Rostropowitsj' Pathétique heeft een bezielde intensiteit

Slavisch temperament bestaat in vele soorten. Tijdens het Gergjev Festival van afgelopen september realiseerde Valery Gergjev in Rotterdam met zijn Kirov Orkest een enerverende weergave van de Zesde symfonie (`Pathétique') van Tsjaikovski. Strakker, volmaakter en rustiger klonk gisteravond diezelfde `Pathétique' in Amsterdam door het Koninklijk Concertgebouworkest onder de Russische cellist/pianist/dirigent Mstislav Rostropowitsj. Het vloeiende gemak van Gergjev en de zangerigheid van diens lijnenspel benaderde Rostropovitsj niet, maar dat leek ook geenszins de opzet. In Rostropowitsj' `Pathétique' domineerde een bezielde intensiteit.

Sinds 1960 was Mstislav Rostropowitsj vele malen als cello-solist te gast bij het Concertgebouworkest. In 1995 debuteerde hij er als dirigent, deze week gaat hij het orkest opnieuw voor in een ditmaal geheel Russisch programma. Behalve Tsjaikovski's Zesde symfonie klonken gisteren de Nederlandse première van het Sinfonisches Vorspiel (1993) van de vorig jaar overleden Alfred Schnittke en het gezwollen Le poème de l'extase van Alexander Skrjabin

Rostropowitsj dirigeert met een rijpe en steekhoudende visie, en bracht het uiterlijk vertoon in de stukken van Schnittke en Skrjabin voor de pauze energiek en met een snijdende spanning in de opbouw. Slechts in de `Pathétique' slaagde hij er niet steeds in zijn visie van een doordacht theoretisch geheel om te smeden tot een levendige klank.

Vanuit een onaardse, nauwelijks hoorbare diepte zwol het begin van het Adagio aan, en in dergelijke langzame, introspectieve passages imponeerde Rostropowitsj met de intense diepte van klank die hij bij het orkest bereikte.

Maar in de snelle delen en de zo melancholieke, onregelmatig deinende wals van het Allegro con grazia nam exactheid de plaats in van de zinderende dansbaarheid die Gergjevs aanpak bij het Kirov Orkest kenmerkte. Ook het Allegro molto vivace roffelde voort met een feilloze technische perfectie, maar ontbeerde de nodige levendigheid. Rostropowitsj' kracht ligt brede dramatiek, in het bezielen van een adagio. In het ten dans dirigeren en in het treffen van een effectief extraverte klank, moet Rostropowitsj echter in Gergjev zijn meester erkennen.

Concert: Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Mstislav Rostropowitsj. Programma: A. Schnittke: Sinfonisches Vorspiel; A. Skrjabin: Le poème de léxtase; P.I. Tsjaikovski: Zesde symfonie. Gehoord: 1/12 Concertgebouw, Amsterdam. Herh: 2/12, aldaar; 4/12 Theater aan het Vrijthof Maastricht. Radio 4: 23/1 14 uur (opname 2/12).