Rechtswinkel WTO voor ontwikkelingslanden

De Wereldhandelsorganisatie (WTO) krijgt een rechtswinkel die ontwikkelingslanden moet bijstaan bij geschillenbeslechting door een WTO-panel en de uitvoering van internationale handelsafspraken.

In de marge van de WTO-ministersconferentie zetten gisteren 29 landen hun handtekening onder een verdrag, dat mede op Nederlands initiatief tot stand is gekomen.

Vooral de armste landen hebben door gebrek aan kennis en capaciteit vaak niet de mogelijkheid hun recht in handelsconflicten af te dwingen.Staatssecretaris Ybema van buitebnlandse handel sprak bij de ondertekeningsplechtigheid van een ,,belangrijk instrument om de participatie van ontwikkelingslanden in de WTO te vergroten.''

De rechtwinkel, die wordt aangeduid als Advisory Centre on WTO Law moet ook mensen uit ontwikkelingslanden gaan opleiden.

De 29 contribuanten, overwegend ontwikkelingslanden, dragen naar draagkracht financieel bij aan de kosten van de rechtswinkel. Nederland, Denemarken, Noorwegen, Zweden, Groot-Brittannië, Ierland, Italië, Finland en Canada dragen elk een miljoen gulden bij aan een kapitaalfonds.

Voor ontwikkelingslanden is dat bedrag 100.000 dollar, voor Hongkong 300.000 dollar. Deze landen kunnen rekenen op rechtshulp en betalen naar draagkracht. Daarnaast dragen enkele landen, waaronder Nederland, 1,25 miljoen dollar bij voor de exploitatie in de eerste vijf jaar. De minst ontwikkelde landen krijgen gratis bijstand.

De rechtswinkel, die eind 2000 operationeel moet zijn, wordt in Genève gevestigd en zal functioneren als een internationale organisatie en is onafhankelijk van de WTO.

De lancering van de rechtswinkel heeft lang op zich laten wachten. Anderhalf jaar geleden waren er al plannen voor, maar veel rijke lidstaten van de WTO vreesden dat ontwikkelingslanden de juridische bijstand tegen hen zouden gebruiken.

Daarom wachtten veel landen met het ondertekenen van het verdrag. De financiële bijdragen van de negen Westerse landen zijn nu voldoende om de activiteiten te starten.