Fluwelig zwart-wit van vers geruwd koper

Even begin je te twijfelen aan je gezichtsvermogen, in de tentoonstelling Zwarte Kunst in het Haarlemse Teylers Museum. Sommige van de prenten die er hangen, lijken wel onscherpe foto's, en die indruk wordt versterkt door een fijn raster dat over de voorstelling lijkt te liggen alsof het om modern drukwerk gaat. Dat zet je op het verkeerde been als je gewend bent aan etsen en gravures die scherpe licht-donkercontrasten en duidelijke, zwarte lijnen op licht papier vertonen. Maar bij nader inzien blijkt dat van bedrog geen sprake is en het ook niet ligt aan de scherpte van de blik van de beschouwer of de kwaliteit van diens bril. De prenten in deze expositie zijn gemaakt in een speciale graveertechniek, die bekend staat als `mezzotint' - ook wel `zwarte kunst' genoemd.

De zeventiende-eeuwse prentmaker Ludwig von Siegen staat te boek als de uitvinder van de techniek, waarin de koperplaat eerst wordt opgeruwd. Met behulp van een wiegijzer, een instrument dat nog het meest doet denken aan een uiterste fijne, stalen kam, voorziet de graveur de hele plaat van een regelmatig patroon van elkaar kruisende lijnen. De voorstelling wordt vervolgens niet, zoals in een gewone gravure, uit lijnen opgebouwd, maar met een zogenaamd schraapstaal in het raster aangebracht. Op de plaatsen waar het geruwde koper aldus, in kleine veegjes, weer is afgevlakt, hecht zich geen inkt zodat daar, na het drukken, het wit van het papier zichtbaar blijft. Door het schraapstaal meer of minder rigoureus te hanteren biedt de mezzotint mogelijkheden tot een oneindige variatie in tinten van zwart naar wit. Hoe verser de afdruk - koperplaten die op deze manier zijn bewerkt slijten snel - hoe fluweliger de voorstelling, en hoe groter de raadselachtige indruk van onscherpte.

Door deze eigenschappen is de techniek bij uitstek geschikt voor het reproduceren van schilderijen. In de kleine expositie, die een keuze toont van mezzotinten uit het prentenkabinet van Teyles Museum, zijn daar mooie voorbeelden van te zien. Portretten stelen de show, zoals een prent die de zeventiende-eeuwse graveur Wallerand Vaillant maakte naar het portret dat Anthonie van Dyck schilderde van Lucas van Uffelen. De manier waarop de voorname heer, opstaand uit zijn zetel, is weergegeven in sfeervolle, duistere tonen tussen zwart en donkergrijs, is misschien de beste illustratie van de benaming zwarte kunst. Ook in het achttiende-eeuwse Engeland, waar de techniek een zo grote populariteit genoot dat ze wel `English manner' wordt genoemd, bereikten graveurs er schitterende resultaten mee. Zeer geslaagd is bijvoorbeeld het portret van Lady Fenoulhet, door James McArdell gegraveerd naar een schilderij van Joshua Reynolds. De textuur van de kleding en de bontmof van de lady zijn letterlijk schilderachtig en in het levenslustige gezicht, dat subtiel van boven wordt belicht door de dunne stof van een wit hoedje heen, heeft de graveur de mogelijkheden van de mezzotint ten volle uitgebuit.

Een merkwaardig voorbeeld van iets dat lijkt op een selectief gebruik van de eigenaardigheden van de techniek, levert een prent van Richard Earlom naar het schilderij De leden van de Royal Academy (1772) van de hand van Johan Zoffany. In een interieur met op de achtergrond gipsafgietsels van antieke beelden, zijn de academisten weergegeven. De enige twee vrouwelijke leden die de academie destijds telde, zijn niet lijfelijk aanwezig maar vertegenwoordigd door portretten aan de wand - niet zonder reden, want vrouwelijke schilders werden niet geacht te werken naar naaktmodellen, en daarvan zijn er twee in de ruimte aanwezig. In contrast met de bijna karikaturale en vrij droge weergave van de pedant ogende, bepruikte academieleden, zijn de goedgeproportioneerde naakte lichamen van deze twee mannen door een mooi spel van licht en donker gemodelleerd. Een van hen, zittend op de voorgrond, kijkt de beschouwer aan, als om de aandacht te vestigen op het vakmanschap van de graveur en diens beheersing van de zwarte kunst.

Tentoonstelling: Zwarte kunst; Engelse en Nederlandse mezzotinten uit de 17de t/m de 19de eeuw. Teylers Museum (Spaarne 16, Haarlem). T/m 30/1.