De oertijd van de computer

Een hoogst enkel keertje worden de wenkbrauwen nog wel gefronst als de computer zijn superioriteit toont ten opzichte van de mens. Toen 's werelds beste schaker Gary Kasparov een partijtje verloor van supercomputer Deep Blue bijvoorbeeld. Maar voor het overige zijn we de verbazing allang voorbij.

Nog geen veertig jaar geleden lag dat heel anders. Nog voor de chip, nog voor de geboorte van Bill Gates, zag in 1953 de PTERA het licht – PTT's Electronische Rekenapparaat. Meer een zeer grote rekenmachine dan een computer, maar volgens De Telegraaf van de 15de september van dat jaar ,,een sprookjesachtige machine...die de knapste professor duizelig zou maken''. De kwalificaties: Ptera kon wel 2.048 getallen tegelijkertijd onthouden en was nauwkeurig tot negen decimalen.

De `oertijd' van de computers staat centraal in de tentoonstelling `Nederlandse computerpioniers 1945-1965' in het Techniek Museum Delft. Over computers kan in die tijd eigenlijk nog nauwelijks worden gesproken. De chip wordt pas in 1965 grootschalig geïntroduceerd in de IBM 360 en markeert dan ook het einde van deze aanloop naar de huidige IT-maatschappij.

De tentoonstelling voert langs de eerste analoge rekenmiddelen zoals rekenlinealen (hoe langer de lineaal, des te nauwkeuriger de uitkomst) en `koffiemolens': tafelrekenmachines met een hendel. Elke optelling werd gevolgd door een ferme draai aan het apparaat. Foto's van vroeger tonen boekhouders en jonge meisjes die in grote zalen de cijfertjes aan het invoeren en optellen waren op reken- en boekhoudmachines van Burroughs, Barrett of Monroe.

Het Nederlands veldwerk voor de computer wordt pas in de jaren '50 verricht, ongeveer vijftien jaar nadat de Amerikanen aan de slag waren gegaan. Daar werkte Howard Aiken eind jaren dertig bijvoorbeeld aan een `rekenmachine met electronische componenten' van 16 meter lengte en 35 ton gewicht. De eerste toepassing geschiedde reeds in de Tweede Wereldoorlog: het apparaat werd ingeschakeld voor het maken van ballistische berekeningen.

In Nederland ging het er vreedzamer en langzamer aan toe. Het werk van de `rekende ingenieurs' – o.a. de professoren Biezeno, Burgers, Van Heel – resulteerde in de jaren vijftig in de eerste geavanceerde rekenmachines: enorme kasten die snelle berekeningen konden maken. In elk geval sneller dan de mens dat kon.

Gevoel voor humor en een voorliefde voor acroniemen kon de pioniers niet worden ontzegd. De eerste commerciële rekenmachines/computers droegen namen als PETER (Philips' Eerste Tweetallige Electronische Rekenmachine), de PASCAL (Philips Akelig Snelle CALculator) en ZEBRA (Zeer Eenvoudige Binaire RekenAutomaat). Nu ook aardig voor de I-Mac: Interessante Modieus Aangeklede Computer. Bij de komst van de X1 was geen acroniem voorhanden maar geheimzinnig klonk het wel.

Op de tentoonstelling blijft ook veel geheimzinnig. De chronologische lijn is in de vier zalen duidelijk te bespeuren, maar aan uitleg ontbreekt het af en toe. Sommige `bakbeesten' staan op de vloer zonder enig naamplaatje. De wel aanwezige uitleg is voor de computerleek en zeker voor kinderen te cryptisch. Over de X1-computer: ,,als primeur had het een interruptsysteem waardoor de input- en outputbewerkingen efficiënter verliepen''. Een wat-systeem?

Enkele pogingen tot broodnodige verlevendiging van de op zichzelf interessante tentoonstelling zijn eveneens mislukt. Er is een zolderkamer opgebouwd waar een van de pioniers ooit aan de slag is gegaan. Achter een vitrine zien we twee bureautjes, oude rekenmachines en een ingelijste foto van Wilhelmina. De toegevoegde waarde van deze pogingen is ook uit het hoofd wel te berekenen.

Nederlandse Computerpioniers 1945-1965. Tot 30 april 2000. Techniek Museum, Ezelsveldlaan 61, Delft. Inl: 015-2138311. www.museum.tudelft.nl

Geopend: di t/m za 10-17u, zo en feestdagen 12-17u. Toegang: ƒ5 voor volw, 65+, CJP, collegekaart, kinderen 5-12jr ƒ3,50, MJK en kinderen t/m 4jr gratis.