Natte vrede

Eeuwenlang voerden de Nederlanders oorlog tegen het water. Beken werden rechtgetrokken, rivieren voorzien van stuwen. Inmiddels is de vrede getekend: waar water de vrije loop krijgt, verschijnt de natuur. Een expositie in het Noordbrabants Natuurmuseum over rivieren.

Rivieren hebben ten minste twee grote bezwaren: ze stromen en hun waterniveau varieert. Vooral in een land als het onze heeft dat de mensen vaak wanhopig gemaakt, wat zich vertaalde in het opwerpen van terpen en later in plaatselijke bedijking. Dat was het werk van de bewoners van het rivierenlandschap zelf, maar sinds een eeuw of anderhalf bemoeit heel Nederland zich ermee, Rijkswaterstaat in het bijzonder. Als straf voor langdurige ongehoorzaamheid werden ongeveer alle beken uitgediept, rechtgetrokken en vergrendeld tussen harde beschoeiingen. De grote rivieren waren wat lastiger te temmen, maar het voortschrijden van de techniek bood uitkomst: ongecontroleerde controleerzucht vertaalde zich in stuwen, soms zelfs een complete dam (zoals in 1970 in het Haringvliet) en idioot hoge dijken. Invasielegers uit Frankrijk en Duitsland konden we nooit tegenhouden, maar de Maas en de Rijn hebben we verpletterend verslagen.

Kennelijk had het nationale ego dat nodig, maar die fase laten we nu achter ons. De lol is er duidelijk af. De oorlog tegen de rivieren maakt plaats voor een natte vrede, zeker als het zou liggen aan de organisatoren van de tentoonstelling Rivieren van Europa in het Noordbrabants Natuurmuseum. Doel is volgens woordvoerder Thijs Caspers ,,aantonen op welke manier mens en rivier kunnen samenwerken zodat beide er baat bij hebben''. Hoe dat kan, wordt geïllustreerd met voorbeelden van de Pripjat in Rusland, de Donau, de Spaanse Guadalquivir en vooral de Maas. Een schitterende reeks overvloeidia's van 17 minuten laat zien wat er allemaal fout ging en hoe het ook kan, terwijl allerlei lampen, stoomblazers en geperforeerde waterbuizen het projectiescherm omkaderen voor de nodige Erwin Kroll-effecten. Daarvoor of daarna kunnen bezoekers kennismaken met de dieren (maar dan opgezet) die verschijnen waar waterstromen uit hun keurslijf worden bevrijd: de purperreiger, de grappig ogende en nu superzeldzame kwak (jaarlijks ongeveer tien broedparen) en natuurlijk de bever.

De slangenarend, nu een dwaalgast, zou baat hebben bij het grote aanbod van ringslangen dat valt te verwachten waar de uiterwaarden worden teruggegeven aan de natuur. Dat laatste gaat langs de Maas grootschalig gebeuren en Caspers rept enthousiast van dichtgeslibde waterbeddingen die inmiddels met bulldozers zijn uitgediept. ,,Het is een mooi voorbeeld van samenwerking tussen mens en natuur. Het openen van die oude nevengeulen is goed voor de flora en fauna en het verhoogt de waterbergingscapaciteit.'' Ook nieuw - en een generatie geleden nog een vloek - is ontpoldering. In Nederland is daarmee zoveel ervaring opgedaan dat vanuit ons land hulp wordt geboden bij het slechten van de polders die in het Roemenië van Ceaucescu langs de Donau werden aangelegd.

Een maquette van Tilburg laat zien hoe watervriendelijk moderne stedebouw kan zijn. De term luidt `lekkende stad', al laat Caspers weten dat gezocht wordt naar iets welluidenders. Het idee is dat je regenwater niet langer per riool moet afvoeren, maar juist in de grond moet laten zakken. Een nieuwbouwwijk in noordoost Tilburg gaat op die manier helpen bij het op peil houden van het waterniveau in natuurgebied De Brand. Regenwater is ook inzetbaar bij het doorspoelen van toiletten (veertig procent van onze huishoudwaterconsumptie). En in de nieuwbouwwijk De Reeshof zal langs de Donge een 75 tot 150 meter brede strook moeras worden gebulldozerd zodat beesten en planten ecologisch verantwoord kunnen pendelen tussen de Regte Heide en de Biesbosch.

De tentoonstelling is niet heel omvangrijk, maar wel nuttig voor iedereen die anders wil gaan denken over rivieren. Er wordt al veel vooruitgang geboekt, ook in de praktijk, en Caspers benadrukt dat het een goed-nieuws-tentoonstelling is.

Dat mocht ook wel na het eeuwenlang maltraiteren van onze rivieren. Betrekkelijk recent en van een grootschaligheid die je gezien moet hebben om het te kunnen geloven, zijn de gruwelijke gevolgen van de zand- en grindwinning. Grote delen van Limburg, Brabant en Gelderland zien er tegenwoordig uit als Friesland. De natuur heeft er geen enkele baat bij, daarvoor zijn al die meren langs de rivieren veel te diep. Goed nieuws is dat zand en grind ook oppervlakkig zijn te winnen (als het dan per se moet), zodat er ten minste leuke moerassen en ooibossen ontstaan. Als voorschot op die trend wordt de tentoonstelling opgevrolijkt door een opgezet wild zwijn - omdat de onopgezette editie een prima moerasbeest is, maar natuurlijk ook omdat het museum deze in voorraad had. Caspers wijst op een voor niet-katholieken verrassend verband tussen ontkerkelijking en natuureducatie. ,,Alle kloosters hadden opgezette beesten'', zegt hij, ,,want dat waren centra van kennis en wetenschap. Als ze dicht gingen, kregen wij de zwijnen, wolven en lynxen.''

Tentoonstelling `Rivieren van Europa'. T/m 26 maart 2000 in het Noordbrabants Natuurmuseum, Spoorlaan 434, Tilburg. Tel. 013-5353935. Entree: ƒ7 voor volw., ƒ5 voor kinderen t/m 12 jr en 65+. Open di t/m vr 10-17u, za/zo 13-17u.