Forse kritiek op uitvoering uitkeringen

De regels voor uitkeringen aan oorlogsgetroffenen worden uitgehold en er wordt beknibbeld op vergoedingen. Slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog lopen uitkeringen mis door een doorgeschoten `juridisering' van de beoordeling van hun aanvraag.

Dit stelt het Medisch Juridisch Comité Oorlogsgetroffenen (MJCO) in een verklaring die is medeondertekend door 127 psychiaters, psychologen en advocaten en 37 organisaties die betrokken zijn bij oorlogsslachtoffers.

Het MJCO is van mening dat ,,juridische of beleidsmatige beperkingen'' een medisch oordeel over oorlogsgetroffenen in de weg staan. Om in aanmerking te komen voor een uitkering moeten slachtoffers met psychiatrische rapporten aantonen dat hun klachten een direct gevolg zijn van de Tweede Wereldoorlog.

Het comité vindt dat de bewijslast hiervan te zeer bij de oorlogsgetroffenen is komen te liggen. Dat blijkt niet alleen een moeilijke en belastende opgave, zoals verantwoordelijk minister Borst (Volksgezondheid) onlangs erkende. Als oude dossiers na de gebruikelijke bewaartermijn zijn vernietigd, blijkt het aantonen van psychische schade ten gevolge van de oorlog zelfs vrijwel onmogelijk, volgens het MJCO.

De regelgeving voor oorlogsgetroffenen wordt beschouwd als ,,het inlossen van een ereschuld'', zo bevestigde Borst onlangs in een brief aan de Tweede Kamer. Slachtoffers kunnen volgens haar rekenen op ,,bijzondere solidariteit''. Voorzitter van het MJCO, advocaat A. Bierenbroodspot: ,,Het irriteert bijzonder dat er, ondanks toezeggingen van de minister, via allerlei achterdeuren beknibbeld wordt op de uitkeringen. Op het ministerie van VWS wordt koel en zakelijk gecalculeerd, met veel bezuinigende creativiteit.''

Tot de ondertekenaars van de verklaring behoren verschillende vooraanstaande psychiaters en psychologen, waaronder de hoogleraren H. van Praag, W. Wolters en H. Keilson. Ook de rabbijnen L. van de Kamp, D. Lilienthal en A. Soetendorp, alsmede oud-politicus E. van Thijn en cineast F. Weisz tekenden de verklaring.

De Stichting Joods Maatschappelijk Werk, nauw betrokken bij de hulpverlening aan oorlogsgetroffenen, tekende de verklaring niet. Directeur H. Vuijsje onderschrijft desondanks de standpunten van het MJCO.,,De kritiek snijdt hout. Er is sprake van een juridisering, van een erg strikt beleid. De ruimhartigheid wordt duidelijk door financiële kaders ingeperkt.''