hema, duwt een gezette vrouw in een roze trainingspak een kind in een karretje voor zich uit. ,,Mijn kleinzoon'', zegt ze. ,,Schatje, hè.'' Het jongetje zwaait met zijn speen. ,,We zijn er allemaal'', zegt zijn oma. Om haar heen lopen haar dochter, haar schoondochter, haar zoon en nog een kleindochter van acht maanden, ook in een karretje. ,,We gaan voor allemaal wat kopen.''

Haar dochter: ,,En oma betaalt.''

,,Ik heb vierhonderd gulden bij me'', zegt oma. ,,Ik zit bij een uitkering. Maar ik heb er voor gespaard.''

,,Ik wil eerst een popje kopen voor Cynthia. En een autootje voor Brian. En dan kijken we wel verder.''

Ze gaan met de lift naar boven, ze lopen naar het speelgoed. ,,O, kijk nou wat lief'', zegt oma. Ze pakt een beertje met een schortje voor.

,,Twaalf gulden'', zegt haar dochter. ,,Weten we het wel zeker?''

,,We gaan eerst koffiedrinken'', zegt oma. ,,Wie wil er een soes?''

Ze komt terug met een blad vol met gebak en warme chocola met slagroom en saucijzenbroodjes. Voor de kinderen is er sinas – die gaat in hun flesje. Hun moeder: ,,Krijgen ze normaal nooit hoor.''

,,Nee'', zegt oma. ,,Maar vandaag is het feest.''

Willekeurige straat, geen willekeurig tijdstip: de zondag voor Sinterklaas koopt heel Nederland cadeautjes. Stel twintig mensen twintig keer dezelfde vragen, en je weet het weer voor de rest van de eeuw. Winkelen is een feest – voor vrouwen. De mannen gaan mee. Wat je ook weet: het gaat goed met Nederland, zo goed dat mensen zich er zorgen over maken.

,,Het kan zo niet blijven'', zegt een meisje met roodgeverfd haar. Ze is kapster. Haar vriend, die naast haar loopt, is net begonnen als junior vertegenwoordiger bij een grafisch bedrijf. Samen verdienen ze een modaal inkomen. ,,We kunnen kopen wat we willen'', zegt het meisje. ,,Maar dat is toch raar? We zijn 21 en 24.''

Haar vriend: ,,En we hebben al een huis gekocht.''

Een meisje dat voor haar vriend uit de V&D binnenloopt: ,,Dit jaar kopen we alleen nuttige dingen.'' Servies, sokken, een vaas. ,,Ik merk dat mensen van onze leeftijd bewuster nadenken over hoe ze hun geld uitgeven dan mensen die jonger zijn dan wij. Wij vinden: beter één mooi, groot cadeau dan veel cadeaus.'' Zij is 24, haar vriend 25. Zij hebben ook net een huis gekocht. Het meisje, gezinshulp: ,,Soms denk ik, kan dit wel zo blijven doorgaan?''

,,Ik word onrustig van al die keuzes'', zegt een vrouw van 58, ze is pedicure. ,,Voor vandaag heb ik een lijstje gemaakt. Al die overdaad maakt me kotsmisselijk.'' Wat ze erg vindt: ,,Jonge mensen die nog nauwelijks wat gepresteerd hebben en kunnen kopen wat ze willen.''

Het moet een keer ophouden. Dat zegt iedereen. Maar als je vraagt waar mensen echt van wakker liggen, dan zijn het altijd de kinderen. Als ze die niet hebben: hun gezondheid. Nooit het Waddengas, nooit de vluchtelingen. Nooit de grote wereld.

Laatste vraag: waarom winkelen mensen hier en niet op Internet?

,,Internet?'', zegt een vrouw van 50 die bij de Hema een zakkammetje voor haar man koopt. ,,Nee, nee, nee. Daar hou ik me niet mee op.''

,,Nee hoor'', zegt een verkoopster van snowboards en sportkleren. ,,Ik ga liever de stad in. Veel gezelliger.''

Twintig mensen, achttien die nog nooit iets via Internet hebben gekocht, er zelfs nog nooit over hebben nagedacht. De twee die het wel doen zijn mannen. De één: ,,Ik kijk op Internet wat er is en dan koop ik het in de winkel.'' De ander: ,,Cd's en boeken. Maar nu moet ik Lego hebben, daarvoor ga ik naar Bart Smit.''

,,We gaan ondergoed kopen voor hem'', zegt een meisje dat op het hoofdkantoor van Super de Boer werkt. Ze wijst naar haar vriend. Die zegt: ,,Vroeger deed mijn moeder het.''

Het meisje, ze is zwanger: ,,Nu ik.''

Haar vriend: ,,Als ik het zelf doe, koop ik toch iets dat zij niet mooi vindt. Dus ik denk: ik laat het verder zo.''