Drukker, steeds drukker

. Nederlanders krijgen het steeds drukker. Sinds 1975 zijn ze meer tijd kwijt aan werk, studie en huishouden. In 1975 was daar wekelijks nog 43 uur per persoon mee gemoeid, twintig jaar later was dat 45,6 uur. In de krappere vrije tijd ondernemen ze meer verschillende activiteiten.

Dit blijkt uit de studie Naar andere tijden? van het Sociaal en Cultureel Planbureau, die vandaag is verschenen.

De studie is gebaseerd op de resultaten van de zogeheten tijdbestedingsonderzoeken: zo'n drieduizend mensen hebben een week lang per kwartier bijgehouden wat ze deden. Omdat dit onderzoek sinds 1975 elke vijf jaar in nagenoeg identieke vorm is uitgevoerd, geven de resultaten een beeld van de veranderingen in de tijdbesteding van Nederlanders in het laatste kwart van de twintigste eeuw.

Vrouwen zijn in die periode aanzienlijk meer gaan werken, mannen zijn meer in het huishouden gaan doen. Per saldo hebben mannen het drukker gekregen dan vrouwen.

Van de formele arbeidstijdverkorting zoals die is vastgelegd in CAO's blijkt in de praktijk niet zo veel. Vooral hoger opgeleiden zijn de afgelopen jaren meer uren aan werk gaan besteden.

Van de politiek omstreden 24-uurseconomie is nog nauwelijks sprake. Werken buiten kantoortijden neemt slechts langzaam toe. Veel pregnanter is de – politiek vrijwel genegeerde – verschuiving van huishoudelijk werk naar de avonden en de weekeinden.

Tweeverdienershuishoudens besteden aanzienlijk meer tijd aan werk en huishoudelijke taken dan huishoudens van kostwinner en huisvrouw. Toch besteden tweeverdieners niet minder tijd aan activiteiten met hun kinderen. De drukst bezette categorie, de hoger opgeleiden, is zelfs meer tijd aan de kinderen gaan besteden. De kinderen spelen een belangrijker rol in hun leven, met name in het weekeinde. Bij lager opgeleiden is de tijd voor de kinderen afgenomen.

Mensen eten korter en besteden aanzienlijk minder tijd aan gesprekken met hun huisgenoten.

DRUK, DRUK, DRUK pagina 7