Sierra Leone is veroordeeld tot gangsters

Rebellenleider Foday Sankoh heeft maar één doel: president te worden van Sierra Leone. Door verkiezingen of met geweld.

Rebellenleider Foday Sankoh vervult een goddelijke opdracht. ,,De inwoners van Sierra Leone wilden oorlog en God hoorde hun roep. Ik ben als Mozes. God zond mij om de opstand te leiden.'' De leider van het Verenigde Revolutionaire Front (RUF) heeft grote oratorische gaven. Hij wist daarmee duizenden arme jongeren te overtuigen van zijn missie. Zijn invloed reikt verder dan wat voor een buitenstaander rationeel vatbaar is. Hij is zowel moslim als christen en beschikt over obscure krachten. ,,Als ik uw horloge wil bezitten, dan bid ik er drie dagen voor en God zorgt ervoor dat ik het krijg.'' Zijn strijders geloven hem.

Het is aan een helderziende om uit te maken wat Sankoh werkelijk vindt. ,,Ik sta honderd procent achter het in juli gesloten vredesakkoord'', zegt hij. Tien minuten later in hetzelfde gesprek verkondigt hij: ,,Het vredesverdrag is een vodje papier, er kan van alles fout gaan.'' Het akkoord tussen de democratisch gekozen regering van president Tejan Kabbah en het RUF is mede door Sankohs ambivalente houding uiterst fragiel. De rebellen weigeren de controle over hun gebieden op te geven en nog dagelijks vinden er overvallen op burgers plaats. De demobilisatie van de strijders ligt achter op schema. Bovendien lijken binnen de rebellenbeweging de tegenstellingen toe te nemen.

Over één aspect van Foday Sankoh bestaat geen onduidelijkheid: hij wil president van Sierra Leone worden. ,,Er bestaat geen twijfel over dat hij doorgaat tot het bittere eind. Zijn enige doel is president worden, met geweld of door verkiezingen'', zegt Zainab Bongura, hoofd van de niet-gouvernementele organisatie Campaign for Good Governance in de hoofdstad Freetown. Sankoh maakt een goede kans dit doel te bereiken. De laatste etappe na negen jaar oorlog is het winnen van `vrij en eerlijke' verkiezingen.

Het onder auspiciën van de Verenigde Naties en de Verenigde Staten gesloten vredesverdrag gaf Sankoh de kans aan zijn imago te werken. Hij presenteert zich nu als een fatsoenlijke politicus. Hij ontkent iedere verantwoordelijkheid voor de misdaden tegen de bevolking die zijn troepen op grote schaal hebben begaan, en benadrukt bij iedere gelegenheid dat hij vrede nastreeft. Intussen laat hij eveneens doorschemeren dat als hij over twee jaar niet wordt gekozen, de verkiezingen zijn vervalst en zijn strijders de wapenen weer opnemen.

Zijn troefkaart lijkt Sam Bockarie, alias generaal Mosquito. Sankoh zat vóór de ondertekening van het vredesakkoord twee jaar in de gevangenis en gedurende die tijd nam Mosquito het RUF-leiderschap waar. Als onderdeel van het akkoord zitten vier RUF-leden in de regering van president Tejan Kabbah. Sankoh kreeg de functie van vice-president, terwijl Mosquito achterbleef in de bush. ,,De 30-jarige Mosquito is een wilde jongen'', zegt Francis Okello, hoofd van VN-missie in Sierra Leone. ,,Er is geen plaats voor hem in het vredesproces. Hij maakte de lagere school niet af. Je kan hem toch geen gouverneur van de Centrale Bank maken? Niemand weet wat met hem te doen.'' De Nigeriaanse president Obasanjo bood hem een studiebeurs aan in Nigeria maar die heeft hij geweigerd.

Houdt Sankoh Mosquito achter de hand voor als een vreedzame eindsprint naar het presidentschap fout loopt? Johnny Paul Koroma, in 1997 enkele maanden president van een militaire junta en voormalig bondgenoot van Sankoh, kent Bockerie goed. ,,Mosquito doet het voorkomen alsof hij de bevelen van Sankoh negeert om uit de bush te komen. In werkelijkheid spelen ze onder één hoedje'', meent hij. ,,De RUF-strijders controleren de gebieden waar de diamanten worden gewonnen. Sankoh en Mosquito willen zo lang mogelijk doorgaan met de exploitatie van de diamanten.''

