Sphinx moet wegens fusie dochter kwijt

De Maastrichter sanitairproducent Sphinx Gustavsberg moet zijn Zweedse dochter Gustavsberg afstoten. Pas dan mag het Finse Sanitec de onderneming overnemen. Dat heeft de Europese Commissie gisteren bepaald.

Eurocommissaris Mario Monti (Mededinging) vond de gecombineerde marktaandelen van Sanitec en Sphinx Gustavsberg in de Scandinavische landen te hoog. De twee hebben samen vrijwel een monopolie op het gebied van keramisch sanitair en badkamerproducten (zoals baden en douchewanden) in Noorwegen, Zweden, Denemarken, Finland en IJsland.

Volgens de Europese Commissie kunnen afnemers van Sanitec en Sphinx (zoals groothandelaren en loodgieters) geen vuist maken tegen de producenten. De concurrentie is minimaal en alternatieven ontbreken nagenoeg. Monti heeft bepaald dat Sphinx behalve de productiecapaciteit ook de merknaam Gustavsberg moet afstoten. Tegen het hoge marktaandeel van Sphinx in de Benelux had hij geen bezwaren.

De Scandinavische divisie van Sphinx Gustavsberg is goed voor een omzet van 59,7 miljoen euro (131,3 miljoen gulden), een vijfde van de totale omzet. De af te stoten divisie bestaat uit twee fabrieken voor wastafels, toiletpotten en kranen en vier verkooporganisaties. Een koper is nog niet gevonden.

Sanitec is met een omzet van 571 miljoen euro (1256,2 miljoen gulden) twee keer zo groot als Sphinx Gustavsberg, dat in 1994 ontstond uit een fusie tussen het Nederlandse Sphinx en het Zweedse Gustavsberg. Het bedrijf heeft een slecht eerste halfjaar achter de rug. De omzet daalde van 145 tot 137 miljoen euro. De winst kelderde met 90 procent en kwam op 100.000 euro.

Oorzaak voor de winstval waren de uitstel van een herstructurering, in afwachting van de overname door Sanitec, en het gemis aan de resultaten van spoel- en waterbesparingssystemenproducent WISA, dat Sphinx voor 11 miljoen euro heeft verkocht.

Sanitec betaalt 125 miljoen euro (275 miljoen gulden) of 13 euro per aandeel voor Sphinx. De aanmeldingstermijn voor aandelen Sphinx sluit maandag.