De Beemster op erelijst van Unesco

De Noord-Hollandse polder De Beemster is gisteren door het Werelderfgoedcomité van UNESCO op de Lijst van Werelderfgoed geplaatst.

Op de Werelderfgoedlijst staat een selectie van zeshonderd natuur- en cultuurmonumenten van zo'n ,,bijzondere universele waarde'', dat ze gerekend worden tot het collectieve erfgoed van de mensheid, zoals de Egyptische piramiden, de Victoriawatervallen in Zambia en Zimbabwe en Auschwitz in Polen. Het Werelderfgoedcomité van de UNESCO koos op de jaarvergadering in het Marokkaanse Marrakesh de Beemsterpolder uit zeventig voordrachten.

Het comité beschouwt de zeventiende-eeuwse `Droogmakerij de Beemster' als een ,,meesterwerk van inventieve architectonische landschapsplanning waarin ideeën uit de Oudheid en de Renaissance werden toegepast.'' Volgens G. Pielage van het Waterschap de Waterlanden was de drooglegging van het Beemstermeer begin zeventiende eeuw een uitstekende investering voor de kapitaalkrachtige kooplieden uit Amsterdam. ,,Ze zaten middenin de tachtigjarige oorlog, investeren in het buitenland was daardoor lastig.''

De watermolen van molenmaker Jan Leeghwater uit de Rijp maakte de inpoldering mogelijk. Het gebied was in 1612 ingericht, volgens de Renaissance-idealen van die tijd. Pielage: ,,De volledige harmonie werd nagestreefd.'' De 7.200 hectare kleigrond werd in volmaakt rechte vierkanten ingedeeld, doorsneden door wegen en tochten (watergangen). ,,Toen er in een strenge winter ijs lag, en het oppervlak spiegelglad was, heeft het toenmalig polderbestuur het nog eens precies nagemeten.'' De oorspronkelijke inrichting is sindsdien nauwelijks veranderd.