Stop to shop

We naderen kerst en, getrouw aan de hedendaagse invulling van het feest, gaan we stevig consumeren. Op met de ferry naar Newcastle-upon-Tyne, één van de bestemmingen waar zogenoemde shoppingtrips naar toe voeren. Kortdurende, niet al te prijzige consumeerorgies. Avondje varen, dagje shoppen en weer terug op de plezierboot. Wat nou musea?

Als we om zes uur 's avonds vanuit IJmuiden uitvaren, speelt bij de Columbus Bar al een bandje liedjes van Tom Jones, Shania Twain en Elvis. De boottocht zelf is onderdeel van de beoogde geneugten van de shoppingtrip. Niemand hoeft zich te vervelen met twee restaurants, een pub en een grote zaal met bar en podium annex dansvloer. En dan is er nog de bioscoop, het casino, de gokkasten en de taxfreewinkel. ,,Mogen we u eraan herinneren dat u sinds de invoering van nieuwe taxfree regels zoveel mag kopen als u zelf wilt'', klinkt het uit de speaker.

Je moet natuurlijk wel van kermissen en Las Vegas houden wil je de bootrit echt geamuseerd doorkomen. Of van stevig drinken. Met de nodige Britten aan boord lijkt de belangstelling daarvoor het grootst. Na een paar pints lijkt ook de dansshow die - zowel heen als terug – twee keer wordt opgevoerd, opeens heel erg leuk. Drie danseressen, die zich bijna om elk nummer omkleden, dansen bijna synchroon. Ze dansen de cancan en werpen rok en benen omhoog. Hopsakee, meeklappen allemaal.

Op de heenweg laat ik een deel van de show voor wat het is en spreek met de Zweedse meisjes achter de lege casinotafels. Wel tientallen keren is de meest spraakzame van de twee heen en weer gevaren tussen IJmuiden en Newcastle. Tips voor de stad zelf heeft ze niet, nog nooit geweest. Wel raadt ze het nabijgelegen MetroCentre aan, een van de grootste shoppingmalls in Europa. Bij de informatiebalie liggen folders, vertelt ze. Er zijn ook Nederlandse hostessen aan boord. Net als een Bulgaarse band, Poolse serveersters en Fillipijnse barmannen en een Zweedse kapitein overigens.

Op de terugweg, de volgende avond, ben ik getuige van het showgedeelte dat ik eerder heb gemist. Het publiek mag deelnemen aan een wedstrijdje. Een Hollands meisje mag Yesterday zingen. Een jonge Brit valt geregeld bij de Kozakkendans. De winnaar is een gezette man van middelbare leeftijd die tot groot vermaak van een deel van het publiek balletpasjes maakt.

Als we na eerste nacht wakker worden in onze hut, ligt de boot al afgemeerd in havenstad Tynemouth. Katerig spoeden we ons naar de gereedstaande bus: een kleine excursie is inbegrepen in het arrangement en zal ons na een fraaie route in Newcastle droppen. Koffie willen we, maar we krijgen Les. Of zo noemen we hem, want zijn naam is in het decoder-Engels dat hij spreekt moeilijk te verstaan. Les is voor een goed uur onze gids. We zijn nog geen vijf minuten onderweg als we een applaus voor chauffeur George moeten geven. Les heeft Nederlands geleerd van een cursus op cassettebandjes maar blijft af en toe steken in het Duits. Maar hij bedoelt het goed en vertelt gepasioneerd over zijn streek. We zien de Twinings-theefabriek, het eerste treinstation in Europa en hij leert ons een paar woorden locaal dialect: ay betekent ja, way ay jazeker en way ay man absoluut. Ook zien we nog het appartment van Ruud Gullit toen hij nog trainer was van de plaatselijke trots Newcastle United. En alsof dat nog niet genoeg is, blijkt Les op de minder interessante trajecten ook nog een fervent balonnenkunstenaar. Een plastic poedel tovert hij met gemak uit de vingers.

Nederlanders mogen graag voor de kerstdagen in Engeland vertoeven en dan met name in Londen. De kerstsfeer wordt geroemd: kinderkoren op pleinen, mooi versierde etalages van speelgoedwinkels en Christmaspudding in statige en te dure warenhuizen. De afwezigheid van die andere roodwitte fantast draagt alleen maar bij aan het Dickensgevoel.

Natuurlijk heeft Newcastle minder te bieden dan het mondaine Londen. Newcastle geldt sowieso niet als een der fraaiste steden van Engeland. Veel van de inwoners, de Geordies, zijn werkloos (zo'n 20% aldus Les) en het vervallen havenleven aan de oever van de rivier de Tyne is duidelijk zichtbaar. Een oud schip doet nu dienst als derderangs nachtclub. Veel kinderen, klein, groot, mager of vet, lopen rond in hun zwartwitte tenues van de voetbalclub. Geen toekomst, dan toch voetbal.

Marseille werd me ooit omschreven als het kanker van Frankrijk, maar zelden ben ik zo snel verliefd geworden op een stad. De geschiedenis herhaalt zich. De vele metalen bruggen die zich langs de Quayside naast elkaar uitspannnen over de rivier, de oude pubs en opmerkelijke aantallen trendy kroegen, het gebrek aan massa's toeristen, de soms verlaten oude winkeltjes in de heuvelachtige straten in de stad, de overdekte markten waar je vreemde kazen aantreft of tien zakjes chips koopt voor een pond. Met Worchester sauce of Salt and Vinegar.

Je kan er de ogen ook voor sluiten en Newcastle een grauwe stad vinden. Maar dan wel een met een onvoorstelbaar groot aantal winkels. Weliswaar geen luxe Harrods of Harvey Nichols zoals in Londen, maar dan weer wel de grootste Marks & Spencer ter wereld. Voor het overige doet de stad in winkelaanbod nauwelijks onder. In de veelal overdekte winkelcentra zijn ook hier honderden kledingwinkels, een Disney-store, sportwinkels, boekwinkels Waterstones en W.H.Smith en platenmegastores Virgin en HMV te vinden. Allemaal nog compacter gelegen dan in de Britse hoofdstad met een zwaartepunt op Northumberlandstreet, de Kalverstraat van de stad. Op boeken na is alles zo'n beetje duurder dan in Nederland maar laat de pret vooral niet drukken. Kerstmis staat immers voor de deur.