Flipper in Seattle

DE STRATEN van Seattle zijn deze week het toneel van veldslagen, traangas, rubberen kogels, gewelddadige demonstraties, honderden arrestaties en charges van de National Guard. De ministersbijeenkomst van de Wereldhandelsorganisatie (WTO) heeft de Amerikaanse stad aan de Grote Oceaan veranderd in een slagveld. Sinds de Vietnam-oorlog en de rassenrellen hebben de Verenigde Staten niet meer zulke gewelddadige botsingen tussen demonstranten en de oproerpolitie beleefd.

Als een handelsbijeenkomst dermate heftige emoties oproept, moet er wel iets goed mis zijn. En inderdaad. De wijze waarop deze organisatie, die vijf jaar geleden ontstond als opvolger van het Algemeen Akkoord inzake Tarieven en Handel, de GATT, in de Verenigde Staten wordt afgeschilderd, liegt er niet om. De WTO is volgens radicale demonstranten een `wereldregering', een ondemocratische instelling die landen dwingt hun wetten te veranderen, een samenzwering om de belangen van werknemers, het milieu en de consumenten te verkwanselen aan die van het internationale bedrijfsleven. De WTO is de belichaming van het kwaad dat vroeger `kapitalisme' en tegenwoordig `globalisering' heet.

DE ANTI-WTO-demonstranten vertegenwoordigen een curieus gezelschap van protectionistische vakbonden tot radicale milieubewegingen. Ze zetten zich in voor het behoud van banen (in de rijke landen), ze protesteren tegen kinderarbeid, genetisch gemanipuleerd voedsel en meer. Symbool in de Verenigde Staten is Flipper, de dolfijn die de inzet werd van een dispuut over Mexicaanse tonijnvisserij met netten waarbij ook dolfijnen gevangen werden. De WTO oordeelde dat het Amerikaanse verbod op `dolfijnonvriendelijke' tonijnvangst een verkapte vorm van protectionisme was en daarom niet was toegestaan. Dit `flippereffect' is enorm.

HANDELSWETGEVING raakt tegenwoordig aan meer dan aan invoertarieven en technische importbelemmeringen. De wijze waarop goederen geproduceerd worden, speelt een steeds grotere rol en met de wereldwijde handelsliberalisatie neemt de internationale economische verwevenheid toe. De demonstranten tegen de WTO verwarren alleen oorzaak en gevolg: de WTO is niet de oorzaak van de globalisering, maar een gevolg ervan. Met de afbraak van tariefmuren tussen landen is de behoefte aan regels toegenomen. De WTO verschaft een institutioneel kader voor de oplossing van handelsgeschillen. Verloren in het straatgeweld is ook het besef dat handel bijdraagt aan economische ontwikkeling en welvaartsschepping. Niet alleen voor de geïndustrialiseerde landen die profiteren van exportmarkten en goedkope importen, maar evenzeer voor ontwikkelingslanden die afhankelijk zijn van exporten om deviezen te verdienen.

DE WTO IS opgezet met het doel om fatsoenlijke regels af te spreken tussen de lidstaten. Het probleem is dat die regels onvermijdelijk het resultaat van compromissen zijn. Wat voor het ene land gerechtvaardigde eisen zijn – bijvoorbeeld een verbod op kinderarbeid – wordt door een ander land als een verkapte vorm van protectionisme beschouwd om goedkope producten te weren. Juist hierom is het zo belangrijk om bindende afspraken te kunnen maken en om te zorgen voor de acceptatie van scherpere minimumeisen op het gebied van milieu, arbeidsomstandigheden en consumentenbescherming. Globalisering, het proces van nauwere internationale economische verwevenheid, draagt aan de verspreiding van die minimumnormen bij. Het is dwaasheid daartegen te hoop te lopen in de straten van Seattle.