Sierra Leones grondstoffen, en in het bijzonder de diamanten, vormen de hoofdoorzaak van de oorlog en de strijd om deze bodemschatten bemoeilijkt de vrede. Bij de onafhankelijkheid had Sierra Leone het best opgeleide kader van West-Afrika. De rijke bodemschatten zorgden voor een florissante economie. Een corrupte elite eigende zich echter het merendeel van de inkomsten toe terwijl de bevolking verarmde. Het snel groeiende lompenproletariaat vormde een vruchtbare voedingsbodem voor agitatie door linkse studenten die het RUF oprichtten. De Libische leider Gaddafi, Blaise Compaoré van Burkina Faso en Charles Taylor van Liberia verschaften het RUF financiële steun en militaire training. De rebellenbeweging raakte al in een vroeg stadium de koers kwijt. Sankoh kaapte het leiderschap en liet de linkse studenten vermoorden. De nadruk kwam te liggen op het plunderen van de grondstoffen, niet op de verdrijving van de corrupte elite.

James Jonah, minister van Financiën van een potentieel `Koeweit van West-Afrika', beheert een lege staatskas. ,,We verdienen niets meer door export'', zegt hij met een zure glimlach, ,,want de rebellen controleren de gebieden met de grondstoffen. Koffie, goud, diamanten, al onze rijkdom verlaat illegaal het land via Liberia.'' Sankoh, Mosquito en Taylor verdienen er miljoenen dollars aan. De regering van president Kabbah is aan de bedelstaf, geheel afhankelijk van buitenlandse donoren. Ze krijgt geen leningen meer van het Internationale Monetaire Fonds, want het kan schulden van tien jaar geleden niet afbetalen. De Wereldbank dreigt om dezelfde reden zijn projecten stop te zetten.

De militaire optie om de diamantgebieden te veroveren bestaat niet meer. Sinds de militaire coup van Koroma in 1997 heeft de regering geen eigen leger meer en is ze geheel afhankelijk van de interventiemacht van Nigeria, dat zijn troepen zo snel mogelijk wil terugtrekken. De 6.000 manschappen van de VN-vredestroepen die de komende dagen arriveren, hebben alleen een mandaat burgers te beschermen, niet om in het offensief te gaan tegen het RUF. Honderden rebellen maakten gebruik van het staakt-het-vuren en kwamen de afgelopen weken Freetown binnen. Ze zijn ongewapend maar beschikken over geheime wapenopslagplaatsen. Een gewelddadige greep naar de macht is makkelijker dan ooit geworden voor het RUF.

President Kabbah, drie jaar geleden onder groot enthousiasme van de bevolking gekozen, maakt een verlamde indruk. Zijn wilskracht lijkt gebroken. Het ontbreekt zijn regering aan een strategie om Sankohs mars naar het presidentschap te stoppen. Tot ergernis van zijn eigen ministers doet Kabbah er alles aan om de rebellenleider niet op de tenen te trappen. Hij bezoekt de kampen van de oorlogsslachtoffers niet, want dat zou het RUF kunnen provoceren. Onlangs arresteerden enkele politieagenten een groep plunderende RUF-strijders. Sankoh protesteerde bij Kabbah dat zij krijgsgevangenen waren, waarop de president ze vrijliet. ,,Kabbah laat het afweten als leider van het land'', concludeert een diplomaat. ,,Er ontstaat een machtsvacuüm waar Sankoh handig gebruik van maakt. Zo wordt het onvermijdelijk dat hij de nieuwe president wordt.''

De chantage van het RUF werkt. De rebellen controleren de economie en ze vormen de sterkste strijdmacht. Ze dwongen in het vredesakkoord een algehele amnestie af voor hun misdaden, de bevolking is doodsbang voor ze en nu winnen ze ook het politieke spel. Na Liberia, waar de krijgsheer Charles Taylor op gelijke wijze het pleit won, lijkt ook de bevolking van Sierra Leone veroordeeld tot een heerschappij van gangsters.