Afgemaakt als een hond omdat hij Serviër was

In de nacht van zondag op maandag vierden de Kosovaren feest. Het kostte een Serviër het leven: hij liep met zijn auto vast in de menigte en werd gelyncht – een illustratie van de diepe etnische haat die nog altijd bestaat.

Dragoslav Bašic, een hoogleraar constructietechniek die studeerde èn doceerde aan de universiteit van Berkeley in Californië, dacht dat het een kwestie van tijd zou zijn voordat de rust in Kosovo zou weerkeren.

Hij dacht ook dat hij, door alleen in achterafstraatjes te komen en alleen Engels te spreken in plaats van Servisch, zijn moedertaal, geen gevaar zou lopen als hij 's avonds laat met zijn vrouw per auto door Priština zou rijden om zijn schoonmoeder op te halen. Die was bang alleen te zijn tijdens de rumoerige straatfeesten waarmee de Albanezen van Kosovo afgelopen weekeinde Vlaggendag vierden, de dag waarop ze hun opstand tegen de Turken in de vijftiende eeuw en de uitroeping van de Albanese onafhankelijkheid in 1912 herdenken.

Dragoslav Bašic (63) vergiste zich op beide punten. Hij betaalde die vergissingen met zijn leven.

,,De mensen drongen op rond zijn auto en vroegen om hun papieren'', vertelt Basic' zoon Tomislav. ,,Vader en moeder probeerden Engels te spreken, omdat het spreken van Servisch in Priština niet is toegestaan. Maar iemand ontdekte dat ze Serviërs zijn en dus staken ze de auto in brand. De inzittenden moesten uitstappen en daarna begon de mishandeling.''

In het ziekenhuis van de Zuid-Servische stad Niš waar Tomislav zijn verhaal vertelt ligt zijn moeder, Dragica (51). Haar gezicht zit vol schrammen en blauwe plekken en ze kan slechts moeilijk ademhalen. Chefarts Ratsko Djordjevic somt haar verwondingen op: vier gebroken ribben, een doorboorde long, hoofdwonden, een gebroken neus, een hersenschudding, een gebroken rechterarm en een uit de kom gerukte rechterschouder.

Haar 72-jarige moeder is er erger aan toe. ,,Haar hele linkerborstkas is gebroken, ze heeft beschadigde longen en inwendige bloedingen in de borst en in het onderlichaam. We moesten haar onmiddellijk opereren en vonden een gescheurde milt en een gescheurde lever'', zegt Djordjevic.

Dragoslav Bašic werd doodgeschoten. ,,Er waren rond honderd getuigen. Niemand hielp. Ze schoten hem dood als een straathond'', zegt Tomislav. Hij herinnert zich zijn vader als een pacifist die nationalisme en politiek in het algemeen verafschuwde, hard werkte en tegen de leden van het Kosovo Bevrijdingsleger UÇK, die bij hem aan de deur kwamen om hem te dwingen Kosovo te verlaten, placht te zeggen dat hij dat niet kon omdat al zijn voorouders er hadden gewoond.

De moord maakt deel uit van de golf van geweld tegen de Serviërs in Kosovo na het vertrek van de Servische en Joegoslavische troepen en de intocht van de vredesmacht KFOR. Aanvankelijk bestond er voor de wraakacties van de Kosovaren nog wel enig begrip, gezien de Servische terreur waarvan zij het slachtoffer waren geweest. Maar met het vertrek van de Serviërs die voor die terreur verantwoordelijk waren geweest werden de motieven voor die wraakacties minder plausibel, zeker nadat op straat een Bulgaarse VN-medewerker werd doodgeschoten, uitsluitend omdat hij in een Slavische taal antwoord gaf op de vraag hoe laat het was.

KFOR en het VN-bestuur hebben de moord op Bašic en de ernstige mishandeling van zijn vrouw en schoonmoeder als een laffe daad veroordeeld. Maar een `samenzwering van stilte' maakt het volgens hen onmogelijk de daders te vinden. Op de oproep aan getuigen om hun verhaal te komen doen heeft niemand zich gemeld.

Tomislav zegt dat zijn vaders enige misdaad was dat hij Serviër was. ,,Mijn vader heeft nooit een uniform gedragen. Als hij iets had misdreven was hij niet in Kosovo gebleven.'' Dat wordt overigens bevestigd door een Albanees lid van de academische gemeenschap van Kosovo.

Toen de Albanezen deze zomer de universiteit van Priština, waaruit het Servische regime hen tien jaar eerder hadden verdreven, weer in gebruik namen, werd Bašic ontslagen. In augustus werd zijn schoonmoeder aangevallen door Albanese jongeren. De Bašic', wier dochter eind vorig jaar heeft gewerkt voor de internationale waarnemers van de OVSE die toezicht moesten houden op een bestand, wilde niettemin de provincie niet verlaten. ,,Ze hoopten dat de rust gewoon zou weerkeren'', zegt Tomislav.

Hij is bitter over de internationale gemeenschap: de Serviërs zijn gebombardeerd omdat ze zich schuldig maakten aan `etnische zuivering'. ,,Nu doen de Albanezen hetzelfde. Wat gaan jullie eraan doen? Hebben jullie de Albanezen verdedigd opdat die nu hoogleraren uit Berkeley kunnen vermoorden?'' (Reuters, AP)