De WAO-klem

NEDERLAND ZIT MET een tweeledig WAO-probleem. Dat bleek deze week weer eens overduidelijk in de Tweede Kamer. Aan de ene kant is er de verontrustende ontwikkeling van het aantal arbeidsongeschikten. Tegelijkertijd manifesteerde zich deze week tijdens de parlementaire behandeling van de begroting van het ministerie van Sociale Zaken opnieuw de politieke onmacht om het WAO-probleem fundamenteel aan te pakken.

Begin jaren negentig werd de WAO politiek urgent toen het aantal arbeidsongeschikte werknemers het miljoen naderde. Toenmalig minister-president Lubbers verbond er zelfs zijn politieke lot aan. Mocht dat aantal werkelijkheid worden, dan zou hij opstappen. Het getal van één miljoen arbeidsongeschikten is niet in de boeken gekomen. Lubbers kon dan ook om die reden blijven zitten. Desondanks is het politieke debat over de aanpak van het WAO-probleem het derde kabinet Lubbers in 1993 bijna noodlottig geworden. Balancerend op de rand van de afgrond wist de coalitie van CDA en PvdA een compromis te bereiken, waar beide partijen een jaar later bij de verkiezingen zwaar voor hebben moeten boeten. Sindsdien is het WAO-probleem voor de politiek het WAO-trauma geworden. Dat uit zich ook nog steeds in de benadering van het vraagstuk.

OPGELOST IS het WAO-probleem geenszins. Het dramatische miljoen hangt nog steeds als een donderwolk boven het socialezekerheidsstelsel. In totaal telt Nederland nu volgens de meest recente gegevens 907.000 arbeidsongeschikten. Dit absolute aantal zegt niet alles. De beroepsbevolking is de afgelopen jaren immers fors gegroeid. Als percentage van die beroepsbevolking is het aantal arbeidsongeschikten sinds begin jaren negentig wel degelijk gedaald.

Dat neemt niet weg dat er nog steeds sprake is van schrikbarend veel arbeidsongeschikten. Bovendien vertoont het percentage de laatste tijd weer een stijgende lijn. Vergeleken met het omringende buitenland blijft Nederland een ernstig ziek land. Daarbij komt dat die `ziekte' ook steeds specifieker lijkt te worden. In 1995 was twaalf procent van de arbeidsongeschikten jonger dan 35 jaar. Toen al werd dat als een zeer zorgwekkende ontwikkeling gekenschetst. Inmiddels blijkt uit de jongste cijfers dat het percentage jongeren onder de arbeidsongeschikten alleen maar is toegenomen en nu 13,2 bedraagt. Ook gaan vrouwen de WAO meer en meer domineren.

Eerstverantwoordelijk staatssecretaris Hoogervorst presenteerde gisteren in de Tweede Kamer cijfers die aangaven dat de eerste negen maanden van dit jaar het aantal vrouwen met een WAO-uitkering met 15.500 is toegenomen terwijl in dezelfde periode het aantal arbeidsongeschikte mannen met 1.000 afnam. Arbeidsongeschiktheid waaraan een psychische oorzaak ten grondslag ligt maakt tegenwoordig eenderde uit van het totaal aantal gevallen. Psychische klachten komen vaker voor bij vrouwen dan bij mannen.

DE VRAAG IS hoe hiermee om te gaan. Het debat in de Tweede Kamer heeft aangetoond dat het antwoord voorlopig niet van de politiek is te verwachten. Daar overheerst met name bij de Partij van de Arbeid en, in iets mindere mate, bij D66 de kramp in het denken. Dat bleek uit de felheid waarmee de deze week door het CDA overgenomen suggestie van de VVD, om in de WAO een onderscheid te maken tussen psychische en overige klachten, werd afgedaan. De Kamer verschool zich in meerderheid achter weer een nieuwe commissie die op zijn vroegst in 2001 verslag zal uitbrengen over de WAO-populatie.

En zo sust diezelfde meerderheid van de Kamer zich in slaap. De cijfers buiten het Binnenhof spreken boekdelen. Maar binnen heerst de veilige wetenschap van het bestaan van een commissie die het politiek beladen onderwerp van de agenda weet af te houden. Enkele politieke partijen zijn daar wellicht bij gebaat. Maar dat geldt niet voor de arbeidsmarkt. De WAO heette aan het begin van dit decennium de nationale schande. Die schande bestaat eind 1999 nog altijd.