Duisenberg haalt uit naar Berlijn, euro onder dollar

De koers van de euro is gedaald tot onder een Amerikaanse dollar. De nieuwe verzwakking vond plaats nadat president Duisenberg van de Europese Centrale Bank de reddingsoperatie van het bouwbedrijf Philipp Holzmann door de Duitse regering hekelde.

Duisenberg noemde na afloop van de tweewekelijkse vergadering van de ECB de staatssteun van de regering-Schröder van 250 miljoen mark (280 miljoen gulden) voor Holzmann ,,niet bevorderlijk voor het imago van de euro-zone als een marktgerichte economie''. Op de valutamarkt worden de Holzmann-affaire en het politieke verzet tegen de vijandige overnamepoging van het Duitse Mannesmann door het Britse Vodafone deels verantwoordelijk gehouden voor de zwakte van de euro. Omdat de koersverhouding tussen euro en dollar de laatste maanden sterk luistert naar internationale investeringsstromen, zou het Duitse verzet tegen de consequenties van de markteconomie beleggers weghouden van aandelen en markten in het eurogebied.

Na gisteravond laat in New York voor het eerst door grens van `pariteit' tegenover de dollar te zijn gezakt, op 0,9990 dollar per euro, zakte de euro in Tokio nog tweemaal onder de dollar op 0,9987 dollar, en vanmorgen vroeg in Europa tot 0,9994. De vrije val die werd gevreesd als de grens van één dollar eenmaal zou zijn gebroken, bleef echter uit. De euro noteerde vanmiddag krap boven de dollar.

Omdat de euro pas sinds 1 januari van dit jaar bestaat, werd met de jongste koersval formeel een laagterecord gebroken. Op basis van `synthetische' euro's, waarbij wordt berekend wat de koers van de Europese munt in de jaren vóór zijn ontstaan zou hebben gedaan, is de euro op basis van het model van de Britse zakenbank Warburg Dillon Read op dit moment het zwakste sinds 4 juni 1986, toen die theoretische euro-koers voor het laatst gelijk aan de dollar was. De zwakste `euro'-koers ooit bedraagt 0,6948 dollar per euro en werd genoteerd op 25 februari 1985. Destijds stond de Amerikaanse dollar zeer hoog, op ruim 3,93 gulden. Minister Zalm (Financiën) liet vanmorgen weten commentaar op de euro-koers over te laten aan Duisenberg.

Over mogelijke steunaankopen om de koers van de euro op te stuwen zei Duisenberg enkel dat de ECB daarvoor over de benodigde faciliteiten beschikt.

Gisteravond bleek uit uitspraken van Japanse functionarissen dat er niet te rekenen valt op Amerikaanse deelname bij een gezamenlijke Europees-Amerikaans-Japanse poging om de yen te verzwakken en de euro te steunen.

Duisenberg zei zich geen zorgen te maken over de eurokoers en de pariteit met de dollar te beschouwen als enkel een psychologische grens. Volgens Duisenberg is de wisselkoers ,,niet onverklaarbaar'', door de verrassend hoge economische groei die de Amerikaanse economie telkens laat zien. Hij benadrukte de raming dat de Amerikaanse economie gas terug zal nemen in de komende tijd, en de euro-economie juist een groeiversnelling doormaakt. Daardoor zal de euro te zijner tijd in waarde stijgen tegenover de dollar. ,,Ik zou pas bezorgd zijn als die potentiële appreciatie van de euro na verloop van tijd uit zou blijven.''

De ECB besloot gisteren de `referentiewaarde' voor de geldgroei volgend jaar ongewijzigd te laten. Volgens Duisenberg zijn de onderliggende factoren – de trendgroei van de euro-economie, de definitie van prijsstabiliteit en de dalende omloopsnelheid van geld – niet veranderd sinds vorig jaar de referentiewaarde voor de geldgroei werd vastgesteld op 4,5 procent.

Op vragen of, evenals in de Verenigde Staten het geval lijkt te zijn, de trendgroei van de euro-economie duurzaam omhoog gaat, zei Duisenberg: ,,Als de potentiële groei zou stijgen, dan zou dat een reden zijn om de referentiewaarde voor de geldgroei te verhogen. Maar die verandering heeft zich nog niet voorgedaan.''

Zoals verwacht hield de ECB de rentetarieven gisteren ongewijzigd. De hoge groei van de geldhoeveelheid, met 6 procent ruim boven de referentiewaarde, zal volgens Duisenberg nog even zo doorgaan.

Pas na verloop van tijd zal de groei verminderen, als het effect van de renteverhoging door de ECB van 2,5 naar 3 procent begin november, doorsijpelt in de geldschepping in de eurozone.