De roes van het aanschaffen

Het doel van `shoppen is niet bezitten, maar kopen. Aflevering 48 in een serie van Bas Heijne in het laatste jaar van de eeuw.

Als bezit geen diefstal is, wat is het dan wel?

Afgelopen zaterdag organiseerden Milieudefensie en een groepering met de naam Omslag een koopvrije dag. Koopziek zijn we, en nu was het tijd voor bewustwording: er zou die dag geen winkel betreden worden. Maar wat een `bevrijdingsdag van het consumentisme' had moeten worden, liep uit op een jammerlijke sof. De ludieke `kadootjes-ruilkraam' van de organisatoren, met veel bloembollen, kaarsen en kruidenzaad, werd massaal genegeerd. De acteurs van het bewustmakende straattheater werden bijna onder de voet gelopen door een eindeloze stroom zaterdagshoppers.

Het leek wel of er die dag meer gekocht werd dan ooit.

De pers maakte ook nauwelijks melding van de actie. Ik begrijp wel waarom: het activisme was oubollig, de doelstellingen van de organisaties vaag op het wereldvreemde af. De boodschap: ,,Wie consumindert is niet afhankelijk van spullen om zich goed te voelen.''

Maakt bezit echt niet gelukkig? Die notie ligt diep in ons bewustzijn verankerd. Tegelijkertijd: heel de samenleving staat inmiddels in het teken van kopen en verkopen, alles en iedereen is handel. Het materialisme is de enige overgebleven massa-ideologie.

En toch.

Je bent wat je hebt, is de belofte van het consumentisme, maar er zijn maar weinig mensen die dat ook werkelijk geloven. Zolang je maar niet geconfronteerd wordt met achterlijk straattoneel en muffe bloembollen, sluit je je instinctief aan bij de actievoerders van Omslag. Natuurlijk, bezit betekent niets, zeker niet in het licht van de eeuwigheid. Spullen zijn vergankelijk. Kopen is een lege bezigheid die je uiteindelijk onbevredigd achterlaat.

En mag ik er nu misschien even langs?

Karl Marx ontdekte dat de wereld gefnuikt werd door bezitsverhoudingen. De hemel op aarde kon pas aanbreken wanneer niemand meer iets had en iedereen alles. Persoonlijk bezit was de wortel van het kwaad. Zijn tijdgenoot Richard Wagner begon met hetzelfde idee – het gestolen goud van de Rijn in Der Ring des Nibelungen brengt de hebzucht en de machtswellust in een ongerepte wereld – maar trok het nog verder door: alles wat stoffelijk was hield de mens gevangen in een existentiële wurggreep waaruit geen ontsnapping meer mogelijk was. Voor beiden moet een moderne meubelboulevard dicht bij hun idee van de hel komen.

De meesten van ons hebben geleerd het met hen eens te zijn. Het is de geest die het leven de moeite waard maakt, niet de materie. Maar we zijn koopziek genoeg om geen actie tegen onszelf te gaan voeren. `Shoppen is oorlog!' verklaarde architect Rem Koolhaas vorige week in deze krant tegen Anna Tilroe. Heel de wereld wil kopen of verkocht worden, shoppen kent dezelfde logistieke problemen als oorlogvoeren. Maar de intellectuele bovenlaag sluit zijn ogen voor het fenomeen, omdat, zegt Koolhaas, ze wordt verblind door moralisme: ,,Je hoort tégen shopping te zijn, hoewel we natuurlijk allemaal gretige winkeliers zijn, en zeker gretige consumenten.''

Heeft hij gelijk? Is het niets anders dan hypocrisie? Was het maar zo eenvoudig. Het uiterlijke vertoon van de shopping-mall, de hoogopgetaste stapels producten, de eindeloze en wezenloze stroom mannen, vrouwen en kinderen met hun verdwaasde ogen en plastic tassen, het kost je de grootste moeite dat alles niet als een symbool van geestelijke leegte te zien. Wat moeten ze met al die spullen? Ook het consumentisme is de hoogste versnelling in gegaan: apparaten kunnen niet meer gerepareerd worden, je kunt beter meteen een nieuwe kopen. Daarbij, er is net een nieuw model binnengekomen. De `generaties' in de elektronica wisselen elkaar per week af.

Je koopt niet iets, je koopt een nieuwe.

Dat is de grote, onvoorziene verandering: het oude idee van bezit als iets dat je verankert in het leven, dat je in staat stelt je bestaan een vaste, zichtbare vorm te geven, is vervangen door het vloeiende, altijd in beweging zijnde idee van het kopen, het shoppen. Het verwerven van spullen is een geestelijke bezigheid geworden, die nog maar weinig te maken heeft met het praktische nut van de aankoop.

Een groot aantal jaren geleden ging het verhaal rond dat Philips allang de eeuwigbrandende gloeilamp had uitgevonden, zodat je dus nooit meer een nieuwe zou hoeven te kopen. Het recept hielden ze natuurlijk zorgvuldig geheim, anders zouden ze hun eigen ondergang bewerkstelligen. Toentertijd werd dat heel gemeen van Philips gevonden, iedereen had wel zo'n wonderlijke lamp gewild. Tegenwoordig moet je er niet meer aan denken: onverwoestbare apparatuur. Getver, dan kun je nooit eens een nieuw model kopen, nooit meer bezwijken voor de verleiding, nooit meer overgaan tot een onverantwoorde aankoop, je nooit meer laten meeslepen in de roes van je kooplust.

Het gaat niet om het bezitten, het gaat om het kopen. Wie thuis zijn nieuwe aanwinst uitpakt en de gebruiksaanwijzing openslaat, wordt direct bevangen door lichte teleurstelling: je hebt, besef je, een dood ding in huis gehaald. Daar staat-ie dan. Eerst was er de bevlieging (ik neem hem meteen mee), en nu bevind je je ineens weer in de doodse, materialistische wereld van Marx en Wagner. Het ding is misschien mooi, je hebt er zeker heel veel aan, maar de roes is voorbij. Je hebt er nog jaren plezier van, maar het genot is al geconsumeerd. Alle dingen die je hebt geleerd over de geestdodende drang tot bezit doen zich weer gelden. En je bent het er van harte mee eens: jijzelf zou ook eens moeten consuminderen.

Maar het kopen zelf! De roes van de aanschaf! Daar hebben die actievoerders niets van begrepen, ze weten niet waartegen ze tekeer gaan. ,,Wie consumindert is niet afhankelijk van spullen om zich goed te voelen.'' Maar daar gaat het helemaal niet om, het gaat om het kopen. Het is ook het enige dat reclame hoeft te doen: de kooplust activeren, het geeft niet wat er gekocht moet worden. Het gevoel, daar gaat het om, niet om het product. Daarom is het ideale shoppen ook het inkopen doen voor Kerst en Sinterklaas; al die gekochte spullen geef je ook bijna meteen weer weg – een genoegen op zichzelf – zodat je weer met een schone lei kunt beginnen. Je ontsnapt aan de teleurstelling van het bezit.

Kopen is illusie, bezit is desillusie. Daarom moeten er steeds weer nieuwe dingen worden gekocht. Het is een religieuze bezigheid, omdat er iets nagestreefd wordt wat eigenlijk onmogelijk is: een transformatie van stoffelijke dingen in iets onstoffelijks, iets dat je uit de wereld van de dode dingen tilt. Door het verwerven van materie willen we aan de materie ontsnappen.

Juist omdat dat verlangen nooit bevredigd kan worden, wordt het almaar groter. Zo groot als de wereld. De toekomst is aan de shopping-mall. Shoppen is de opium van het volk.