Listige ritsen op de piste

De wintersportmode is net zo divers als de wintersport zelf. De skiër kleedt zich anders dan de snowboarder, en de langlaufer trekt weer iets anders aan. Wel is iedereen op kunststofmaterialen overgestapt die warmte vasthouden en vochtreguleren. Een overzicht.

Het tijdperk van de zwarte salopette met kniestukken, het wollen colletje en het dikke donzen jack is voorbij. Op de skipistes wemelt het van de gespecialiseerde merken in dunne maar desondanks warme, en waterdichte en toch ademende materialen.

Ooit kon rond de skipistes op basis van de kleding moeiteloos de nationaliteit van de drager worden bepaald. Hollandse corpsballetjes combineerden hun brave Tenson jack met een spijkerbroek en een Ray Ban pilotenzonnebril, Duitsers waren te herkennen aan hun ski-overalls en Japanners verschenen en masse in fluoriscerende Descentepakken. Het strikte onderscheid van weleer is het laatste decennium door de komst van tientallen internationaal opererende kledingmerken verwaterd. Iedere tak van skiën heeft zijn eigen dracht in een veelheid aan materialen, mogelijkheden en kleuren.

Kleding voor snowboarders lijkt in snit en kleur in niets op de garderobe van het skiënde volk. In navolging van de mode hullen de jonge snowboarders zich in ruim vallende kleren, hun broeken zijn afgewerkt met zakpartijen waarin moeiteloos twintig boterhammen kunnen verdwijnen. In de diverse collecties voor snowboarders valt nauwelijks een knallende kleur te bespeuren. Het aanbod biedt een oneindige variatie in de kleuren bruin, beige, zwart en grijs. Dezelfde tendens doet zich voor bij de sortering voor langlaufers. Merken als Fjällräven, Berghaus en Tenson kiezen voor kaki-achtige tinten die niet detoneren met de natuur.

Voor skiërs liggen de zaken anders. Zij die bang zijn voor `red, yellow and blue' gaan een zware winter tegemoet. Terwijl klinkende namen als The North Face, Patagonia en Columbia elkaar de loef afsteken met nóg weer beter ademende materialen en nóg weer listiger ritsen, gaan deze merken er eensgezind van uit dat skiërs hunkeren naar fel geel, oranje, rood of krachtig blauw. Wie moeite heeft met het heftige kleurenassortiment kan zich troosten met de gedachte dat de overlevingskansen na een lawine in een knaloranje jack aanzienlijk hoger zijn dan wanneer men in het wit ondergesneeuwd raakt. Volgens Hans Muller en Goosbert van Eck, medewerkers van de firma Bever Zwerfsport, letten velen primair op de kleur, maar volgens hen mag dat nooit de doorslag zijn. ,,Wij vragen klanten altijd eerst: wat ga je ermee doen en waar? Voor langlaufers is het opnemen van lichaamsvocht veel belangrijker dan bij een pisteskiër. Een langlaufer is ook aangewezen op speciaal thermisch ondergoed en fleece-dikte.''

Skiërs die in januari het hooggebergte van Canada opzoeken, stellen andere eisen dan de Europeaan die pas eind maart zijn ski-imperiaal op het dak schroeft. Voor het kille en zware werk heeft The North Face de speciale All Mountain-lijn ontworpen. Twee lagen Gore-Tex, speciale ritssluitingen en waterdichte naden kenmerken het jack, dat ook is voorzien van bevestigingskoordjes voor de hoogtemeter en een groot aantal zakken. Bijpassend is de All Mountain Salopette die bestand is tegen extreem zwaar weer en voorzien van `integrated powder cuffs' om de diepe sneeuw te weren. Onder de naam `Carve' heeft het populaire merk een recent ontwikkelde waterdichte lijn ontworpen van `HydroSeal', een nieuw stretchmateriaal.

Gespecialiseerde winkels voor de bergsport spreken zelf vaak over `technische' skikleding. Als een rode draad loopt de naam van Gore-tex door de diverse collecties. De Amerikaanse familie Gore kwam in 1969 als eerste met een ademend en waterdicht membraam. Veel kledingmerken maken van het slijtvaste materiaal van oervader Gore gebruik, andere merken hebben hun eigen variant op de markt gebracht. Zo bungelen er aan de kleding kaartjes waarop wordt uitgelegd dat `H2No' van Patagonia, `Omni-Teck' van Columbia of `MemBrain' van Marmot voldoen aan dezelfde kwalificaties als Gore tex. Toch blijft Gore voor velen de grote innovator. Onlangs kwam het bedrijf met de trouvaille `Paclite', een nieuw laminaat dat nog weer dunner en sterker is dan de oorspronkelijke Gore tex. Veel kleding is zo langzamerhand rijp voor een overwintering op Nova Zembla.

Volgens Marcel Besemer van de Amersfoortse winkel Namaste Travel & Climbing Equipment vormen de hoge prijzen van jacks, broeken en fleeceproducten voor de klant geen belemmering. Hij wijst op een oranje Patagonia Triolet Jacket van ƒ819. Dat is een fractie duurder dan de jackets van Mammut, Tenson, Sprayway en Marmut, maar het Patagoniajack is niet aan te slepen. ,,Sommigen hebben wegens de prijs eerst nog even een espresso nodig, maar slaan dan toch toe.'' Ook de lang niet altijd goedkope fleece-kleding vindt in deze dagen moeiteloos zijn weg. Kruippakjes, pantoffels en hoofdbanden voor de kleintjes gaan zonder problemen van de hand. ,,Vaak verlaten baby's, op hun neus na compleet in fleece verpakt, het pand.''

Naast uitgesproken technische kleding zijn er merken met een modieuzer imago: Peak Performance, SOS (Sportswear Of Sweden) en het stoere Napapijri zitten niet alleen goed in elkaar, maar hebben daarnaast een opvallender kleurgebruik, een modieuze snit en aardige details. Dit trio zit tussen de technische merken en de uitgesproken merkkleding van Bogner, Jet Set en Ralph Lauren in. Voor een tenuetje van Jet Set of Bogner staat de kassa geruime tijd te ratelen. Dergelijke merken sluiten naadloos aan bij Ivana Trump of Pierce Brosman en vormen de vaste prik in oorden als St. Moritz, Cortina en Aspen.

Ralph Lauren is een van de weinige ontwerpers die teruggrijpen op het tijdperk van de strakke, zwarte salopette en simpel gevormd, kort donsjack. In de met skikleding gevulde etalages van zijn recent geopende megastore in Londen domineerde een onmiskenbare retrolook. Deze herinnering aan vervlogen tijden werd subtiel weergegeven door etalagepoppen met een haardracht uit de jaren vijftig en zestig. Een simpel, maar compleet skisetje Lauren kost de aspirant-drager al snel een paar duizend gulden. Sommigen bezien de kapitaalslurpende wintersport met enig cynisme. Zo stelt P.J. O'Rourke in Modern Manners dat wintersport eigenlijk betekent voor duizenden dollars aan kleding kopen, honderden kilometers door de sneeuw rijden teneinde aan de bar dronken te worden.