Surrogaat voor het leven

Big Brother biedt jonge kijkers unieke kansen. Het toont de enige mensen die op tv `rustig en normaal doen'.

AL MEER DAN ZEVENTIG dagen kijk ik naar Big Brother. Elke avond zit ik vijf minuten voordat het programma begint met moeder en zusje klaar, zodat we geen seconde missen. Vader leest de krant, maar luistert stiekem mee en geeft commentaar.

Ik houd ervan mensen te zien leven. Het is interessant om te kijken hoe ze zich gedragen, te horen wat ze voelen en denken. Maar veel mensen hebben een neiging de interessantste gesprekken te voeren wanneer ik er niet bij ben. Of wanneer ik het te druk heb met mezelf. Als meisje van zeventien let je vaak meer op je eigen gedrag dan op dat van anderen. Als ik zou kunnen zien hoe mijn zusje tegen haar vriendinnen doet, hoe de leraar wiskunde met zijn vrouw praat, hoe mijn ouders zich gedragen onder volwassenen, dan zou ik geen behoefte hebben aan een surrogaat voor het leven. Maar dat zie ik allemaal niet.

Hoe krijg je mensenkennis wanneer je maar drie soorten mensen kent: leeftijdgenoten, leraren en ouders? Natuurlijk door boeken te lezen. Maar boeken gaan over verzonnen personen die denken wat de schrijver wil. Als lezer kun je dus nooit een werkelijk nieuwe drijfveer van een personage ontdekken die de schrijver er niet – bewust of onbewust – heeft ingestopt. Door een boek leer je eigenlijk maar één mens kennen: de schrijver.

Op zoek naar echte mensen begon ik naar Goede Tijden Slechte Tijden te kijken. Het verhaal en de dialogen zijn zo onecht als het maar kan, maar de acteurs zelf zijn bestaande mensen met eigen gezichtsuitdrukkingen en gebaren. Veel hielp het niet.

Maar toen kwam Big Brother. Dat het een programma van Veronica was, kon mij niets schelen. Jongeren weten nauwelijks meer wat het verschil is tussen de publieke omroepen en de commerciële zenders, in elk geval doet het er niets toe. Meestal kijk ik naar de commerciële zenders; als ik televisie kijk, wil ik amusement, de commerciële zenders zijn daar beter in dan de publieke omroepen.

En dat de kijker gemanipuleerd zou worden, daar was ik het niet mee eens. Ten eerste denk ik dat de mensen van Veronica niet in staat zijn `de kijker' honderd dagen te manipuleren. Ze weten nooit wat er de volgende dag zal gebeuren en kunnen dus nergens op aansturen. Bovendien word je in boeken niet minder gemanipuleerd. Een schrijver laat zijn lezer haten of liefhebben, net waar hij zin in heeft. Maar daar neemt niemand aanstoot aan.

Zonder hinderlijke commerciëlenhaat of argwaan kan ik nu dus elke avond zien hoe gewone volwassenen met elkaar omgaan. Big Brother is een unieke kans te horen wat er wordt besproken op een mannenslaapzaaltje, te zien hoe de anderen reageren op Karins monoloog over haar borstkanker en te horen hoe de mannen – die verbeten boontjes afhalen – klagen dat de vrouwen te weinig doen.

Door Big Brother ben ik mensen aardiger gaan vinden. Toen we op een donderdag lang geleden de introductiefilmpjes van de bewoners te zien kregen, vond ik iedereen saai of aanstellerig, maar na drie dagen lette ik al niet meer op de tatoeages en het Brabants. Ik herkende zoveel gedrag dat ik me verbroederd voelde met de bewoners, maar er was ook genoeg nieuw gedrag om het programma interessant te maken. Zodra die negen mensen `de bewoners' van het Big Brother-huis werden, veranderden ze voor mij in Elckerlyc. Voor anderen veranderen ze in debielen en geestelijk gehandicapten. Wonderlijk dat volwassenen er behoefte aan hebben zo te schelden op mensen die als enigen op televisie rustig en normaal doen.

Big Brother is het enige programma waar wij dagelijks met de hele familie naar kijken en over praten. Eindelijk hebben we gemeenschappelijke `vrienden' over wie we kunnen praten, denken en roddelen. Het programma overbrugt het leeftijdsverschil en geeft een nieuwe kijk op leeftijd. In soaps heeft leeftijd alleen een invloed op het uiterlijk, maar niet op het gedrag van mensen. Jonge mensen weten al precies wat ze moeten doen, oude mensen maken nog steeds fouten. In Big Brother zie je echter dat het wel degelijk helpt ouder te worden. Voor vrouwen in elk geval. Anouk en Sabine hebben nog niet geleerd zich aan te passen, maken hatelijke opmerkingen en ergeren zich, Karin sust en lacht en organiseert. Bij de mannen merk je er minder van. Allemaal kunnen ze zich handhaven, voetballen en keten.

Natuurlijk ben ik niet kritiekloos. Het idee is geweldig, maar de uitvoering zou beter kunnen. De weekopdrachten zijn vaak fantasieloos, de bewoners krijgen te veel informatie van de buitenwereld en vooral het nomineren werkt niet. De nominaties zelf zijn interessant, maar het doet het programma geen goed dat steeds de kleurrijke personen worden weggestemd. Sabine en Cyrille zorgden voor actie.

Maar er blijft zoveel over. Er wordt niemand ontvoerd door de mafia zoals in GTST en toch is het spannend. Zal Ruud zich morgen weer `te nakend' kleden? Wanneer wordt er weer een kip naar Bart gegooid? Waarom heeft Maurice drie spierwitte onderbroeken aan een kleerhanger die steeds naar beneden valt? Voor een fan cliffhangers van de eerste orde.

Anna Woltz (17) is scholier en schreef columns over haar klas op het gymnasium in Den Haag. Van haar hand verscheen het boek `Overleven in 4B'.