Brand

Max en Vera kregen visite uit China, tenminste, dat dachten ze. En omdat ze het dachten, troffen ze voorbereidingen. Ze hadden hun kamer opgeruimd. Ze hadden op zolder twee kampeerbedden neergezet. Ze hadden heel lang nagedacht over wat ze zouden gaan eten met hun Chinese vrienden en besloten dat het hutspot moest zijn. Max had liever nasi gehad, zijn lievelingseten, maar dat vond Vera belachelijk, want nasi kwam uit China en als je Chinese vrienden op visite kreeg ging je geen Chinees eten eten.

Max had geprotesteerd. Als hij naar China zou gaan, zou hij het juist leuk vinden als hij daar hutspot te eten kreeg.

,,Maar nasi is toch je lievelingseten'', had Vera toen snel opgemerkt en daarop had Max inderdaad geen antwoord, dus het werd hutspot die ze met hun vrienden gingen eten.

Een probleem was dat ze niet wisten wanneer de vrienden precies kwamen. Dat hadden ze ook niet uit de brief kunnen opmaken, want die was in Chinese tekens geschreven. Toch wisten Max en Vera heel erg zeker dat hun vrienden onderweg waren – ze werden er steeds zenuwachtiger over.

Op een avond zaten ze na het eten op de bank naar Sesamstraat te kijken, toen ze buiten een paar rommelende geluiden hoorden.

,,Daar zijn ze!'' riep Max meteen. Hij sprong op.

Vera sprong hem achterna.

Ze holden naar het raam en trokken de gordijnen open. Het enige wat ze zagen was de maan die in een sikkel aan de donkere lucht stond, een beetje scheef boven de oude, kale boom aan de overkant van de straat. Weer klonk het rommelende geluid.

,,Wat is dat nou?'' vroeg Vera aan Max. Ze kneep hem zachtjes in zijn arm. Ze vond het geluid eng.

Max ook, maar hij wilde het niet toegeven.

,,Onweer'', zei hij stoer.

Vera drukte haar neus tegen het raam en staarde naar buiten. Ze zag een sloom wolkje langs de maan trekken. Het leek wel een rookpluim. Ze geloofde er niks van dat het gerommel onweer was. Maar toen hoorde ze het weer. En ze voelde hoe Max naast haar nu ook schrok en in háár arm begon te knijpen.

,,Auw!'' riep ze.

,,Ik ruik wat'', riep Max nu opgewonden.

Vera snoof hard. Ze was verkouden. Ruiken ging niet zo makkelijk.

Toch rook ook zij wat. Het leek wel brand. Ze wilde gaan gillen, maar haar stem was verdwenen. Ze voelde hoe Max aan haar arm trok. Buiten rolde een hele dikke wolk langs de maan.

Max trok Vera achter zich aan de gang in.

Daar was niets aan de hand. Het was gewoon de gang zoals hij altijd was. Aan de kapstok hingen hun jassen en eronder stonden hun regenlaarzen.

Het enige dat niet klopte was dat ze ook hier het rommelen hoorde. En nog iets anders.

Geknetter.

Max holde naar de trap en keek naar boven. Daar kwam het geluid niet vandaan. Vera wist ook niet waar het vandaan kwam. Het kwam dus toch van buiten, ze moesten gaan kijken. Misschien waren het hun Chinese vrienden die een verrassing bij zich hadden.

Ze deden voorzichtig de buitendeur open. Meteen was het gerommel harder. Het klonk nu alsof er wind doorheen blies. Alleen waaide het niet.

Max pakte Vera vast. Voetje voor voetje schuifelden ze nu samen het tuinpad op. Aan het einde zagen ze een oranje gloed. Het werd steeds warmer. Toen sloegen ze de hoek om en zagen ze wat er aan de hand was. Hun schuurtje stond in de brand!