De Gouden Eeuw eindigt in een zondvloed

Met Writing to Vermeer presenteerden componist Louis Andriessen en filmregisseur Peter Greenaway na Rosa, a Horse Drama (1994) gisteravond opnieuw bij de Nederlandse Opera in het Amsterdamse Muziektheater de wereldpremière van een gezamenlijk werkstuk. Het plan daarvoor ontstond tijdens de Haagse Vermeertentoonstelling in maart 1996 op de door NRC Handelsblad georganiseerde Vermeerdag, waarop Greenaway een lezing hield: `Wat de briefschrijvende vrouw schreef – Cinema begint bij Vermeer'.

Drie briefschrijvende vrouwen zijn de solisten in Writing to Vermeer, omringd door tal van Vermeervrouwen, zoals het Melkmeisje en de Brieflezende vrouw in hun felgekleurde prachtkostuums. De eerste voorstelling werd met applaus, bravo's en wat boegeroep ontvangen. Writing to Vermeer, op een Engelstalig libretto van Greenaway, wordt volgend jaar ook vertoond in Adelaide (Australië) en in New York tijdens het Lincoln Center Festival.

Rosa van Andriessen en Greenaway was een unieke en opzienbarende combinatie van opera en film. Dankzij veel theatertechniek werd gejongleerd met feit en fictie, schijn en en werkelijkheid, echt en bedrieglijk bijna net echt. Zo waren er een echt paard op film, een echt paard en een net echt robotpaard.

Diezelfde conceptuele elementen keren terug in Writing to Vermeer. Technisch is de voorstelling eenvoudiger, al fascineren opnieuw de complexe combinaties van speelscènes met de projecties van dia's en filmbeelden. Echt spektakel is er ook voldoende: sinds de demping van de Houthaven op de plaats waar nu het Muziektheater staat vloeide daar niet zóveel water — echt en net echt. Die zondvloed toont het doorsteken van de dijken van de Hollandse waterlinie in 1672, het einde van de Gouden Eeuw die Johannes Vermeer (1632-1675) verrijkte met zijn schilderijen in `het licht van Vermeer'.

Rosa, een broeierig en magisch-realistisch verhaal over een componist die niet bestond, was zeer gecompliceerd. Vermeer, over een schilder van wiens leven wij weinig weten en die zelf niet in de opera voorkomt, is voor ons herkenbaarder. In Writing to Vermeer schrijven Vermeers echtgenote Catharina Bolnes, haar moeder Maria Thins en het model Saskia vanuit Delft brieven aan Vermeer, die twee weken in Den Haag is. Ze gaan over dagelijkse besognes en — veelal impliciet — hun liefde voor Vermeer.

De intieme briefscènes worden afgezet tegen een aantal rampzalige gebeurtenissen in het openbare leven van de Hollandse Gouden Eeuw: de windhandel in tulpen, de ontploffing van het Delftse Kruithuis, godsdiensttwisten, de lynchmoord op de gebroeders De Witt en het Rampjaar 1672, toen Lodewijk XIV ons land binnenviel, waardoor `het volk radeloos was, de regering redeloos en het land reddeloos'.

In de enscenering van Saskia Boddeke epateren de wonderschone, soms ironiserende beelden van het oer-oud-Hollandse leven: balletten van Vermeervrouwen die vloeren dweilen en straatjes schrobben, een echte koe, het Melkmeisje dat vanuit de hemel een puts melk over zich heen krijgt.

De voorstelling is alles tegelijk: een deconstructie van Vermeerschilderijen en een constructie van nieuwe Vermeers, de terugkeer van het tableau vivant, een didactisch docu-drama met uitleggende teksten, een multi-media-presentatie van de Delftse VVV. Men weet niet waar men verlekkerd moet kijken.

Al leiden de historische gebeurtenissen tot een apocalyps en de aankondiging van de dood van Vermeer, een echt verhaal ontbreekt. Het net echte verhaal is het muzikaal ondersteunde toenemende geweld in de buitenwereld. Al is de enscenering meesterlijk gedoseerd, de voorstelling krijgt pas heel laat echt kracht: de moord op de De Witts, die een enorme bloedvlek achterlaat en aanleiding is voor een orgiastische schoonmaakscène. Vervolgens lopen de Fransen Holland onder de voet, de Gouden Eeuw is ten einde, voor Vermeers schilderijen is geen geld meer, over drie jaar zal hij berooid sterven.

Het collage-karakter van libretto en enscenering weerspiegelt zich in de muziek van Louis Andriessen: citaten van Sweelinck en Cage, stijlcitaten en typische Andriessenmuzieken, die hier ook klinken als `verwijzingen' naar delen van zijn oeuvre, zoals naar De Staat, Hoketus en de Symfonie voor losse snaren. Deze muziek is soms minder massief dan voorheen. De strak gezongen hoge vocale lijnen van de drie solistes klinken helder en ijl als het licht van Vermeer.

Writing to Vermeer staat in een traditie van kunst over Hollandse schilderkunst. Rembrandt figureerde in verscheidene films, Van Gogh kreeg de opera Un malheureux vêtu de noir (1990) van Jan van Vlijmen. Wat Writing to Vermeer exact zegt over Vermeer en zijn kunst is mij vooralsnog onduidelijk. Voor de toeschouwer worden Vermeers binnenhuiskunst en het geweld buitenshuis tegenover elkaar gezet. Maar de kunstenaar zelf ontbreekt en zijn familie reageert niet op de schokkende maatschappelijke realiteit. Met de drie Vermeervrouwen krijgt men geen binding, vaak is het zelfs onduidelijk wie van de drie zingt. Dat isolement – toen en nu – werkt enigszins tragisch. Maar het is ook niet meer dan een platitude dat Vermeer zal sterven en in zijn kunst zal voortleven. De echte Vermeer blijft uiteraard een enigma.

Voorstelling: Writing to Vermeer van L. Andriessen en P. Greenaway door de Nederlandse Opera, Asko- en Schönberg Ensemble en Opera Studio Nederland o.l.v. Reinbert de Leeuw m.m.v. Barbara Hanigan, Susan Narucki en Susan Bickley. Decor en licht: Michael Simon; regie: Saskia Boddeke. Gezien: 1/12 Muziektheater Amsterdam. Herh. t/m 25/1. Inl. en res.: (020) 6255455.