De grootte van de dood

Er zijn van die dingen die je nu eenmaal gezien moet hebben, en daarom ben ik op een mooie ochtend in november toch gegaan. Van veraf was al te zien dat er iets bijzonders aan de hand was. Op een groot spandoek stond SENSATIE, en voor de majestueuze ingang van het museum hield een politieauto de wacht. Ik moest in de rij, aansluiten achter een gezelschap oudere vrouwen die Russisch spraken en van wie er velen in een rolstoel zaten. Verder was er niemand, op de suppoosten na. De SENSATIE is op de vierde en vijfde verdieping. Op weg ernaartoe kom je langs een aantal waarschuwingen. `Als u moet braken, dan graag in uw zakdoek' en `Vele voorwerpen nodigen uit tot een aanraking, maar dat is verboden'. En dan wordt het bezoek meteen geconfronteerd – wat een woord! – met de dode haai van Damien Hirst in het aquarium. Ontegenzeggelijk een vervaarlijk beest. De Russische vrouwen werden er stil van. Ik dacht aan de geconserveerde walvis in de tent van Floris Meslier, op de Dam, bijna een halve eeuw geleden. Ook dood, groter en bovendien een zoogdier. En nog een verschil. Bij de walvis stond een bordje: `Walvis'. Bij de haai: The Physical Impossibility of Death in the Mind of Someone Living. Tja. Ik ken het. Daar valt niets tegen in te brengen.

Hebt u wel eens een dode muis gezien? Verstijfd vodje grijs bont op de vloer? Diertje in de vuilnisbak gegooid? Nog iets gedacht in het genre van de onbegrijpelijke dood? Of alleen: bah, vies. Een dode kat, hond is al iets anders, vooral als het uw huisdier is. Er zijn mensen – u niet – die iets alleen begrijpen als ze in koeien van letters en maximum aantal decibels ermee worden geconfronteerd. Heeft dood afmetingen, een formaat? Is een walvis, haai groter dood dan een vlieg? Voor Damien Hirst wel. Verderop staat nog een soort aquarium van hem, met vliegen, maden, een namaak half verteerde koeiekop en een insect-o-cutor. Komt een vlieg ermee in aanraking dan wordt hij/zij geëlectrocuteerd. Vondst! Ik vind het verachtelijk. Ik ben van mening dat geen enkel werk met kunst in verband kan worden gebracht als er het leven van welk wezen dan ook aan opgeofferd wordt. De blits maken op kosten van vliegenlevens is kort gezegd: niet goed.

Achter de Russische dames aan ging ik verder. Bij sommige installaties moesten ze onbedaarlijk lachen. Bij een werk van Sarah Lucas, bestaande uit een matras, twee meloenen, een emmer, twee sinaasappels en een komkommer, zo gearrangeerd dat niemand de betekenis kon ontgaan, ging de lach over in de slappe lach. Bij het werk van Marc Quinn, zijn eigen hoofd in zijn eigen bevroren bloed, was het weer griezelen met gilletjes geblazen. Ofili's Madonna met olifantenvijg werd zonder protest bezichtigd. Er hangt nog meer van hem waaraan de olifant heeft meegewerkt, maar als je geen kenner van dit materiaal bent, zie je het niet. Voor de rest is het een kleurig soort broderie met verf waarop het woord lief van toepassing is. De installaties van Jake en Dinos Chapman, aan elkaar gemaakte vrouwenlichamen van etalagepoppenmateriaal, Siamese twee-, vijf- of tienlingen, lijken me onbeschaamd van Hans Bellmer geplagieerd. De foto op het omslag van de catalogus, wijd opengesperde mond met uitgestoken tong heeft een halve eeuw geleden op een omslag van Cobra gestaan. Ook Einstein heeft laten zien hoe dat moet. Ik had SENSATIE bezichtigd. Ik ben er ook geweest, ik kan er over meepraten.

John Updike heeft een essay geschreven, De toekomst van het geloof. Daarvoor heeft hij ettelijke kerken bezocht en religieuze kunst bekeken, ook in Venetië. Toevallig was daar de Biennale aan de gang. ,,Ik dacht dat het een goed idee zou zijn om, bij wijze van spreken, mijn palet schoon te maken door erheen te gaan,'' schrijft hij. ,,Als een vermoeid pelgrim dwaalde ik van paviljoen naar paviljoen, stelde mezelf bloot aan kunstnevel, omgekeerde bloemen, gefluister met regenbui, foto's gemaakt door een chimpansee, raceautogebrul, opengebroken vloeren, geverfde autobanden. Overal de grofste ironie en nihilisme. (-) De wens om de geharde kunstkenner tot een reactie te shockeren had frenetieke vormen aangenomen.'' Updike knoopt er dan zijn beschouwing over het geloof aan vast, de moeite waard, maar hier niet aan de orde. Toen ik las wat ik heb geciteerd, las ik wat ik bij SENSATION had gedacht.

Je kunt wel mompelen: flauwekul van vondstenaars. Maar dat is de oplossing niet. Er wordt daar met bloedige ernst, verwoord in gewichtige theorie, consequent geprobeerd, zoveel mogelijk mensen op hun tenen te gaan staan. Dat, moet ik toegeven, hindert me. Niet het werk van de vondstenaar, maar de enorme gewichtigheid waarmee hij als exegeet van eigen werk op het toneel verschijnt. Aan de andere kant: wat zou hij dan moeten doen? Zijn aquariumhaai relativeren? Bij iedere relativering is deze kunst verdwenen, dat wil zeggen in een gewone haai of zwerm vliegen veranderd. Op de plastic zak die het museum bij de catalogus verkoopt, wordt zwakkere naturen aangeraden, de dokter te raadplegen voor ze gaan kijken. Vandaar dat dit gezelschap vrolijke Russinnen een ware verfrissing was.

Intussen is het Charles Saatchi, eigenaar van de collectie, weer gelukt. De National Gallery in Canberra heeft de tentoonstelling geweigerd; niet om artistieke redenen, maar omdat het museum zich niet voor het financiële karretje van Saatchi wil laten spannen. Maar weigeren is weigeren, en daar gaat het om.