ENQUÊTE

Vrouwen en jongeren. Dat zijn de grootste fans van Big Brother. Om te zien wat hen beweegt een halfjaar het leven van een aantal willekeurige Nederlanders te volgens, heeft NRC Handelsblad een enquête laten uitvoeren onder vijfhonderd televisiekijkers door KLO (NOS Kijk- en Luisteronderzoek). De kijkers zijn vorige week telefonisch ondervraagd. Zestig procent heeft Big Brother wel eens gezien.

Mannen en vrouwen De eerste opmerkelijke uitkomst van het onderzoek is het grote verschil tussen mannen en vrouwen in kijkgedrag. Van beide seksen heeft ongeveer 60 procent wel eens gekeken, maar slechts 16 procent van de mannen zegt vaak te kijken, tegen 30 procent van de vrouwen. Van de vrouwen die wel eens gekeken hebben, kijkt eenvijfde zelfs elke dag. Bij de mannen is dat maar 7 procent. Gemiddeld kijken mannen 3,1 dag per week, en vrouwen 4,4. De donderdag (wanneer genomineerde bewoners het huis moeten verlaten) is de populairste dag om te kijken bij vrouwen. Mannen kijken meer verspreid over de week.

Vrouwen geven ook hogere waarderingscijfers: gemiddeld een 6,8, tegen een 5,9 bij de mannen. Tweederde van de vrouwen zet de televisie er zelfs speciaal voor aan, terwijl van de mannen nog niet eenderde dat doet. Zij zien het programma eerder toevallig, waarschijnlijk omdat hun partner ernaar kijkt. Ongeveer de helft van de kijkende mannen zegt inderdaad mee te kijken met anderen die het willen zien.

Kortom: vrouwen zijn meer bij Big Brother betrokken dan mannen. Dat blijkt ook uit de antwoorden die de respondenten gaven op de vraag waaróm zij kijken. `Ik ben benieuwd wie er gaat winnen' is een kwestie die 58 procent van de vrouwen bezighoudt, terwijl dat slechts geldt voor eenderde van de mannen. Nog sterker is de interesse bij vrouwen in de sociale interactie van de bewoners in het Big Brother-huis: 73 procent is zeer benieuwd hoe zij met elkaar omgaan, tegen 43 procent van de mannen.

Mannen voelen zich ook minder aangesproken door de bewoners in het huis dan vrouwen (16 tegen 29 procent). Bij vrouwen is het programma een deel van hun sociale leven geworden: een kwart kijkt om er daarna met anderen over te kunnen praten, wat bij slechts 9 procent van de mannen het geval is.

Mannen nemen Big Brother duidelijk minder serieus. Het programma is oppervlakkig, vinden zij. Eenderde vindt het zelfs ronduit saai, tweemaal zoveel als vrouwen dit vinden. Wat echter wel opmerkelijk is, is dat vrouwen ondanks hun betrokkenheid bij Big Brother toch enige reserves lijken te hebben bij het programma: 15 procent van de vrouwelijke kijkers vindt dat het programma te ver gaat en 21 procent vindt het `ongezond om mensen onder deze voorwaarden in een huis te zetten'.

Desalniettemin zou eenvijfde van de ondervraagde kijkers (zowel de mannen als de vrouwen) ook zelf in het huis willen zitten.

Jongeren en ouderen Eveneens duidelijke verschillen zijn er tussen de generaties, en dan vooral tussen de mensen van onder de veertig en die van boven de veertig. Hun verschillen van opvatting over Big Brother zijn vaak hemelsbreed.

Sowieso kijken jongeren vaker en geven ze hogere waarderingscijfers. De 13- tot 19-jarigen zijn uit op spanning: 51 procent van hen kijkt het liefst naar `ruzies en problemen tussen de bewoners' (tegen 13 procent voor de kijkers van boven de 20). De respondenten van onder de dertig voelen zich meer verwant met de bewoners (31 procent zegt dat `de mensen in het huis mij aanspreken', tegen 15 procent van de 50-plussers). Voor de twintigers geldt vooral dat zij benieuwd zijn hoe de bewoners met elkaar omgaan (75 procent tegen 43 procent van de 40-plussers).

Opleiding Gemeten naar opleiding zijn de verschillen tussen de respondenten minder evident. Ze kijken ongeveer even vaak naar het programma en veel afwijkende meningen zijn er onderling niet. Wel is het zo dat 14 procent van de hogeropgeleiden het helemaal of gedeeltelijk eens is met de stelling: `ik kijk naar Big Brother om me te kunnen ergeren'. Laagopgeleiden vinden dat helemaal niet (3 procent zei `mee eens' of `gedeeltelijk mee eens').

Integendeel zelfs: 37 procent is het er helemaal mee eens dat je van de bewoners in het huis kunt leren `met mensen om te gaan'. De hoogopgeleiden passen daarvoor (3 procent).