Kinderen in het ballenbad niet echt `quality time'

Ouders maken meer tijd vrij voor hun kinderen. Althans, na de crèche en het werk. `Bij de meesten is de aanpak traditioneel.'

Samen naar Ikea waar de kinderen in het ballenbad verdwijnen en de ouders iets moois gaan uitzoeken. Dat lijkt de Groningse psycholoog Jan Bijstra (43) niet het juiste voorbeeld van ,,quality time''. Maar ,,inderdaad'', hij weet ook dat nogal wat ouders daarbij wél het idee hebben samen met hun kinderen bezig te zijn. ,,Ik zou zeggen, je suggereert op deze manier alleen maar dat je samen iets doet.''

Het Sociaal en Cultuur Planbureau stelt vast dat ouders in 1995 meer tijd vrij maakten om met hun kinderen te praten, ze voor te lezen en spelletjes met ze te doen of tochtjes te maken. Bijstra: ,,Ja, al die verhalen over gewijzigde patronen. We moeten ons wel realiseren dat het gaat over de `upper ten'. In het grootste deel van de huishoudens is de aanpak nog traditioneel, ik merk dat regelmatig bij de school. Veel moeders hebben een baantje, maar de meesten zorgen er toch wel voor dat ze rond half één weer thuis zijn als de kinderen middagpauze hebben.'' Als beide ouders op school komen om over hun kind te praten, zwijgen nog altijd de meeste vaders als gevraagd wordt hoe het zich thuis gedraagt. Wel ziet Bijstra een verschuiving: ,,Als ik het vergelijk met mijn jeugd, wordt er nu meer ondernomen, is er in steeds meer gezinnen bewust aandacht. Vroeger ging dat terloopser.''

Hij herinnert zich zijn vader als een man die nooit een luier verwisselde. ,,Thuis gingen er wel verhalen over een oom die 's nachts zijn bed uit stapte als de kinderen een bange droom hadden. Die kinderen riepen hem ook altijd het eerst, niet hun moeder. Mijn ouders spraken daar met enig dédain over, ze vonden dat mijn tante zoiets niet kon maken.''

Bijstra werkt halve dagen als medewerker aan de universiteit en de rest van de werkweek op een school. Zijn vrouw werkt als medisch analiste voor halve dagen. ,,We hebben ons in duizend bochten gewrongen om te regelen dat er altijd iemand thuis was voor de kinderen.'' Daarbij werd vaak een beroep gedaan op familie. Hebben zijn vrouw Dincka en hij voor quality time gezorgd? ,,We zijn niet zo'n uithuizig gezin, maar we hebben samen veel gedaan. In de weekeinden vooral fietsen, eens een keer naar de bioscoop, samen een spelletje.'' Anders dan de trend van nu, blijft in het gezin Bijstra de televisie onder het eten uit: ,,Dat is voor ons een verplicht moment om samen bezig te zijn.'' Volgens hem is noch televisiekijken noch achter de computer zitten een activiteit waarbij je samen bezig bent. ,,Het is meer náást elkaar bezig zijn en dat is tegelijk een ontwikkelingsfase in het leven van een kind. Laten we hopen dat de volgende fase waarin je sociaal bezig gaat vanzelf aanbreekt'', aldus Bijstra.

Waar de (ontwikkelings)psycholoog het begrip `upper ten' gebruikt, bedoelt hij de tweeverdieners met één of meer kleine kinderen. Hij kan zich voorstellen dat deze ouders de tijd met hun kinderen zeer bewust invullen. ,,Meestal zal het zijn omdat ze er plezier aan beleven, maar als je het negatief wilt benaderen zou je het excuusgedrag kunnen noemen. Een goedmakertje omdat het kind naar de crèche moest.'' Hij constateert vooral de laatste tijd dat kinderen vaker hyperactief gedrag vertonen: ,,Het is niet zonder reden dat er steeds meer over ADHD (Attention Deficit Hyperactivity Disorder, een ernstige concentratiestoornis-red.) wordt geschreven.'' Voor Bijstra bestaat er een samenhang met het drukke leven van de ouders. ,,Er zijn kinderen die van het ene opvangadres naar het andere worden gesleept. Daar hebben ze ook nog te maken met wisselingen van personeel, dat zijn iedere dag heel wat prikkels. Als een kind daar gevoelig voor is, zal het voor hem moeilijk zijn structuur te vinden. Hier moet de quality time op een rustige, gestructureerde manier worden ingevuld. Als zo'n kind door de ouders ook nog eens van de ene naar de andere activiteit wordt gesleept, dan raakt het overvoerd met prikkels.'' Volgens Bijstra is ADHD, zich uitend in hyperactief gedrag en agressiviteit, op de basisscholen ,,een trend''.