SER wil einde maken aan fiscale regeling voor VUT

De Sociaal-Economische Raad (SER) heeft het kabinet gisteren geadviseerd een eind te maken aan de fiscale regeling voor vervroegd uittreden uit het arbeidsproces (VUT). Dat moet gebeuren ,,op een nog nader te bepalen datum'', stelt de SER in een unaniem ontwerpadvies over het vergroten van arbeidsdeelname door ouderen.

,,Ouderen moeten langer werken'', aldus het SER-advies, opgesteld door een werkgroep onder leiding van prof. dr. F. Leijnse. ,,Dat is van groot belang omdat zo de spanningen op de arbeidsmarkt kunnen worden verlicht en de kosten van vergrijzing kunnen worden opgevangen.'' De SER meent dat de werkgelegenheidsgraad onder ouderen moet worden opgevoerd van 25 à 30 procent nu naar 50 procent in 2030. ,,In beginsel dienen alle arbeidsgeschikte personen jonger dan 60 jaar deel te nemen aan het arbeidsproces.''

Tijdens de behandeling van de begroting van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid bleek gisteren dat een meerderheid van de Tweede Kamer instemt met het SER-advies om een eind te maken aan het fiscaal stimuleren van de VUT. De fracties van VVD, D66 en CDA riepen minister De Vries op de nodige actie in die richting te ondernemen.

Onder de VUT-regeling kunnen 55-plussers ophouden met werken en krijgen zij 60 tot 70 procent van het laatst verdiende loon doorbetaald tot de pensioengerechtigde leeftijd.

De SER adviseert het bedrijfsleven de VUT met spoed om te zetten in een zogenaamde pre-pensioenregeling, waarbij het voor de werknemer minder aantrekkelijk wordt vervroegd met werken op te houden.

Hij/zij kan dat onder die regeling wel blijven doen, maar draait dan zelf op voor de kosten. Nu nog zijn het de werkenden die de VUT-kosten opbrengen. Het aantal pre-pensioenarrangementen neemt de laatste tijd trouwens al sterk toe.

Het CBS voorspelt dat het aantal mensen tussen 40 en 65 jaar (als percentage van de 'arbeidzame' bevolking van 20 tot 64 jaar) toeneemt van 50 procent nu naar bijna 60 procent in 2015. Vanaf 2010 bereiken de zogenaamde 'babyboomers', die tijdens de naoorlogse geboortegolf werden geboren, de pensioengerechtigde leeftijd, waardoor het aantal 65-plussers fors zal stijgen.